Risottovrees

Ik ben bepaald geen held in de keuken. Sommige gerechten maak ik nooit, enkel en alleen omdat er één klein dingetje in het recept staat dat me angst aanjaagt. Bij het woord gelatine bijvoorbeeld, sla ik direct de bladzijde om. Ik weet wel dat het niet werkelijk ingewikkeld is – gewoon een beetje gedoe en geknijp in rare, glibberige velletjes – en toch durf ik het niet aan. Blind bakken; ook zoiets intimiderends. Waarschijnlijk lukt het me heus wel, als ik me er een keertje toe weet te zetten. Maar als ik het in een recept zie staan, denk ik toch: ik zoek nog even verder.

Tegen het maken van een risotto heb ik me ook jarenlang verzet. Als er gesproken werd over de bereiding van dit gerecht begon iedereen namelijk heel streng te kijken en volgden er steevast gruwelverhalen over te gaar of te hard of hélémaal aangebrand. Laat maar zitten, dacht ik dan altijd; ik maak wel wat anders.

Maar ik hou wel erg van risotto. Dus heb ik het er een tijd geleden, toen er niemand thuis was, uiteindelijk maar eens op gewaagd. En zoals dat gaat met angsten, als je ze eenmaal in de ogen hebt gekeken, vraag je je af waar je nou in hemelsnaam zo bang voor was. Een beetje roeren? Dat kan toch iedere halvegare.

Nu ik mijn risottovrees heb overwonnen, ga ik binnenkort maar eens in gelatinetherapie.

2 takjes tijm

knoflook

anderhalve liter bouillon, zelfgemaakt of van blokjes

25 gram gedroogde paddestoelen

sojasaus

olijfolie

1 uitje

250 gram arboriorijst

2 eetlepels Parmezaanse kaas

restje kip, ontveld en in stukjes

roomboter

Breng de bouillon aan de kook, doe er een teen knoflook, een takje tijm een beetje sojasaus en de gedroogde paddenstoelen bij en laat dit een half uurtje zachtjes pruttelen. Doe flink wat olijfolie en een fijngesneden uitje in een pan met een dikke bodem. Voeg, als de ui zacht en glazig is, de risottorijst toe.

Roer goed, totdat alle rijstkorrels bedekt zijn met een laagje olie. Schep een soeplepel bouillon bij de rijst en blijf roeren tot al het vocht is opgenomen. Zoek naar de juiste temperatuur, de rijst moet zachtjes bubbelen. Herhaal dit procedé tot de risotto zacht maar nog wel al dente is. Schep de stukjes kip erdoor en laat die even warm worden.

Zo’n restje vlees toevoegen is natuurlijk optioneel. Ik gebruikte drie in citroen en salie gebraden kippendijtjes, die ik over had (zie recept van vorige week), maar wat gebakken cantharellen of kastanjechampignons erdoor is ook lekker. Roer op het allerlaatst de kaas, boter, een paar blaadjes tijm en wat versgemalen peper door de rijst. Strooi er wat in een droge pan geroosterd amandelschaafsel over en eet er een venkelsalade bij.

Roos Ouwehand

Janneke Vreugdenhil is met ziekteverlof. Roos Ouwehand, actrice, schrijfster en amateurkok, vervangt haar.