Loezjkov noemt president Rusland stalinist

Joeri Loezjkov, de Moskouse burgemeester die gisteren door president Medvedev is afgezet, stapt naar de rechter om zijn ontslag aan te vechten. Dat heeft de volkszanger Josif Kobson , een van zijn vertrouwelingen, vandaag bekendgemaakt aan persbureau Interfax.

Loezjkov heeft inmiddels zijn lidmaatschap van de mede door hemzelf opgerichte pro-Kremlinpartij Verenigd Rusland opgezegd. Als reden daarvoor voert hij aan dat de partij hem tijdens de smaadcampagne op de staatstelevisie niet heeft gesteund.

Op de website van het weekblad New Times werd gisterenmiddag een brief gepubliceerd die Loezjkov een dag voor zijn ontslag aan president Medvedev schreef. Daarin beklaagt hij zich over de televisiecampagne die tegen hem is gevoerd. Zo zegt hij onder meer dat de beroemde zangeres Galina Visjnevskaja „de campagne vergeleek met die van de Sovjetautoriteiten tegen haar man (de cellist) Mstislav Rostropovitsj” en haarzelf, toen zij in de jaren zeventig de dissidente schrijver Solzjenitsyn steunden.

In de brief vertelt Loezjkov hoe de staf van Medvedev hem op 17 september informeerde dat de president hem wilde ontslaan en dat hij vrijwillig kon opstappen of anders per decreet zou worden ontslagen. Als enige reden werd een vertrouwensbreuk aangevoerd.

Ook kritiseert Loezjkov de democratiseringsbeloftes van Medvedev. Zo vertelt hij dat toen hij zich in 2008 voorstander toonde van de herinvoering van de verkiezingen voor de posten van gouverneurs en de burgemeesters van Sint-Petersburg en Moskou, Medvedev had geantwoord dat als iemand het niet met hem eens was, hij kon opstappen. Loezjkov vergelijkt die uitspraak met Stalins uitlating: „Wie niet voor ons is, is tegen ons.”

Loezjkov zegt dat hij naar aanleiding van die uitspraak zijn ontslag indiende, maar dat Medvedev dat toen niet wilde aanvaarden.

In die ontslagbrief zou ook hebben gestaan dat „in ons land mensen sinds 1937 de angst hebben om hun eigen mening te verkondigen. Als de leiders van het land met dergelijke uitspraken die angst voeden, als in het parlement wordt gezegd dat dit geen plek voor discussie is, dan is het maar een kleine stap naar een situatie waarin er in het land slechts één leider is, wiens woorden we ‘uit graniet moeten hakken’ en die we moeten volgen zonder ze te betwisten.”