Fortis had al in 2007 geldgebrek

Op het moment dat Fortis zijn plannen ontwikkelde om ABN Amro over te nemen, in het voorjaar van 2007, had het eigenlijk al niet genoeg geld in kas.

Al in het voorjaar van 2007 was Fortis niet in staat om de beoogde overname van ABN Amro te verteren. In die maanden aasde het Belgische financiële concern samen met Royal Bank of Scotland en Santander op de Nederlandse bank ABN Amro.

Om de ontoereikende kapitaalspositie voor deze overname te versterken overwoog Fortis een draconische en impopulaire maatregel, zo blijkt uit een interne memo van Gilbert Mittler. De financieel directeur schreef in april 2007: „De betaling van het halfjaarlijkse dividend zou kunnen worden uitgesteld. Dat is goed voor circa 900 miljoen euro.” Het idee werd voorgelegd aan de raad van commissarissen op 18 april.

Een maand later was het voorstel om het dividend niet uit te keren volledig van tafel verdwenen. In plaats daarvan werd de Nederlandse verzekeringstak van Fortis door Brussel verplicht om 900 miljoen euro uit de eigen reserves over te hevelen naar de holding, zodat met dit geld het halfjaarlijkse dividend aan de aandeelhouders kon worden uitgekeerd. Dit was bij Fortis nooit eerder gebeurd. De noodgreep vond plaats in augustus 2007, enkele weken voor minister Bos van Financiën op voorspraak van De Nederlandsche Bank (DNB) zijn verklaring van geen bezwaar voor de acquisitie van ABN Amro verleende.

Een bezorgde Jos Baeten, topman van de Nederlandse verzekeringstak (nu bestuursvoorzitter van ASR), nam hierover contact op met Rudi Kleijwegt, divisiedirecteur toezicht bij DNB. Hij vroeg de toezichthouder het onttrekken van de miljoenen te blokkeren, want volgens hem zou dit geld in een bodemloze put verdwijnen. Zijn oproep kreeg geen gehoor. Het kapitaal werd gestort en het dividend uitgekeerd.

Fortis worstelde niet alleen met een te krappe kapitaalsbasis, het concern had ook een structureel liquiditeitstekort. Op 10 augustus 2007 werd bekend dat de Europese Centrale Bank (ECB) de geldkraan wijd had opengezet om 49 Europese banken te helpen in hun financieringsnood op korte termijn, waaronder Fortis.

Fortis keek in de zomer van 2007 aan tegen een liquiditeitsgat van 70 miljard, goed voor tien procent van het balanstotaal: geld dat op korte termijn op de interbancaire markt moest worden geleend. Bij de bestuurstop van Fortis was er grote nervositeit over die geldbehoefte, want het concern stond aan de vooravond van een historische claimemissie van 13,4 miljard euro om de overname van ABN Amro te financieren.

Filip Dierckx, hoofd van de divisie zakelijk bankieren, stelde toen verregaande maatregelen voor om de geldnood te lenigen. Op 28 augustus 2007 meldde hij aan zijn collega’s in het directiecomité dat er hierover nauw overleg was met de Belgische toezichthouder CBFA, maar de bestuursleden van Fortis waren van dit liquiditeitstekort en de noodinjecties van de ECB niet op de hoogte. In het 354 bladzijden dikke prospectus voor de kapitaaluitgifte is hierover niets terug te vinden. Wel staat er: „Fortis heeft zijn sterke liquiditeitspositie sinds het begin van de mondiale kredietcrisis op strakke wijze beheerd.”

Tweede Kamerlid Jan de Wit (SP), voorzitter van de parlementaire commissie die de oorzaken van de kredietcrisis onderzocht, reageert verrast. „Ik wist niet dat Fortis toen al kampte me een acuut geldtekort en noodkredieten van de ECB nodig had”, zegt hij. „Ook de noodgreep om het dividend uit te keren was mij niet bekend.”

Dit najaar start de commissie een parlementaire enquête naar de verleende staatssteun aan banken en verzekeraars. Het onderzoek gaat over de periode vanaf september 2008. „Maar als de Kamer dit wil, dan kunnen die feiten uit de zomer van 2007 zeker aan de orde komen”, aldus De Wit.

Het boek De Kloof, hoe de breuk tussen Belgen en Nederlanders Fortis fataal werd van Piet Depuydt verschijnt morgen bij uitgeverij Prometheus.