Vrij na 27 jaar onterecht in Texaanse cel

Michael Green zat 27 jaar onterecht gevangen voor verkrachting en bedreiging. De staat Texas biedt hem de hoogste schadevergoeding in de VS aan, maar Green twijfelt. Hij is bitter.

Michael Green (45) schrikt van het bliepje waarmee de computer een nieuwe e-mail aankondigt. Hij kan maar niet aan het geluid wennen, zegt hij. Toen Green in 1983 de gevangenis inging – hij was 18 – had je nog geen e-mail. Laat staan laptops met bliepjes. „Een walkman was het hipste dat je kon krijgen”, zegt bij schuchter.

Hij en zijn vrienden waren dol op Star Wars, de president heette Reagan, Michael Jackson stond wekenlang op 1 met Billie Jean. Daar ongeveer was Michael Green blijven steken toen hij vorige maand vrijkwam.

Ruim 27 jaar bracht hij door in een beruchte Texaanse gevangenis, waarvan elf jaar in een isoleercel. Een straatschoffie dat 75 jaar kreeg voor verkrachting en bedreiging met een wapen. Ten onrechte, zo bleek ten slotte uit DNA-onderzoek. Hij was het zoveelste slachtoffer van een ondeugdelijke opsporingsmethode.

Texas doet er intussen alles aan de aandacht voor justitiële dwalingen als deze weg te nemen. Wanneer een slachtoffer zoals Green afziet van een proces tegen de staat wordt hij vorstelijk beloond: 160.000 dollar voor elk jaar dat hij onterecht vastzat, verreweg de hoogste afkoopsom in de VS.

Green heeft dus recht op ruim 4,3 miljoen dollar (3,2 miljoen euro). Maar hij twijfelt of hij de jackpot zal accepteren. Hij hoeft geen Cadillac, zegt hij. Geen villa met oprijlaan. Verzoening vindt hij een verwarrend concept. Want hoeveel miljoen ze hem ook geven, het kan de schade die hij heeft opgelopen nooit vergoeden.

Hij vertelt over de eerste keer sinds zijn vrijlating dat hij een winkelcentrum bezocht. Achter hem haalde een man een uitklapbare mobiele telefoon uit zijn zak. Green rende meteen weg. Hij had zo’n ding nog nooit gezien. „Ik wist zeker dat het een wapen was”, zegt hij gegeneerd.

Dan is er de pijn van de verloren liefde. Hij was verloofd toen hij de bajes indraaide. Het eerste half jaar kwam ze nog langs. Daarna nooit meer. „Ik heb haar nog niet gezocht sinds ik vrij ben”, vertelt hij. „Ze zal wel met iemand anders zijn.”

Zijn moeder overleed vier jaar terug, tijdens zijn gevangenschap. Ze leerde hem vanaf zijn vijfde, toen zijn vader overleed, „een grote jongen” te zijn. Hij was haar „oogappel” zegt Green. Onvoorstelbaar droevig vindt hij het dat hij haar begrafenis moest missen. Telkens als hij erover vertelt, worden zijn ogen vochtig.

„Dus wat moet ik met die miljoenen?”, zegt hij. „Krijg ik mijn moeder terug? Mijn verloofde?”

Greens reactie is ongebruikelijk, zegt advocaat Bob Wicoff, die in Houston de belangen van veel onterecht gestraften behartigt. De meeste mannen zoals Green kopen juist wel dure auto’s „en andere spullen om vrouwen te imponeren”.

Wicoff heeft zijn cliënt aangetrokken als assistent. Met zijn boze oogopslag en laaghangende spijkerbroek wijkt Green uiterlijk scherp af van de rest op het advocatenkantoor, maar Wicoff vindt het geen punt. „Dit geeft hem de structuur die hij nodig heeft.” Door zelfstudie in de isoleercel heeft Green een behoorlijke kennis van het strafrecht opgebouwd. „Ik kan hem goed gebruiken”, aldus de advocaat.

Vraag is of Green de kwellingen van zijn gevangenschap achter zich kan laten. Zijn bokskunst leverde hem er de bijnaam Two-Gun op , zegt hij. Als veroordeelde voor verkrachting kon hij alleen overleven door het geweld tegen hem met geweld te beantwoorden. „Een hel.” Ook cipiers hadden volgens Green de pik op hem. Gevolg was dat hij ruim elf jaar in een isoleercel leefde: 22 uur per dag alleen.

Het was zijn redding. Green begon te lezen over justitiële dwalingen. Boek na boek. Hij doorzag de trucs die ze bij hem hadden gebruikt en vroeg sinds 1988 talrijke advocaten om hulp. Niemand gaf thuis.

Toen in 2001 een nieuwe DNA-wet in Texas van kracht werd, schreef hij in de cel zijn eigen bezwaarschrift. Met de hand. Het duurde tot 2008 voordat justitie tijd voor zijn zaak had. Alleen omdat toevallig een oude doos bewijsmateriaal bewaard was gebleven, konden DNA-tests zijn onschuld aantonen.

„Als je zolang bent mishandeld is het moeilijk niet bitter te zijn”, zegt Green. Zelfs op de dag van zijn vrijlating ketenden bewakers zijn polsen en enkels toen hij naar de rechtbank werd vervoerd. „Ze hebben me tot het laatst vernederd.”

De nachten zijn de moeilijkste momenten in zijn nieuwe leven. Michael Green kan zelden slapen. Hij is een kettingroker. Hij bezoekt zijn nichtje die tot vijf uur ’s ochtends bij een benzinepomp werkt. Hij koopt een kaartje voor de vroege bus en laat zich van de ene kant van Houston naar de andere rijden. Als hij drie nachten heeft overgeslagen, wordt hij door vermoeidheid overmand en slaapt hij een paar uur – om wakker te worden uit een boze droom, meestal over de gevangenis.

„Ik ben vrij”, zegt hij, lopend naar een bushalte in de binnenstad van Houston. „Maar ik voel me niet vrij.”