Nog altijd de chef verrassingen

Nico Dijkshoorn schreef De Tranen van Kuif Den Dolder in tien dagen.

In februari moet zijn volgende boek af zijn. Eerst start een nieuwe theatershow.

Hij is alomtegenwoordig, als de huisdichter van De Wereld Draait Door, als columnist voor Voetbal International, nu.nl, De Pers en OOR, als schrijver van een verhalenbundel, een dichtbundel en een roman – hij is overigens bezig met zijn tweede. Ook op Twitter is hij niet te missen, als hij het commentaar van Cornald Maas op het Eurovisie Songfestival parodieert, of als hij er weer eens tien tweets over het fictieve personage Klaas uitgooit.

En zaterdag begint hij aan een nieuwe theatershow samen met Leon Verdonschot en Denvis. Het is een avondvullend programma vol rock-’n-roll en poëzie, waarin hij ter plekke gedichten schrijft, speelt met zijn band en verhalen voorleest.

Nico Dijkshoorn heeft haast, zoveel is duidelijk. Na een half leven te hebben versleten als bibliothecaris in Amstelveen, doet hij nu pas echt wat hij leuk vindt. Niet dat zijn vorige baan niet leuk was, integendeel. Hij zat in de mooiste bibliotheek van Nederland – officieel uitgeroepen door Vrij Nederland. En de laatste jaren had hij een vrije rol: chef verrassingen. „Ik had een plek van vijf bij vijf midden in de bibliotheek en daar mocht ik doen wat ik wilde. Als ik mensen maar drie, vier keer per week op het verkeerde been zette. Ik heb hele kapsalons de bibliotheek in gedragen. Het was een fantastische baan.”

Maar toch, het bleef wel gewoon werk. Van negen tot vijf. Op één plek. Wat hij nu doet voelt niet als werk, ook niet als hij zestien uur achter elkaar schrijft. „Het voelt eerder als vakantie.”

Hoe wordt een bibliothecaris één van de populairste schrijvers van Nederland?

„Ik heb altijd al geschreven, gewoon voor de lol. Op jonge leeftijd las ik al heel veel. Ik verslond op mijn dertiende Tolstoj, en dat soort heavy shit. Ik was ook meteen gegrepen door het schrijven. Ik liet me eerst meeslepen door een boek, maar ik vroeg me ook altijd af: hoe doet hij het?”

Toen ik bij de bibliotheek werkte, schreef ik ’s nachts, vooral op internet. GeenStijl had half als grap een actie voor de slachtoffers van de tsunami opgezet en vroeg mij of ik iets wilde doen. Zo werd P. Kouwes geboren, een zwetende bouwvakker die gedichten schrijft. Ik ben tot nu toe overal voor gevraagd, ook voor mijn televisiewerk. Ik heb nooit geambieerd om dit te doen.”

Je komt uit een arbeidersgezin. Lezen en schrijven heb je dus niet van huis uit meegekregen.

„Ik ben volgens mij de eerste semi-intellectueel in de familie sinds 1344. Mijn vader heeft nog nooit een boek gelezen. Ik had een zwaar alcoholische oom, een voormalige heroïnejunk, die erg belangrijk voor me was. Hij gaf mij al op jonge leeftijd boeken, zo van: ga het maar eens proberen. Hij is een grote invloed geweest. Vooral Gerard Reve was een openbaring. Ik dacht: shit, je kunt dus gewoon een heel persoonlijk verhaal schrijven – want hij vertelt gewoon waar hij zit en waar hij naartoe reist – en het kan toch literatuur zijn.”

Is jouw werk literatuur?

„Literatuur is misschien een beetje een zwaar woord, maar mijn beste dingen zijn wel bijna klassieke gedichten. Ik ben trouwens uitgenodigd voor de Nacht van de Poëzie, dus dat betekent dat het literaire establishment toch iets in me ziet. Waar ik een beetje op hoop is dat driekwart van die zaal me begint uit te fluiten.”

Vind je het belangrijk om in die kringen serieus genomen te worden?

„Andere schrijvers zien mij toch als een soort charlatan. Ze denken: ‘Ik werk me al twintig jaar het lazarus, ik breng ieder jaar twaalf sonnetten uit, waarvan ik er 43 verkoop. En hij komt met die leut, en het is meteen een van de best verkocht dichtbundels ooit.’ Dus er zit volgens mij wel een hoop naijver in die wereld.”

Maar vind je het nu wel of niet belangrijk om serieus genomen te worden?

„Nou, niet belangrijk. Bertram Mourits (redacteur van uitgeverij Contact, red.) die heeft in het literaire tijdschrift De Revisor aan mijn gedichten onder het pseudoniem P. Kouwes een artikel van negen pagina’s gewijd. Hij is de eerste die zegt dat ik wel degelijk met klassieke stijlmiddelen werk, die je ook in andere poëzie tegenkomt. Maar ik doe het wel allemaal op instinct, intuïtief.”

Werk je ook zo als je korte verhalen of romans schrijft?

„Ik heb De Tranen van Kuif Den Dolder in tien dagen geschreven. Iedere dag een hoofdstuk. Ik heb nooit zo over de vorm van dat boek nagedacht, het was voor mij heel vanzelfsprekend om een oral history te schrijven over iemand die nooit bestaan heeft. Ik laat per hoofdstuk 35 mensen aan het woord over Kuif, zodat je aan het einde van het boek maar een ding kunt concluderen: we weten helemaal niet of die man bestaan heeft. Misschien zit hij alleen in de hoofden van die mensen en wilden ze heel graag dat hij bestond omdat ze zo’n kutdorp hebben. Daar heb ik niet over nagedacht, maar het werkt blijkbaar wel.”

Word je niet beter als je bewuster te werk gaat.

„Nee, juist niet. Ik moet in februari een roman afhebben en ik heb nog geen reet geschreven. Ik doe een theatertour tot en met december. Maar ik weet wel dat het goed komt. Ik heb een deadline nodig en in januari ga ik drie weken in een huisje zitten. Ik ben nu vooral aan het zoeken naar de toon. Dat was met mijn vorige roman ook zo. Toen ik wist: zo gaat het worden, was het in tien dagen klaar. Zo gaat dat nu ook. Als ik de toon te pakken heb, komt het vanzelf goed. Ik ben als de dood dat te veel bewustzijn mijn instinct in de weg gaat staan.”

Waar gaat die roman over?

„Het zit in de lijn van dat verhaal over mijn zoon die bij AZ voetbalt. Een eerlijk, persoonlijk boek. Ik wil niet zeggen waar het over gaat, maar het is wel een happy onderwerp. Ik blijf nog wel grappige stukjes schrijven, maar ik beleef veel meer plezier aan het schrijven van een goed verhaal. Dat is waar ik nu ben als schrijver.”

Wordt die theatertour net zo serieus en persoonlijk?

„Ik hoop dat we mensen op het verkeerde been zetten. Ze verwachten waarschijnlijk een avondje keihard schuddebuiken, maar ik ga ook dingen doen die mensen niet van mij verwachten. Soulballads zingen, bijvoorbeeld. Het wordt een literaire rock-’n-rollvoorstelling. Spelen-lezen-spelen-lezen. Leon Verdonschot gaat mensen in de zaal interviewen over de belangrijkste plaat in hun leven. Ik schrijf weer gedichten over degene die geïnterviewd wordt. Natuurlijk lees ik ook een absurd verhaal over een sierwortel voor, dat iedereen wil horen.

„Maar het moet niet te makkelijk worden. Daarom zit ik bij De Wereld Draait Door en daarom zoek ik het theater op. Er is niets meer ‘hier en nu’ dan een theater. Het kan mislukken of het is helemaal bingo. Er kan iemand opstaan en zeggen: ik vind je gewoon een dikke, kale lul. Dat vind ik spannend.”

De voorstelling Ook voor vrouwen gaat zaterdag in première in het Parkstad Limburg Theater in Heerlen

Klaas belde aan bij vrouwen, liep meteen door naar de keuken, sloeg hun aanrecht kapot met een snelkookpan en bakte een taart. Gezellig.

Klaas oefende rebirthen. Kroop hij naakt door een pvc-buis. Wij wachtten bij het uiteinde. Moesten we doen alsof we blij waren hem te zien.

Klaas deed oudejaarsconferences. In juni. Wij lachen. Werd hij kwaad. Voor hem was dat werk.

Klaas leerde ons hoe je een mango moest neuken. Kilo’s gingen er bij ons doorheen. Klaas neukte zes dagen dezelfde vrucht. Vakwerk

Klaas was een maand of zes opeens neger. Maar dan wit. Hij liep ook gewoon zoals altijd. Eigenlijk merkte je geen verschil. Toch was je bang.

Klaas las American Psycho voor aan zijn neefje. Naakt, met een stuk bloedend rundvlees op zijn schouder. Nu zou dat niet meer kunnen.

Klaas liep verfwinkels binnen, kocht een 10-liter-emmer dekkend wit, deed de deksel er af en slingerde de inhoud door de zaak. Schreeuwend.

Klaas deed aan openbare boekbepissing. Lagen er twee deeltjes van Suske en Wiske op elkaar en dan piste hij er een hakenkruis op. Uniek.

Klaas was drie dagen homo. Je merkte verder weinig verschil. Hij zat tv te kijken, at iets en sliep. Na drie dagen vond hij het genoeg.

Klaas viel met vrienden bij christenen het huis binnen en probeerde dan, midden in de woonkamer, een ark te bouwen van hun meubilair. Lachen.