Het is een gotspe dat deze geschiedenisdiscussie nu opnieuw gevoerd wordt

Het verschil van inzicht tussen directeur en een lid van de raad van toezicht van het Rijksmuseum Amsterdam is pijnlijk. Wat voor soort museum moet het worden? En hoe moet het zich tot het Nationaal Historisch Museum gaan verhouden?

In 1998 en 2002 heeft de Raad voor Cultuur op dat punt de toenmalige staatssecretaris van Cultuur geadviseerd. Eerst om de ‘menging van kunst en geschiedenis’ die het nieuwe Rijksmuseum toen al nastreefde, in het juiste perspectief te plaatsen. Vervolgens om de komst van een ‘Boulevard voor het Actuele Verleden’, de voorloper van wat nu het Nationaal Historisch Museum is, niet tot splijtzwam van de Nederlandse museumwereld te maken.

Beide keren was het advies aan dovemansoren gericht. Ondanks de lange tijd die het museum had om publiek te experimenteren met nieuwe, spannende combinaties van kunst en geschiedenis, is daar tot op heden niets van vernomen. Ook waarschuwde de Raad voor Cultuur dat ‘historisch besef’ niet iets is wat breed onder de bevolking zal ontstaan dankzij de oprichting van uitgerekend een nieuw museum. Als je toch iets met musea op dat gebied wilt, verbind dan de vele bestaande musea.

Het is een gotspe dat dit belegen drama nu weer als nieuw wordt opgevoerd, waarbij een van de protagonisten nota bene in de raad van toezicht van zowel het Rijksmuseum als het Nationaal Historisch Museum zit.

Dr. Riemer R. Knoop

Lid Raad voor Cultuur, voorzitter commissie Musea, 2001-2005, Amsterdam