Ex-bankier ABN Amro krijgt alsnog miljoenen

Voormalig ABN Amro-bankier Michiel de Jong kan toch zijn volledige vertrekregeling van 6,2 miljoen euro tegemoetzien, plus een achterstallige bonus van 1,25 miljoen. Dat heeft het gerechtshof Arnhem gisteren bepaald.

Michiel de Jong (49) kwam na de verkoop van ABN Amro aan het internationale bankenconsortium in 2007 terecht bij de zakenbankdivisie van Royal Bank of Scotland (RBS). Omdat de opsplitsing van de bank juridisch nog niet was gerealiseerd, bleef ABN Amro formeel zijn werkgever.

Na een half jaar in de top van RBS te hebben gezeten, werd zijn contract in april 2009 ontbonden. De Jong aanvaardde zijn ontslag, maar niet de daarbij aangeboden vergoeding van 2,5 miljoen euro. Hij had volgens zijn arbeidscontract recht op 6,2 miljoen. De Jong stapte naar de rechter, ook om een toegezegde bonus van 1,25 miljoen euro over 2008 op te eisen

De Amsterdamse kantonrechter gaf hem in oktober vorig jaar ongelijk. De rechter oordeelde dat het niet redelijk was dat De Jong het volle pond eiste, omdat de bank er door de financiële crisis slecht voorstond. Bovendien was er veel maatschappelijke onrust over bankiersbonussen.

In hoger beroep oordeelde het gerechtshof gisteren dat de kredietcrisis „niet tot gevolg heeft dat ABN Amro de toegezegde vergoedingen niet kan betalen”.

Negen andere voormalige ABN Amro-managers, allen lager in rang dan De Jong, hebben gisteren eveneens gelijk gekregen in hun aanspraken op vertrekpremies. In hun geval had de kantonrechter in Utrecht hun eisen in eerste instantie ook al gehonoreerd. Hier was de bank in hoger beroep gegaan.