Hopen op laatste miljoenen

In Spanje zitten 47 kompels al bijna een maand vrijwillig in een mijn opgesloten.

Ze eisen steun, maar elektriciteitsbedrijven hoeven de Spaanse steenkool niet.

Het bedrijf van de opgesloten mijnwerkers heeft door het conflict al ruim een half jaar geen kolen verkocht. Foto Reuters Coal miners read newspapers during the eighth day of their sit-in protest at the mine of Velilla del Rio Carrios, northern Spain September 10, 2010. In the northwestern province of Palencia, 52 miners have been occupying a gallery 500 metres underground in one mine for a week, and 14 in another because they have had no pay for two months in a region where some 10,000 families depend on coal. REUTERS/ Eloy Alonso (SPAIN - Tags: ENERGY EMPLOYMENT BUSINESS CIVIL UNREST) REUTERS

Natuurlijk is hun situatie niet vergelijkbaar met die van hun collega’s in Chili. De 47 Spaanse mijnwerkers die zichzelf begin deze maand op hun werkplek opsloten, vijfhonderd meter onder de grond, geven het meteen toe. „We hebben hier genoeg te eten. We krijgen bezoek, zelfs de krant wordt bezorgd”, vertelt een van hen.

Verderop aan de lange eettafel, opgesteld in een mijngang vol machines, snijdt een collega parten watermeloen. Als toetje is er koffie en kruidenbitter. „Maar”, werpt een van de mijnwerkers tegen, „uiteindelijk hebben we het slechter dan die Chilenen. Daar doet iedereen moeite hen boven te krijgen, hier zouden ze ons het liefst laten zitten.”

De Spaanse kolenmijnbouw is in protest. In verscheidene mijnregio’s protesteren kompels sinds enige weken voor bescherming van hun noodlijdende sector. Ze werpen op snelwegen onaangekondigd brandende barricades op. Anderen houden een mars op Madrid, zijn in hongerstaking of bezetten het ministerie van Industrie. En er zijn de 47 kompels die zich vrijwillig hebben opgesloten in hun mijn ‘El Pozo de las Cuevas’ in de provincie Palencia. Vandaag gaat dag 29 van hun protest in.

Het bivakkeren onder de grond valt zwaar, legt Elías Sagüillo uit terwijl hij een rondleiding geeft door de mijn. De temperatuur schommelt rond de 16 graden en de luchtvochtigheidsgraad bedraagt 82 procent. De vuile matrassen waarop ze slapen, zuigen het vocht op als sponsen. Sagüillo: „Door al het rumoer slapen veel mannen elke nacht maar een paar uur. Dat sloopt je.”

De aanvankelijke aanleiding voor de staking was dat de kompels nog bijna twee maanden loon tegoed hadden van hun werkgever. Inmiddels richt de actie – die in de Spaanse en internationale media veel aandacht krijgt – zich vooral tegen de regering van premier José Luis Rodríguez Zapatero. Op een bord staat geschreven: „Zapatero haal ons hier weg.”

De werkelijke reden van hun situatie, stellen de mijnwerkers, is dat hun sector inzet is geworden van een ingewikkeld steekspel tussen de regering, de grote Spaanse elektriciteitsbedrijven en de Europese Commissie. De mijnwerkers vinden dat Zapatero dit conflict heeft laten ontsporen.

In de kern draait dit conflict om de staatssteun die de mijnsector in de toekomst nog ontvangt. Zonder deze subsidies (310 miljoen euro in 2009) hadden veel Spaanse kolenmijnen decennia geleden al moeten sluiten. Begin dit jaar voerde Madrid een decreet door dat deze hulp op nieuwe wijze moest gaan regelen. Elektriciteitsbedrijven werden verplicht minimaal 15 procent van hun stroom op te wekken uit Spaanse kolen.

De Spaanse elektriciteitsbedrijven reageerden afwijzend. Volgens hen zou dit besluit de stroomprijs fors opjagen. Sinds het uitbreken van de crisis is de mondiale vraag naar energie sterk gedaald. Buitenlandse kolen, maar ook andere fossiele brandstoffen, zijn goedkoper en beter dan Spaanse steenkool. De elektriciteitssector zegde uit protest haar contracten met de mijnbedrijven eenzijdig op.

Uminsa, het bedrijf van de 47 opgesloten mijnwerkers heeft door het conflict al ruim een half jaar geen kolen verkocht. „We hebben een gat van 92 miljoen euro”, vertelt Uminsa-woordvoerder Juan José Valverde. Zijn kantoor aan de mond van de mijn kijkt uit over metershoge bergen onverkochte steenkool. „Lenen lukt vanwege de huidige schaarste op de geldmarkten en alle slechte berichten over onze sector niet.”

Beneden in de mijn nemen de kompels elke snipper nieuws gretig tot zich. Tussen het kaarten, roken en puzzelen door lezen ze de kranten of wisselen met bezoekende journalisten geruchten uit. Ze wachten gespannen af op de wekelijkse vergadering van de Europese Commissie, vandaag. Het dagelijks bestuur van de Europese Unie zal dan een definitief besluit nemen over de kwestie. Volgens de laatste berichten neigt Brussel ernaar Madrid gelijk te geven: Spanje mag dan energiebedrijven verplichten tot een minimumafname van Spaanse kolen.

Geeft de EC inderdaad groen licht, dan komen de mijnwerkers weer omhoog, zeggen ze. Deze zomer bepaalde Brussel dat Madrid nog tot 2014 geld aan de mijnen mag blijven geven – en niet tot eind 2010, zoals eerst de afspraak was. Deze „laatste” steunoperatie, zo heeft Brussel geëist, moet echter dienen om de sociale en milieukosten van mijnsluitingen op te vangen. De extra miljoenen kunnen er alleen een „langzame dood” van maken, verwoordt mijnwerker Elías Sagüillo het.

„In veel mijngebieden zijn de mijnen de enige economische activiteit van betekenis”, vult zijn collega Eleuterio Arto aan. „Wat zouden we hier nog moeten zonder de mijnbouw? De bevolking is hier de afgelopen tien jaar al gehalveerd.”