Het regeerakkoord is klaar

In de Tweede Kamer ging het gisteren over de Algemene Financiële Beschouwingen.

Maar wat iedereen echt wilde weten, is wat er in het nieuwe regeerakkoord staat.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Het wekelijkse vragenuurtje ging gewoon door. Alsof er niets aan de hand was, praatte de Tweede Kamer aan het begin van de middag over de bestrijding van kinderporno, het gebruik van antibiotica in de veehouderij en bonnenquota bij de politie. Typische vragenuurtjesonderwerpen.

Toch was het voor iedereen op het Binnenhof duidelijk: dit was alles behalve een gewone dag. Tijdens de ondervraging van demissionaire ministers was dat onder meer te zien aan het grote aantal lege zetels – dat was nog hoger dan normaal, vooral in de compartimenten waar VVD’ers en CDA’ers horen te zitten. Die overlegden in achterkamertjes of dribbelden tussen de journalisten in de ruimte naast de plenaire zaal. Alert. Gespitst op nieuws. Bewust van gebeurtenissen die later in de week zouden volgen.

Want tijdens het vragenuurtje was al duidelijk: regeerakkoord en gedoogakkoord zijn af. Klaar, over, uit.

Maar bijna niemand mag ze nog zien. Op maandagavond deelden de onderhandelaars het eindresultaat met de belangrijkste leden uit hun fractie en een enkele fractiemedewerker die mee hebben onderhandeld – niet aan de ‘hoofdtafel’ van de formatie, maar in kleinere werkgroepen die zich in de afgelopen weken over specifieke onderdelen bogen. Dinsdagochtend om elf uur, drie uur voor het vragenuurtje, kwam het Bureau Woordvoering Kabinetsformatie, dat tot dusver nauwelijks mededelingen had gedaan, met de mededeling dat de formatie in een „afrondend stadium” verkeerde.

Zo goed als alle journalisten met een Kamerpas togen twee uur later naar het plein voor het gebouw van de Eerste Kamer, om daar te wachten op de zes hoofdonderhandelaars. Toen ze er eenmaal waren, luidde de vraag: wat moesten ze eigenlijk nog bespreken? Hoe afrondend was het afrondende stadium? Ze kregen één quote van Maxime Verhagen (CDA): „We hopen vandaag wat laatste knopen door te hakken.”

Een nietszeggend antwoord op een kansloze vraag. Zoals dat altijd gaat tijdens formatieonderhandelingen. Maar het lukte. ’s Avonds meldden ze eruit te zijn. De fracties van PVV, VVD en CDA krijgen vandaag de tijd erover te vergaderen. En dan moet iedereen wachten op het CDA-congres, waar de partijleden hun oordeel over de akkoorden mogen geven.

Overdag lieten de hoofdrolspelers nog niets los. Direct voor de stemmingen, even na het vragenuurtje, moest Mark Rutte naar de wc. Hij liep de plenaire zaal uit en direct werd hij belaagd door journalisten. Rutte scheepte ze af: „Als alles straks weer normaal is, praat ik graag met jullie. Nu houd ik me aan de radiostilte.” Waarom keek hij dan zo vrolijk, vroeg een journalist. „Een liberaal is altijd goed gemutst.” Hij zei het maar liefst twee keer. Niemand iets wijzer.

Na de stemmingen volgden de Algemene Financiële Beschouwingen. De begroting die het demissionaire kabinet heeft gepresenteerd was onderwerp van debat. Doorgaans een serieuze aangelegenheid: alle uitgaven van de overheid vallen onder het budgetrecht van het parlement. De begroting is een wet die moet worden aangenomen.

Op hoeveel tegenstand, zo luidde de vraag die aan het debat voorafging, zou het vertrekkende kabinet stuiten, het kabinet van CDA en ChristenUnie dat op slechts 26 van de 150 zetels steunt. Het antwoord liet vooral iets anders zien: een glimp van de nabije toekomst, voor de dagen na de presentatie van een nieuw rechts kabinet. De VVD, nog even de grootste oppositiepartij van het land, leverde een staaltje moderne achterkamertjespolitiek. VVD-parlementariër Frans Weekers zei niet „de politieke ruimte” te hebben om nu te tornen aan de voorgestelde begroting. Weekers: „Vandaag spreek ik namens de grootste oppositiepartij en misschien ook wel namens de meest loyale oppositiepartij.”

Volgens Weekers is het voor hem politiek onmogelijk om te schaven aan de begroting van 2011 omdat die rechtstreeks verbonden is met het uit te onderhandelen regeer- en gedoogakkoord. „Een devaluatie van de Tweede Kamer”, noemde SP’er Ewout Irrgang die opstelling. En: „minachting van het parlement”.

Weekers’ houding deed denken aan de manier waarop toenmalig CDA-fractievoorzitter Pieter van Geel begin vorig jaar een zwaar uitonderhandeld, aangepast regeerakkoord presenteerde: de oppositie, zei hij, kon er geen letter aan veranderen. De toen nog negenkoppige PVV-fractie verliet demonstratief het Huis van de Democratie. De twee financiële specialisten van de PVV sloegen dit keer met een triomfantelijke blik de discussie over de schoffering van het parlement gade.

PVV’er Tony van Dijck deed even later weinig moeite om de Kamer van zijn standpunten te overtuigen. De partij die 1,5 miljoen kiezers trok had slechts 5 minuten spreektijd aangevraagd om over 3,2 miljard euro bezuinigingen te spreken. Dat stak schril af tegen de 40 minuten die de PvdA had aangevraagd en de tien minuten die de tweekoppige fractie van de SGP wilde gebruiken.

„Laat u Henk en Ingrid nu al in de steek”, was de voor de hand liggende vraag van de oppositie op de volledige instemming van de PVV met de bezuinigingen van die het demissionaire kabinet voorstelt. „Het puinruimen is begonnen” zei Van Dijck. Hij verhulde nauwelijks zich te verkneukelen over de nog veel hardere bezuinigingen die voor de deur staan. „Wacht maar af”, zei hij. „Dit is nog maar het begin.”

Ronald Plasterk, die de begroting „over het geheel” een „verstandige nota” noemde, waarschuwde voor ideologische boosheid en blinde drift. „Dit is echt een hartekreet van mij. Ik maak mij zorgen over de sfeer van revanchisme.”

Hij doelde op snijden in het aantal ambtenaren, in de sociale zekerheid en in de zorg; bezuinigen op de publieke omroep, ontwikkelingssamenwerking, en zo meer. Wil rechts dit omdat het nu eenmaal moet om de overheidsfinanciën gezond te houden? Of spelen andere motieven een rol? Morgen zal blijken hoe hard de bezuinigingen zullen zijn – althans, dat hebben de onderhandelaars gisterenavond beloofd. De manier waarop de komende regeringspartners met kritiek omgingen bij de Financiële Beschouwingen, biedt weinig hoop voor de oppositie: met weinig woorden en door te wijzen op hun meerderheid, hoe nipt die ook is.

Gaan die regeringspartners er dan vanuit dat inderdaad alleen rechts de vingers zal aflikken bij het regeer- en gedoogakkoord? De vraag werd Rutte gisteravond na een verwarrende dag gesteld. Nee, zei hij, dit wordt een kabinet waar „veel mensen” zich de vingers bij konden aflikken.

De grote politieke vraag de komende dagen is of ook genoeg CDA’ers dat zo zien. Verhagen nam alvast een voorschot op de discussie die volgt: hij sprak van een ‘centrum-rechts kabinet’. Centrum. In het Kamerdebat was er nog weinig van te merken.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer