Generaal: bewaken trainers Nederland onnodig

Nederland kan ook bijdragen aan de NAVO-missie in Afghanistan door gespecialiseerde politie- en legerinstructeurs naar de grote opleidingscentra in het land te sturen. Zij hoeven dan niet beschermd te worden door een veelvoud aan Nederlandse militairen, omdat zij veel minder gevaar lopen dan in de provincie. De Amerikaanse driesterrengeneraal William Caldwell, hoofd van de NAVO-trainingsmissie in Afghanistan, riep Nederland gisteren op om dit „te overwegen”.

„Onze mensen trekken niet het veld in en hoeven geen nachtelijke operaties uit te voeren. Ze verblijven op een goed beveiligd terrein. Ze staan niet aan veel gevaren bloot”, zei Caldwell gisteren in Brussel, waar hij de voortgang van de leger- en politieopleiding besprak met de militaire commissie van de NAVO. Hij wees erop dat tot nu toe onder zijn leiding geen instructeurs zijn omgekomen.

Twee weken geleden werd bekend dat de NAVO-missie ISAF het nieuwe Nederlandse kabinet om een substantieel deel zal vragen van de tweeduizend instructeurs die in de provincies – waaronder Uruzgan – nodig zijn om militairen en agenten na een basiscursus verder op te leiden in de praktijk. De beoogde coalitiepartners VVD en CDA zijn voorstander van zo’n missie, waarbij honderden militairen nodig zijn voor bescherming. Een grote militaire uitzending is omstreden omdat het vorige kabinet viel over een mogelijke verlenging van de missie in Uruzgan.

Caldwell wijst nu op „de mogelijkheid om betrokken te zijn” door gespecialiseerde instructeurs voor de grote opleidingscentra te leveren. „Ik kan instructeurs voor de politie gebruiken, voor medische verrichtingen en ook voor het leger”, zegt hij. Hij beschikt momenteel over 3.500 opleiders en zoekt nog ruim 400 specialisten. „Als die er niet snel komen, loopt de overdracht vertraging op.”

Veel landen staan onder binnenlandse politieke druk om hun troepen uit Afghanistan terug te trekken. Binnen vijf jaar moeten leger en politie zelf de verantwoordelijkheid voor de veiligheid nemen. De groei van leger en politie blijft echter achter bij de verwachtingen, zowel kwantitatief als kwalitatief.

Een belangrijke reden hiervan is volgens Caldwell de hoge uitval. Veel agenten en militairen sneuvelen, anderen geven het werk op omdat het te gevaarlijk zou zijn. In oktober 2011 moeten er in totaal 254.000 man in dienst zijn. Om dan over de nog ontbrekende 50.000 man te beschikken, moeten er 133.000 personen worden geworven en opgeleid, schat hij.