Het was het systeem

Gisteren las ik dat er maandelijks een half miljoen wordt verdiend aan mensen die vergeten uit te checken met hun ov-chipkaart. Dat is toch lekker binnenhalen, met zo’n nieuw systeem. Ik zou dan ook willen voorstellen dat die maandelijkse 500.000 euro besteed wordt aan iets waar de openbaarvervoerreiziger wat aan heeft. Iets om hem op te vrolijken na de gedachte aan de ov-chipkaart. Aan de stoelen bevestigde emmertjes met gratis salmiaklolly’s, bijvoorbeeld. Of een meereizende singer-songwriter die de hele reis lang de gebeurtenissen in de bus bezingt (en bij elke halte subtiel zijn refrein herhaalt: ‘Check uit! Hou die euro’s lekker zelf en check uit! Piep-piep!’)

Zelf gebruik ik ook al een tijd de ov-chipkaart, ook om met de trein te reizen. Ik moet toegeven dat ik het in het begin nog wel een modern, kosmopolitisch gevoel vond, om de kaart langs allerlei piepende sensors en draaideurtjes te zwiepen. Ondanks het feit dat ik vermoedde meer kwijt te zijn aan mijn tram- en busritjes dan voorheen, dacht ik nog: dit is vooruitgang.

Wel bracht de taak van het uitchecken een zware druk met zich mee. Vroeger kon ik me een reis lang straffeloos verdiepen in een boek, cd of de nobele kunst van het onopgemerkt mensen afluisteren. Nu zit ik elke keer op het puntje van mijn stoel, mijn blik strak op de uitgang gericht terwijl ik in mijn handen panisch mijn chipkaart geklemd houd (dit ziet er dan weer niet zo heel kosmopolitisch uit). En zelfs op deze manier ben ik het al een paar keer vergeten, zodat ik toch langzamerhand bang word dat mijn chipkaart geblokkeerd gaat worden omdat men denkt dat ik een systeemridiculiserende crimineel ben.

Maar mijn ov-chipkaartsentimenten zijn laatst gekenterd. Ik kwam terug met de trein en wilde op het station uitchecken. Het lichtje vlamde echter rood op: ik had onvoldoende saldo. Ik liep meteen naar een automaat en laadde de kaart op. Toen ik opnieuw wilde uitchecken kreeg ik een groen lichtje: ‘welkom abonnement!’ Dit was de tekst die hoorde bij het inchecken. Vertwijfeld drukte ik nogmaals mijn kaart tegen de machine: nu was ik weer uitgecheckt. Hier gaf ik het op. Eenmaal thuis belde ik de ov-chip-ik-snap-er-geen-hout-meer-van-lijn: „Ik heb precies gedaan wat ik moest doen”, zei ik. De mevrouw aan de andere kant wist me te vertellen dat ik inderdaad niet had uitgecheckt. „Maar dat was niet mijn schuld”, zei ik. „Het was een fout in het systeem! Kunt u dat niet wissen? Ik ben geen crimineel! Het was het systeem!” De mevrouw kon het niet wissen en wilde me ook niet vertellen na hoeveel keer precies mijn kaart geblokkeerd zou worden. Toen ik nogmaals benadrukte dat er een fout in de techniek zat, concludeerde ze: „Dat is spijtig.”

Vanaf nu bekijk ik de geldslurpende kaart met andere ogen. En wil ik alles proberen om het systeem te ontwrichten.

Renske de Greef