Lot Berlusconi nu in handen van parlement

Silvio Berlusconi vecht voor zijn politieke voortbestaan. Het Italiaanse parlement beslist vandaag of het hem nog langer steunt. De premier heeft de hulp van zijn grootste rivaal nodig.

Na maanden van moddergooien binnen zijn coalitie wil de Italiaanse premier Silvio Berlusconi vandaag aantonen dat zijn regering nog altijd op een ruime parlementaire meerderheid kan rekenen. Hij heeft daarvoor de steun nodig van aartsrivaal en Kamervoorzitter Gianfranco Fini die hij voor de zomer uit zijn partij Volk van de Vrijheid heeft gezet. Fini bekritiseerde de manier waarop Berlusconi de afgelopen maanden corrupte partijgenoten de hand boven het hoofd hield en pleit voor meer moraliteit en legaliteit in het openbaar bestuur.

„Er heerst te veel haat en de geschiedenis leert ons dat mensen haat vaak als wapen gebruiken. We moeten ons daarvan bewust zijn en ons zorgen maken”, zei Berlusconi vanochtend in zijn toespraak van bijna een uur waarin hij het parlement om vertrouwen vroeg. Het Huis van Afgevaardigden houdt vanavond om 19 uur een vertrouwensstemming over Berlusconi. De Senaat stemt morgen.

Berlusconi heeft de stemming, en dus de afhankelijkheid van Fini, aan een inschattingsfout te danken. Toen hij Fini eind juli uit de partij zette, had hij niet verwacht dat 33 partijgenoten de Kamervoorzitter zouden volgen. Samen richtten ze de groep Toekomst en Vrijheid op. Berlusconi verloor hierdoor de meerderheid in de Kamer.

Berlusconi, die vandaag 74 wordt, koos er vanochtend voor zich als een staatsman te presenteren die als enige in staat is het land in tijden van crisis te leiden. Naast hem spoorde minister van Financiën Giulio Tremontie de Kamerleden aan te applaudisseren.

Berlusconi herlanceerde het vijfpuntenplan dat bij zijn aantreden tweeënhalf jaar geleden door de Kamer werd goedgekeurd: justitiële hervormingen, meer autonomie voor de regio’s, aandacht voor het arme zuiden, belastingverlaging en minder immigratie.

Zo verheven als zijn toespraak was, zo bloedstollend was de enscenering. Terwijl Berlusconi sprak, zat vlak achter hem zijn aartsrivaal Fini op de stoel van de Kamervoorzitter. Berlusconi kon Fini niet zien, maar voelde de adem van degene in wiens handen zijn lot ligt in zijn nek.

De hele zomer heeft Berlusconi geprobeerd parlementariërs los te weken van Fini en van andere partijen. Volgens de media zou hij enkele Siciliaanse christendemocraten en twee leden van de centrumlinkse coalitie voor zich hebben gewonnen. De oppositie stelt dat Berlusconi ze heeft „gekocht”.

Berlusconi zou nu maximaal kunnen rekenen op 314 stemmen, terwijl hij er 316 nodig heeft. Fini lijkt dus onmisbaar om een regeringscrisis te voorkomen. Het vertrouwen tussen de twee is echter tot een nulpunt gedaald. Berlusconi beschuldigt Fini ervan dat hij een pact met de gerechtelijke macht heeft gesloten om hem te laten sneuvelen. Op zijn beurt meent Fini dat Berlusconi achter de stortvloed aan artikelen in door Berlusconi gecontroleerde kranten zit, die Fini ervan beschuldigen dat hij zijn schoonbroer aan een goedkoop appartement in Monte Carlo heeft geholpen.

Ondanks deze loopgravenoorlog wordt verwacht dat de ‘Finianen’ Berlusconi om strategische redenen zullen steunen. Fini kan het zich niet veroorloven om de regering te laten vallen. Nieuwe verkiezingen komen te vroeg voor zijn jonge parlementaire groep.

Maar ook Berlusconi hoopt tijd te winnen. Een val van zijn kabinet zou president Giorgio Napolitano de kans bieden om zonder nieuwe verkiezingen een nationale regering te laten formeren. Zo’n regering zou de kieswet kunnen wijzigen, die nu juist zo voordelig is gebleken voor Berlusconi. Bij een kabinetscrisis over enkele maanden zou Napolitano minder snel voor een dergelijke optie kunnen kiezen, omdat er dan te weinig tijd overblijft voor een technische regering die hervormingen wil doorvoeren. In 2013 zijn er namelijk sowieso nieuwe verkiezingen.