Universiteit als merk

Licht ongemak in het gemoed van Leids hoger opgeleid Nederland. De rector magnificus sprak bij de opening van het academisch jaar van de ‘universiteit van Leiden en Den Haag’. En nog met opzet ook. Dreigde de merknaam van de oudste universiteit van Nederland op termijn te veranderen in de Universiteit Haaglanden of iets dergelijks? Brrr.

Ook de Leidse gemeentepolitiek was gealarmeerd. Identiteit en merknaam vertegenwoordigen meer dan gevoelswaarde. Het is hard kapitaal: het gaat over werk, toekomst en zekerheid. Wie aan Leiden Lutjebroek toevoegt, die wil iets veranderen. Of heeft dat al gedaan. Dat laatste blijkt het geval. Feiten spreken een eigen taal. De Leidse universiteit opende al jaren geleden een nevenvestiging in Den Haag. De komende jaren wordt daar fors uitgebreid, maar vooral ook verder gespecialiseerd. De Universiteit Leiden wil voor bestuur, recht en politiek worden wat de Universiteit Wageningen is voor voedsel. En geef haar eens ongelijk.

Universiteiten zijn net zo min zeker van hun vaste plaats in het landschap als bedrijven, banken, orkesten, partijen, omroepen, musea of ziekenhuizen. De ontwikkelingen gaan snel. Nederlandse universiteiten zijn relatief weinig gespecialiseerd en zitten dicht op elkaar. Sommige hebben vooral een regiofunctie. De politieke druk om de strategische keuze voor een ‘kenniseconomie’ waar te maken, is groot. Nederland wil in de top-5 van kenniseconomieën van de OESO komen, maar stond op 8 en is gezakt naar 10.

Er komen bovendien miljarden bezuinigingen op overheidsuitgaven aan. Intussen vergrijst en verkleurt de bevolking en integreert Nederland verder in de Europese en wereldeconomie.

Daardoor weet iedere bestuurder van een publieke instelling dat er de komende jaren echt moet worden gekozen. Niet iedere instelling zal de pretentie kunnen volhouden dat ze alle functies en specialisaties op topniveau aanbiedt. Het trefwoord voor de komende jaren lijkt dus consolidatie. Dat hoeft geen verarming te betekenen. Voor veel instanties betekent het tactisch terugtrekken, herijken, reorganiseren en in afgeslankte vorm met een aangepaste missie opnieuw een plaats claimen. Soms is de niche dan kleiner, maar de kwaliteit kan hoger zijn. Er is dus meer ruimte voor slim kiezen en dus voor dynamiek. Zo slecht is dat niet.

Taakverdeling en concentratie zullen ook ruimtelijke gevolgen hebben. De kloof tussen Randstad en periferie zal groter worden. Ook binnen de Randstad moet er gekozen worden. De Erasmus Universiteit als hét instituut voor economie en bedrijfskunde en Delft voor fundamentele bètarichtingen. Dat is nog makkelijk. Maar voor de twee Amsterdamse universiteiten is het al lastiger. De stap van Leiden naar Den Haag is dan natuurlijk. Het past bij de ambities van de regeringsstad die meer internationale instellingen op het gebied van recht en vrede wil huisvesten. ‘Leiden University’ is ook in die wereld voldoende merknaam. De huivering bij het etiket Den Haag is vooral folklore.