'Wacht met dit politiek beladen object'

Moet het pistool van Volkert van der G. in het Rijksmuseum worden getoond, zoals directeur Wim Pijbes wil? Zijn collega’s en oud-collega’s verschillen van mening.

Hoort een pistool thuis in de vitrines van het Rijksmuseum? Begin deze week ging Frits van Oostrom, lid van de raad van toezicht van het museum, in tegen het plan van directeur Wim Pijbes om het wapen van Fortuyn-moordenaar Volkert van der G. te tonen aan publiek. Het past volgens Van Oostrom niet bij de aard van het Rijks. „Het is geen geschiedenismuseum. Dat kan het niet zijn en dat moet het ook niet willen zijn”. Hoe denken andere museumdirecteuren hierover?

Wim van Krimpen, oud-directeur Gemeentemuseum Den Haag, vindt het een „voor de hand liggend” plan. „Als er nou iets een grote impact heeft gehad op de Nederlandse geschiedenis dan is het de moord op Fortuyn. Dat pistool is een belangrijk onderdeel van de hedendaagse geschiedenis.”

Hij noemt het „goed” dat het Rijks zich op deze manier profileert als museum voor geschiedenis. „Dat maakt het Nationaal Historisch Museum overbodig.”

Henk van Os, ex-directeur van het Rijksmuseum, heeft dezelfde opvatting. „Het Rijksmuseum is er voor kunst én vaderlandse geschiedenis. Het heeft veel historische objecten in haar collectie.” Nederlandse leiders zijn vaak geëindigd als martelaars, zegt hij, en dus is het dus logisch om de bijbehorende objecten te verzamelen. „De gebroeders De Witt werden gelyncht, Willem van Oranje is doodgeschoten, net als Fortuyn.”

Wim van der Weiden, oud-directeur van Naturalis, het Leidse Nationaal Natuurhistorisch Museum en schrijver van het plan voor het NHM, vindt het een goed idee om het pistool exposeren, „maar niet in het Rijksmuseum. Het is niet het museum dat de Nederlandse geschiedenis als hoofdthema behandelt. Er staat wel in de statuten dat de geschiedenis van Nederland tot het takenpakket hoort, maar de aandacht ligt bij kunst en kunstnijverheid. Bovendien: tachtig procent van de bezoekers komt uit het buitenland.”

Stel het pistool tentoon in het NHM, stelt Van der Weiden. „Maar ik zou het gepast vinden om nog tien jaar te wachten met het exposeren van een dergelijk politiek beladen object. Mensen moeten niet uit sensatielust naar zo’n voorwerp komen kijken.”

Marjan Scharloo, directeur van het Teylers Museum: „Wat ondergesneeuwd raakt, is dat álle objecten van de politieke moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh al zorgvuldig worden bewaard. Als een museum iets wil laten zien, kan het een keuze maken.”

De vraag is in welke context het Rijksmuseum het pistool wil tonen, zegt Scharloo. „Komt er een afdeling politieke moorden of een tentoonstelling over het hedendaagse Nederland? En misschien denken mensen in de toekomst wel dat Theo van Gogh veel belangrijker was dan Fortuyn.”

Het Rijks noch het NHM wordt hét museum voor geschiedenis, stelt zij. „De oprichting van het NHM is een politiek besluit. Maar alle musea in Nederland vervullen al samen de taak om de geschiedenis van Nederland te vertellen. Van de politiek moet dat op één plek. Nou ja, vooruit.”

Voor Marjan Ruiter, directeur van het Zeeuws Museum, is de verwerving van het pistool door het Rijks een symptoom van een Nederlands probleem: musea zitten in elkaars vaarwater. „Het is belangrijk dat wij, de musea, een sterk profiel krijgen en herkenbaar worden. Nederland is te klein om alles dubbel te doen.” Dit pistool behoort tot de Collectie Nederland, vindt zij. „Maar zolang er geen scherpe taakverdeling is, is het goed dat het wordt bewaard.”

Opinie: Pistool hoort in Rijks, p. 6