'Ik ken die angst voor de leegte'

Regisseur Rudolf van den Berg over de tragiek van hoofdpersoon Jörgen Hofmeester van Tirza. “Hofmeester wil niet meer denken, hij wil verdwijnen.”

„Een goed project onthult altijd iets over jezelf. Toen ik al flink met het scenario van Tirza bezig was, bleek het veel dichter bij me te liggen dan ik me realiseerde. Het gaat over een man die beseft dat alles is mislukt. Ik ken de angst wel dat je tegen die leegte aankijkt: geen huwelijk meer, financiële perikelen, seksuele obsessies, overbodig zijn; allemaal dingen waar ik zelf ook tegenaan ben gelopen.”

Vorige week opende Rudolf van den Bergs verfilming van Arnon Grunbergs Tirza het Nederlands Film Festival. Vanaf morgen is hij in de bioscoop te zien, vrijdag wordt bekend hoeveel van de vijf nominaties voor een Gouden Kalf hij verzilvert. Voor Van den Berg (61) is Tirza de vierde boekverfilming. Hij heeft de roman grondig omgewerkt. Van den Berg legt de nadruk op het laatste gedeelte van het boek, als Jörgen Hofmeester (Gijs Scholten van Aschat) naar Namibië reist om zijn dochter Tirza te zoeken, goot de vertelling in de vorm van een flashbackstructuur en veranderde het einde. Hij kreeg de zegen van Grunberg, die zich niet met de verfilming bemoeide.

„Van Grunberg kreeg ik carte blanche, hij heeft mij Tirza toevertrouwd. Er was één beding: dat het geen verminking mocht worden van het boek. Literatuurverfilmingen zijn vaak saai, omdat ze te angstig aan de structuur van het boek vasthouden. Bij een boekadaptatie raak je onderweg natuurlijk dingen kwijt. Daarbij moet je voortdurend afwegen hoe graag je het erin wilt hebben, maar vooral of alles dienstbaar is aan de dramaturgie van de film. De structuur van de film Tirza is anders dan die van het boek, met flashbacks van Hofmeester. Daarbij lette ik heel erg op dat die flashbacks niet voelen als uitleggerij, ze moesten een extensie zijn van waar Hofmeester op dat moment psychologisch mee bezig is.

„Het prettige van een goed boek is dat je een aantal dingen cadeau krijgt waar je anders heel hard over na moet denken: plot, personages, de setting. Ik ben met boekverfilmingen begonnen omdat ik begin jaren tachtig veel omging met Leon de Winter en hij tegen mij zei: ‘binnenkort komt La Place de la Bastille uit, is het wat voor je?’ Bastille was redelijk succesvol en dus zei Leon ‘laten we er nog een doen’, dat werd Zoeken naar Eileen. Toen belde een producent: ‘er is een script van De Avonden, wil je dat lezen?’ De rest is geschiedenis. Daarna heb ik heel lang geen literatuurverfilmingen gedaan, dus het is niet zo dat ik er naar zoek.”

„Wat mij in Tirza fascineerde was een diepte die ik niet meteen kon peilen. Het gaat over vreselijke dingen die je niet zomaar naast je neer kunt leggen. Je kunt niet zeggen: dit is een casestudy van een gek (hoofdpersoon Jörgen Hofmeester). Dat het allemaal zo navoelbaar is, maakt het juist zo dreigend.

„Het is een heel gelaagd boek. Ik werd bij het lezen gegrepen door het treffende en geladen beeld van Hofmeester, die grote blanke man, eenzaam en vol schaamte ronddolend in de woestijn met het kleine zwarte meisje Kaisa. Wat me ook heel erg prikkelde, was de mogelijkheid om het als thriller te doen, wat dramaturgisch een lekker houvast biedt om de moeilijke thematiek van het boek in een spannende vorm te gieten.

„Er waren twee uitgangspunten: ik wilde geen voice-over van Hofmeesters monologue interieur, want dat is geïllustreerde literatuur, en ik wilde zoveel mogelijk vasthouden aan zijn perspectief. Hofmeester is een man die geterroriseerd wordt door het denken, gek wordt van zijn zelfbeeld en hoe hij door anderen bekeken wordt. Verknipt wordt van zijn vertwijfeling over wie hij is. Hij wil niet meer denken. Hij wil verdwijnen, oplossen.”

‘Tirza’ komt morgen uit in 66 bioscopen. De recensie (vijf ballen) van de film is te lezen op nrc.nl/film.