Rijks is er voor de vaderlandse historie

Directeur Wim Pijbes van het Rijksmuseum heeft met een rake klap de discussie heropend over de vraag of Nederland wel behoefte heeft aan een Nationaal Historisch Museum (NHM). Nota bene dankzij het pistool waarmee Pim Fortuyn is vermoord. Hij deed dat zo overtuigend dat hij op de grote teen van Frits van Oostrom is gaan staan [zie kader, red.]. Die zit in de raden van toezicht van beide instituten en reageerde als door een wesp gestoken.

Pijbes overtuigde mij met zijn stelling dat in dit land voor ieder probleem een nieuw instituut wordt bedacht, zoals het NHM voor het gebrek aan historisch besef bij de Nederlanders én bij hun regeerders die dat gebrek hebben laten ontstaan door het geschiedenisonderwijs te marginaliseren.

Het Rijksmuseum is mijn leven lang het museum geweest waar ik de nationale geschiedenis kon zien en heb gezien. Onder de voorganger van Pijbes is het onzalige idee opgekomen om kunst en geschiedenis geïntegreerd te laten zien. Dat is nergens voor nodig. Het museum heeft altijd een prachtige historische afdeling gehad. Pas die in het nieuwe museum aan de moderne museale en historische opvattingen en Nederland spaart een kostbaar instituut uit. Het Rijksmuseum heeft alles: de collectie, de kennis, de traditie en de gedroomde plek. Geef het Rijks de opdracht de vaderlandse geschiedenis te laten zien.

C.H. Slechte

Oud-directeur Gemeentemusea Deventer

Lees meer over de discussie tussen de directeur en de raad van toezicht van het Rijksmuseum via nrc.nl/kunst