Gea bakt broodjes en zit ook achter de kassa

WSW’ers konden vroeger alleen terecht in sociale werkplaatsen. Nu werkt de helft in de sociale werkvoorziening. Maar van verdere doorstroming komt weinig terecht.

Patricia Veldhuis

Dit is Gea Wilting. Grote, onzekere ogen in een lief gezicht. Als ze praat, zoekt haar blik voortdurend die van begeleider Jacqueline Albregt. Ze zitten naast elkaar in het ‘tuincafé’ van de Intratuin in Arnhem. Op een paar koffiedrinkende zestigplussers na is nog rustig, deze donderdagochtend.

Gea, 48 jaar, heeft een verstandelijke beperking, zoals dat heet. Gewoon werk, bij een regulier bedrijf, zit er voor haar niet in. Maar dat vindt Gea niet erg. ’s Morgens, heel vroeg, pakt ze de bus in Bemmel, waar ze woont met haar vader. Als ze een uur later binnenkomt bij Intratuin bakt ze broodjes, daarna ruimt ze op of vult ze de koffieapparaten. Als ze om zes uur weer thuiskomt, heeft haar vader het eten klaar. Haar moeder leeft niet meer. „Maar mijn zus komt elke dag even kijken.”

Intratuin is een van de bedrijven waar mensen als Gea wel kunnen werken op een zogeheten WSW-plek voor mensen met een verstandelijke, psychische of lichamelijke aandoening. Vroeger werkten ze alleen beschermd binnen de muren van sociale werkvoorzieningbedrijven, tegenwoordig werken ze steeds vaker buiten de deur.

Volgens de brancheorganisatie Cedris werkt ongeveer de helft van de 100.000 WSW’ers in de sociale werkvoorzieningbedrijven. De rest werkt bij de gemeentelijke groenvoorziening en – met subsidie en begeleiding – bij een gewone werkgever.

In deze Intratuin in Arnhem werken ongeveer 70 WSW’ers. Ze worden begeleid en ondersteund door ‘normaal’ personeel. De WSW’ers werken er op vrijwillige basis, vertelt Joan van Poelje, directeur van Presikhaaf Bedrijven, dat ze opleidt en ‘uitleent’ aan bedrijven.

De uitkeringsinstantie UWV maakt een screening. Niet alle arbeidsgehandicapten zijn immers geschikt om te werken. Degenen die dat wel zijn, komen op een wachtlijst. „Zij hóeven niet te werken, maar kiezen er zelf voor. Dat maakt ze dubbelgemotiveerd.”

Soms stromen WSW’ers door naar een normale, niet gesubsidieerde baan. Maar dat is voor weinigen weggelegd. Vanuit Presikhaaf Bedrijven worden jaarlijks meer dan honderd medewerkers gedetacheerd bij bedrijven in de regio. De uitstroom naar regulier werk, zonder begeleiding of subsidie is vrijwel nihil. „Onze mensen hebben toch een steuntje in de rug nodig om zich staande te houden op de arbeidsmarkt”, zegt Van Poelje.

Of Gea ooit in een gewone baan zal functioneren, is de vraag. Feit is dat ze hier de afgelopen jaren stapje voor stapje steeds meer leerde. Van begeleider Jacqueline, maar ook van de docenten die hier via het plaatselijke ROC vrijwel dagelijks les geven. „Gea kan nu zelfs kassa draaien”, zegt Jacqueline trots. „Toen ik hier tien jaar geleden begon als begeleider en afdelingschef stond ze alleen maar schoon te maken. Ze heeft een ontiegelijke sprong gemaakt.”

Gea, fluisterend: „Ik heb diploma’s gehaald. Dat had ik nooit verwacht”.

Jacqueline: „We mikken nu zelfs een stukje hoger. Heb je er straks weer een diploma bij.”

Gea: „Ik ga ’s avonds ook naar school, voor Nederlands en computerles.”

Jacqueline: „Gea roept altijd: ‘Ik ben geen dommerik!’ En dat is ook zo. Ze is bovendien nooit sacherijnig en vindt alles leuk.”

„Behalve als ik net een vloer heb gedweild, en mensen lopen er dwars doorheen”, zegt Gea. „Of als het druk is bij de kassa.”