Universiteit Leiden groeit een kwartiertje verderop

Vandaag gaat het University College in Den Haag open. Deze dependance van de Leidse universiteit zal fors groeien in „de juridische hoofdstad van de wereld”.

Onrust in Leiden, de anders zo bedaagde oudste universiteitsstad van Nederland. Bij de opening van het academisch jaar begin deze maand sprak rector en voorzitter van het college van bestuur Paul van der Heijden over „de universiteit van Leiden en Den Haag” toen hij zijn plannen voor de komende jaren toelichtte. „We hebben samen met het Haagse gemeentebestuur een brief geschreven aan de minister van Onderwijs met daarin de vraag Den Haag officieel als vestigingsplaats te erkennen”, vertelde hij de aanwezigen in de Pieterskerk.

Vandaag werd in Den Haag feestelijk het University College van de Leidse universiteit geopend. De Haagse dependance zal in 2013 een nieuw, groter gebouw betrekken en de bedoeling is dat er flink meer studenten worden aangetrokken. Die kunnen ook op de nieuwe campus wonen. De gemeente Den Haag betaalt 8 miljoen euro mee aan het pand. Het nieuwe gebouw komt te staan aan het Anna van Buerenplein, direct naast station Den Haag Centraal. Nu wordt het onderwijs nog verzorgd in de omgeving van het Binnenhof.

De Leidse gemeenteraad schrok van deze berichten. Verdwijnen er straks misschien hele onderdelen van de universiteit richting Den Haag? Raadsleden stelden vorige week vragen aan het college van burgemeester en wethouders.

Van der Heijden heeft alle opwinding met enige verbazing aangezien. „Er wordt vooral vanuit emoties gereageerd. Op de universiteit zijn we meer van de feiten. En die zijn duidelijk.”

Inderdaad. U investeert fors in uitbreiding in Den Haag.

„En in Leiden blijven we niet achter. Het Academiegebouw is zojuist gerenoveerd opgeleverd, we werken aan de renovatie van de Sterrewacht en we onderzoeken de mogelijkheden voor nieuwbouw voor onze bètafaculteit. We investeren dus miljoenen in Leiden. Dat hebben we de gemeente deze week in een gesprek nog maar eens duidelijk gemaakt: Leiden is belangrijk voor ons, en blijft dat.”

Toch kiest u ervoor om een belangrijk deel van uw groei buiten Leiden te realiseren. U start in Den Haag met een University College. Waarom doet u dat?

„De gemeente Den Haag wil graag academisch onderwijs binnen haar muren. Omdat er voorlopig geen nieuwe universiteit zal bijkomen in Nederland, ligt het voor de hand dat wij de reeds bestaande werkzaamheden in Den Haag uitbouwen. We zijn daar al elf jaar actief en voeren die activiteiten nu op.

„Den Haag is de juridische hoofdstad van de wereld en na New York en Genève de derde VN-stad. En laten vrede, recht en veiligheid nou net drie onderwerpen zijn waarover in Leiden sinds de tijd van Hugo de Groot op hoog niveau wordt nagedacht. Het ligt daarom voor de hand dat onze faculteiten Rechtsgeleerdheid en Sociale Wetenschappen zich in Den Haag verder ontplooien.”

Hoe groot moet de Leidse dependance in Den Haag worden?

„We mikken op termijn op tweeduizend studenten. In Leiden hebben we er ongeveer twintigduizend, dus Den Haag zal Leiden bij lange na niet overvleugelen. Wij zijn in de Randstad de kleinste universiteit en willen graag groeien, zolang we door de overheid bekostigd worden op basis van het aantal studenten dat we onderwijzen.

„Maar ook als een volgend kabinet besluit tot een ander financieringsmodel voor het hoger onderwijs – waar ik een voorstander van ben – wil de Leidse universiteit groeien. De samenwerking met de internationale instituties in Den Haag is voor ons ook en vooral wetenschappelijk interessant.”

In het universiteitsblad Mare uitten enkele personeelsleden hun zorgen over het feit dat ze straks van hot naar her moeten reizen om college te kunnen geven.

„Dat vind ik zo dorps. Weet u hoe lang een ritje met de trein van Leiden naar Den Haag duurt? Een kwartier. In het buitenland zijn sommige universiteiten verspreid over tientallen locaties. Dan vind ik twee best meevallen.”

Zal de naam Universiteit Leiden uiteindelijk veranderen in Universiteit Leiden en Den Haag?

„Nee, absoluut niet.”

Commentaar: pagina 7