Kritiek op biobrandstoffen Shell in Brazilië

Het Openbaar Ministerie in Brazilië heeft het Brits-Nederlandse energieconcern Shell opgeroepen zijn productie van biobrandstoffen in het Zuid-Amerikaanse land te herzien. Bij de huidige verbouwing van suikerriet worden de inheemse Guarani-indianen van hun land verdreven, en regelmatig ook mishandeld. Suikerriet is de grondstof voor bio-ethanol, dat als brandstof wordt gebruikt.

De kritiek van het OM richt zich in eerste instantie op het bedrijf Nova América, onderdeel van het Braziliaanse Cosan. Met dat concern is Shell vorige maand overeengekomen een gezamenlijk bedrijf te beginnen voor de grootschalige productie van biobrandstoffen. Door die samenwerking is Shell, volgens het Braziliaanse OM, medeverantwoordelijk voor het handelen van Nova América. Dit bedrijf breidt zijn suikerrietplantages agressief uit, met name in de deelstaat Mato Grosso do Sul. Dit gaat ten koste van het leefgebied van de Guarani-indianen, waarvan er naar schatting nog 70.000 wonen in de deelstaat.

Het zelfmoordpercentage onder de Guarani in Brazilië is erg hoog. Ze worden al decennialang teruggedrongen door de oprukkende veeteelt, sojaplantages en in toenemende mate door de uitdijende suikerrietplantages.

De samenwerking met Cosan „brengt Shells toewijding aan biodiversiteit en duurzaamheid in gevaar”, schrijft procureur-generaal Marco Antonio Delfino de Almeida in een brief aan Shell. Ook de ngo Survival International, die zich inzet voor inheemse volksstammen, heeft kritiek op Shell. Een woordvoerder van het concern laat weten dat het „mogelijke oplossingen” bespreekt met de procureur-generaal in Mato Grosso do Sul en met FUNAI, de overheidsinstantie die de rechten van inheemse volkeren beschermt.