Weer 325 euro meer

Wie in 2011 goed naar zijn loonstrook kijkt, ziet dat de zorgpremies niet met 100 maar gemiddeld met 325 euro per jaar stijgen.

En dat is slechts het begin.

De stijging van de zorgpremie in 2011 is de eerste concrete aanslag op de portemonnee, in de reeks pijnlijke maatregelen die de Nederlanders te wachten staat. De kleine zorgverzekeraar DSW uit Schiedam kondigde gisteren traditiegetrouw als eerste zijn premiestijging voor de basisverzekering aan. Het is een ongekend hoog bedrag: 114 euro.

Deze verhoging komt bovenop de veel minder in het oog springende stijging van de inkomensafhankelijke premie. Die wordt bijna ongemerkt via het loonstrookje op het inkomen ingehouden. In 2011 bedraagt die inhouding voor iemand met een modaal inkomen van zo’n 30.000 euro 210 euro meer dan in 2010. Opgeteld is dat een tegenvaller van pakweg 325 euro komend jaar, waarvan nog weinig mensen zich bewust zijn.

DSW zit altijd aan de lage kant, grote verzekeraars komen doorgaans met een hogere premie. Burgers kunnen hun borst dus natmaken. Te meer daar het beoogde kabinet van VVD en CDA de komende jaren 18 miljard wil bezuinigen, waardoor burgers onvermijdelijk nog meer zelf zullen moeten gaan betalen voor zorg.

Toen de VVD’er Hoogervorst als minister van Volksgezondheid in 2006 het nieuwe zorgstelsel lanceerde, wilde hij met marktwerking de zorgkosten beteugelen. Burgers merken daar tot nog toe weinig van. Hoe komt dat? Allereerst omdat de behandelingsmogelijkheden groeien. Mensen worden ouder en de samenleving vergrijst. En dat kost allemaal geld.

Maar het komt ook doordat de aannames van het nieuwe zorgstelsel nog niet goed uitpakken. Minister Klink (Volksgezondheid, CDA) erkende gistermiddag voor het eerst dat de verwachtingen van het nieuwe stelsel te hoog waren en dat er nu snel resultaten geboekt moeten worden, willen mensen hun vertrouwen er niet in verliezen.

In het nieuwe zorgstelsel kregen zorgverzekeraars een spilfunctie. Zij moesten voor hun verzekerden bij zorgaanbieders, zoals ziekenhuizen, de beste zorg tegen de scherpste prijzen inkopen. Het idee was dat zij slechte ziekenhuizen zouden straffen door geen contract meer met hen te sluiten. Dit ‘selectief contracteren’ is (nog) nauwelijks van de grond gekomen. Verzekeraars vrezen daarmee klanten te verliezen aan de concurrent die de keuzevrijheid om naar alle ziekenhuizen te gaan niet inperkt. Zorgverzekeraar CZ wil nu als eerste verzekeraar geen zaken meer doen met zes borstkankercentra omdat die ondermaats presteren. Klink juicht het initiatief toe en hoopt dat andere verzekeraars volgen. Het is een bescheiden begin van iets dat allang in volle gang had moeten zijn, als het aan Hoogervorst had gelegen.

De voorganger van Klink wilde ook een felle concurrentie tussen zorgverzekeraars. Dat zou de premie laag houden. De concurrentie op de verzekeringsmarkt is heftig geweest. Zozeer dat zorgverzekeraars het eerste jaar van het zorgstelsel verlies maakten. Het heeft tot een concentratiegolf geleid waardoor er nog maar vier grote verzekeraars over zijn en een paar kleintjes. Onlangs kondigde De Friesland Zorgverzekeraar een fusie aan met de gigant Achmea. De vraag is of de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) deze machtsconcentratie billijkt. Maar duidelijk is dat kleintjes als De Friesland of DSW maar moeilijk kunnen opboksen tegen de reuzen in zorgverzekeringsland. Zij fuseren of dreigen kopje onder te gaan. En ondertussen neemt de keuzevrijheid van burgers af.

De verzekerde of de patiënt moest ook meer te zeggen krijgen in het nieuwe stelsel. Hoogervorst zag een driehoek voor zich van zorgverzekeraars, zorgaanbieders en verzekerden/patiënten. Die zouden elkaar scherp moeten houden en elkaar in evenwicht moeten houden. Maar deze balans is ver te zoeken. De macht is verschoven van de zorgaanbieders naar de zorgverzekeraars en patiënten hebben weinig in te brengen.

„Dat zou wel wat beter mogen”, zegt Pieter Hasekamp, directeur van Zorgverzekeraars Nederland desgevraagd.

Het idee was dat verzekeraars hun best zouden doen voor hun klanten onder de dreiging dat ze ontevreden verzekerden aan de concurrent zouden kunnen verliezen. Maar verzekerden blijken niet makkelijk van verzekeraar te wisselen. Terwijl aanvankelijk in 2006 meer dan 20 procent van de consumenten van zorgverzekeraar veranderde, gaat het nu nog maar om 3,5 procent. Verzekerden vinden de premieverschillen tussen verzekeraars te gering en vinden de informatie over de verschillen tussen verzekeraars te ingewikkeld.