Romarumoer

Op 18 maart 1868 beschreef de Enschedese Courant een opmerkelijke gebeurtenis: ‘Gisterenavond arriveerden alhier 4 wagens met zeer vreemde gasten, welke hunne tenten opsloegen op de veemarkt. De politie is den geheelen nacht op de been geweest ten einde een waakzaam oog op hen te houden, terwijl de geheele stad als het ware daar naar toeging om deezen havelozen troep te zien.’

De havelozen troep bestond uit veertig Hongaarse ketellappers. Ze leidden een nomadisch bestaan, droegen kleurige gewaden en probeerden rond te komen van het repareren van ketels en pannen. Ze waren de eerste ‘zigeuners’ van Nederland, samen met groepen Bosnische berenleiders en Roemeense paardenhandelaren die hen volgden.

De lokale bevolking mocht de exotische vreemdelingen machtig interessant vinden, de centrale overheid was doorgaans minder positief over dit ‘zonderlinge volk’. De antirevolutionaire voorman Abraham Kuyper zag hen in 1907 als heidenen die verantwoordelijk waren voor de zedenverwildering en ‘het aankweken van het bandietenwezen alsmede de geest van list en bedrog’. Na de Eerste Wereldoorlog kreeg de marechaussee de opdracht om het ongeregelde leven van de zigeuners in goede banen te leiden.

Het hoofd van deze dienst, kolonel Van der Minne, nam zijn taak erg serieus. Hij zag de zigeuners als ‘schrik der bevolking’ en was bovendien gefrustreerd dat veel in Nederland geboren zigeunerkinderen automatisch de Nederlandse nationaliteit kregen – dat bemoeilijkte een eventuele uitzetting. Koortsachtig verzamelde hij eind jaren 20 daarom op systematische wijze zo veel mogelijk (strafbare) feiten over deze mensen. Je zou het een eerste vorm van etnische registratie kunnen noemen, of in ieder geval een actie die de zigeuners stigmatiseerde. Met grote gevolgen, want voor de Nederlandse politie was duidelijk wie ze moest oppakken toen de Duitse bezetter in mei 1944 opdracht gaf tot een grote zigeunerrazzia. Slechts 45 gedeporteerden zouden de oorlog overleven.

De stigmatisering van de Roma (zoals zigeuners nu worden genoemd) is nooit helemaal verdwenen. Sinds de Franse president Sarkozy ze collectief zijn land uitgooit zijn ze weer volop in het nieuws. Ook in Nederland is het Romarumoer weer begonnen; de roep om etnische registratie klinkt. Zelfs na meer dan 140 jaar blijven de Roma-families in de ogen van velen ‘vreemde gasten’.