Scheiding tussen bank en Staat moet gehandhaafd blijven

Topman Jean-Claude Trichet van de Europese Centrale Bank (ECB) is altijd een havik geweest als het om begrotingstekorten gaat. Als een van de geestelijke vaders van de euro weet hij dat zelfs de sterkste munt snel onderuit kan gaan als die niet is gebaseerd op een gezond financieel beleid.

De afgelopen jaren heeft hij zonder al te veel succes steevast gepleit voor meer begrotingsdiscipline onder de landen van de eurozone. Maar Trichet heeft het gevoel dat de schuldencrisis van dit jaar een kans is die niet mag worden verkwanseld. Hij wil dat de ECB een krachtiger rol krijgt toebedeeld bij het uitoefenen van toezicht op en het sanctioneren van het begrotingsbeleid van de landen in de eurozone. Dit zou echter te veel van het goede zijn.

De landen van de eurozone zijn momenteel verwikkeld in harde onderhandelingen over de beste manieren om hun Groei- en Stabiliteitspact te versterken, dat immers niet heeft kunnen voorkomen dat de groei stagneerde en de euro gedestabiliseerd raakte. Striktere en mogelijk automatische straffen liggen in het verschiet voor landen die de vereiste begrotingsdiscipline aan hun laars lappen.

Maar Trichet wil nationale regeringen ook zelf kunnen aanspreken op hun begrotingsbeleid. Hij heeft tevens geopperd dat een commissie van ‘wijze mannen’ (waarmee hij waarschijnlijk ‘wijze centralebankiers’ bedoelt) het toezicht op de begrotingsdiscipline gezamenlijk met – mogelijk – de Europese Commissie moet uitoefenen.

Centralebankiers kunnen en moeten beslist praten, adviseren, waarschuwen en vermaningen uitdelen als zij gevaar op de loer zien liggen. Het zou eigenlijk wel fijn zijn geweest als Trichet en de ECB krachtigere waarschuwingen hadden laten horen in het decennium waarin de gemeenschappelijke munt als een soort deken diende ter verduistering van de uiteenlopende paden die de landen van de eurozone bewandelden.

Maar Trichet lijkt te zijn vergeten dat hij zijn hele carrière heeft gebaseerd op het aanbrengen van een scheiding tussen het monetaire en het begrotingsbeleid. Dat is de redenering die ten grondslag ligt aan de onafhankelijkheid die de meeste Europese centrale banken in de jaren negentig geleidelijk hebben bemachtigd. Trichet heeft er terecht een hekel aan als ministers van Financiën hun mening geven over het ‘juiste’ niveau van de rente of de ‘juiste’ wisselkoers van de euro. Hij zou niet moeten vragen dat de ECB zich met het begrotingsbeleid mag bemoeien. Dat is een zaak van de politiek. Regeringen moeten onafhankelijk blijven van de centrale banken – zelfs als dat betekent dat ze onafhankelijk blijven in hun vermogen om kapitale blunders te begaan.