Salafisten geen gevaar? Lees je eigen rapport!

Het salafisme in Nederland zou geen gevaar voor de democratie vormen, zeggen onderzoekers. Maar wie het onderzoek leest, komt tot een heel andere conclusie, betoogt Yoram Stein.

Het onderzoek van het Institute for Migration & Ethnic Studies (IMES) naar het salafisme in Nederland stelt dat een „hogere mate van orthodoxie samengaat met een grotere geweldslegitimatie en een theocratisch ideaal” en dat „salafistische predikers er stellig van overtuigd zijn dat de democratie minderwaardig, verachtelijk en bedreigend voor de islam is”.

Wie het onderzoek leest, begrijpt dat salafisten de democratie met alle middelen willen vervangen door een systeem waarin Allahs wetten centraal staan in plaats van de wetten van de mens. Het aantal moslims dat gevoelig is voor het salafisme blijkt volgens het onderzoek groter dan gedacht: tussen de 40.000 en 65.000.

Toch concludeert onderzoeker Jean Tillie dat er van het salafisme geen dreiging voor de democratie uitgaat. De salafisten in Nederland die aangesloten zijn bij islamitische centra, behoren volgens het onderzoek namelijk tot het niet-gewelddadige soort. De gewelddadige salafisten hebben zich in Nederland georganiseerd „in informele netwerken en onder enkele individuen”, aldus het rapport.

Lees ook Een beetje eng wellicht, over de conclusies van het IMES

Geweld wordt door imam Fawaz Jneid van de As-Soenna Moskee overigens niet categorisch afgewezen. Geweld is wat hem betreft toegestaan als dit zorgt voor meer eenheid en rust in de islamitische gemeenschap, stelt het rapport. De vraag is dan ook of wij „de salafistische retoriek van gematigdheid” wel zo serieus moeten nemen als Tillie lijkt te doen.

Het salafisme moet volgens de onderzoekers gezien worden als een „gewone orthodoxe beweging”. Daarmee bedoelen zij dat salafisten net als de streng protestantse inwoners van Staphorst weliswaar het liefst in een theocratie willen leven, maar dat dit een ideaal is, waarvan orthodoxe gelovigen in Nederland beseffen dat het niet verwezenlijkt zal worden.

De vergelijking met Staphorst wordt vaker gemaakt als het om de orthodoxe islam gaat. Toch is er een groot verschil: de dreigingsmacht. Twee factoren zorgen ervoor dat de dreigingsmacht van de salafisten groter is dan die van gewone orthodoxe bewegingen. De eerste is dat salafisten geweld een legitiem, maar misschien niet altijd effectief middel vinden. Zoals de onderzoekers schrijven: „Een overtuiging die islamitisch extremisme kenmerkt en ook samengaat met orthodoxie, is dat het nastreven van een goddelijke samenleving een plicht is die alle middelen heiligt, inclusief geweld.” Een dergelijke overtuiging speelt geen rol in Staphorst.

Een tweede factor die de dreigingsmacht van de salafisten groter maakt, is het feit dat de beweging beschikt over een talrijke en fanatieke aanhang in het buitenland. Op dit punt wreekt zich dat het onderzoek van het IMES zich geheel richt op de Nederlandse situatie, terwijl het „transnationale karakter van het salafisme” buiten beschouwing wordt gelaten, zoals het rapport toegeeft. Als de Nederlandse salafisten zich beledigd voelen, kunnen zij zich beklagen bij hun broeders in het buitenland. Boycots, rellen en terreuraanslagen kunnen daar het gevolg van zijn. Dit hoeft niet gevreesd te worden als de Staphorster christenen zich beledigd voelen.

Lees ook de reactie van Jean Tillie: Echt, salafisten willen Nederland niet omverwerpen

Volgens Tillie gaat van de Nederlandse salafisten echter weinig dreiging uit, omdat „de mensen die gevoelig zijn voor het salafisme vooral oudere mannen zijn in een achterstandpositie” (zoals Tillie in Het Parool stelt, 26/9). Uit de steekproef die onder moslims gedaan is om hun „gevoeligheid voor het salafisme” te kunnen meten, blijkt inderdaad dat deze gevoeligheid „iets vaker” bestaat onder mensen met een hogere leeftijd. Merkwaardig is dan wel dat in het eerste deel van het onderzoek over salafistische organisaties in Nederland te lezen valt: „Vooralsnog is het salafisme vooral populair onder Marokkaans-Nederlandse jongeren.” Onder het kopje ‘verschillen tussen traditionele en salafistische moskeeën’ staat dat de salafistische moskeeën zich onderscheiden door het grote aantal jongeren dat er komt en daar actief is.

De conclusie dat het salafisme geen bedreiging vormt voor de Nederlandse democratie, kan op basis van dit onderzoek kortom niet getrokken worden. Deze wordt in feite door dit onderzoek ook niet getrokken, want de onderzoekers schrijven dat hun onderzoek een heel diffuus beeld oplevert waaruit het „heel moeilijk is om één algemene conclusie te trekken”.

Toch kan men veilig concluderen dat op basis van wat er in dit onderzoek beschreven staat een stelling kan worden verdedigd die in tegenspraak is met wat hierover in de media is bericht. Hoe meer macht de salafisten in Nederland krijgen, hoe groter de problemen voor de Nederlandse democratie.

Yoram Stein is politicoloog en filosoof.