Vader Kampongjeugd pakt bierreclame aan

Een vader van twee sportende kinderen bij Kampong heeft bij de Reclame Code Commissie (RCC) een klacht ingediend over acht reclameborden van bierbrouwer Heineken op de hoofdvelden van de Utrechtse omnivereniging.

De vader beroept zich op artikel 21 van de RCC dat zegt dat geen reclame mag worden gemaakt voor alcohol op plaatsen waar meer dan een kwart van de aanwezigen minderjarig is. Volgens Kampong wordt op de hoofdvelden „slechts sporadisch” door jeugdelftallen gehockeyd en gevoetbald en zijn de borden daarom niet in strijd met de reclamecodewet.

De vader van een vijftienjarige hockeyer en een veertienjarige voetbalster ontkent dit. Hij zegt dat elke zaterdag meerdere jeugdteams in het zicht van ‘Heineken’ spelen. „En ik wil niet dat mijn kinderen op zo jonge leeftijd met drank of drugs worden geconfronteerd. Zover ik weet drinken ze nog niet en dat wil ik graag nog even zo houden”, zegt de vader die zelf „geen geheelonthouder” zegt te zijn.

De vader weigert in te gaan op een toenaderingspoging van Kampong om met de clubleiding in gesprek te gaan. „Ik ben niet geïnteresseerd in hun beweegredenen. Het mag niet, punt.” Kampong-voorzitter Pekelharing betreurt dit. „We nemen de zorgen van de meneer zeer serieus, maar waarom zoekt hij geen dialoog?”

Volgens de RCC staat de klacht op zich: mocht de vader in het gelijk worden gesteld en Kampong/Heineken verzocht zal worden de borden te verwijderen, dan geldt dat niet voor soortgelijke gevallen op andere locaties. „Deze zaak gaat specifiek over Kampong”, aldus RCC-woordvoerder.