Elke uitgang loopt door de museumwinkel

Exit Through The Gift Shop. Regie: Banksy. In 13 bioscopen. *****

Documentaire, mockumentary of mystificatie: ‘street artist’ Banksy speelt in Exit Through The Gift Shop een geraffineerd spel met feit en verdichting. In de kunst, waar het verschil tussen authentiek en nep zich in miljoenen euro’s vertaalt.

Banksy houdt stug overeind dat Exit een ordinaire documentaire is. „Ik weet niet waarom zoveel mensen zich laten wijsmaken dat mijn film bedrog is,” emailt hij. Van zo’n formulering word je pas echt wantrouwig. Zijn ‘street art disaster movie’ begint als flitsend gemonteerd overzicht van straatkunst, de tegencultuur waarin Dada en graffiti zich verenigden. Een vluchtige kunstvorm, groot gemaakt door internet. Want alleen gefilmd en vermenigvuldigd krijgt straatkunst waarde.

De Britse kunstenaar Banksy is de ongekroonde koning van het genre met zijn sardonische graffiti, installaties en stuntwerk: zo plaatste hij een pop van een Guantanamogevangene in Disneyland. Banksy houdt zijn identiteit zorgvuldig geheim. Hij is een wandelende paradox: beroemd door anonimiteit, geaccepteerd door nonconformisme, rijk door antikapitalisme. Want de rebel is allang ingekapseld: zijn handtekening staat garant voor honderdduizenden euro’s.

Exit Through The Gift Shop gaat niet over hem, maar over de talentloze Thierry Guetta. Een Franse charlatan die lijkt op een zigeunerbaron en die in Los Angeles oude vodden verkoopt als vintagemode. Guetta filmt alles wat hij ziet zonder aan die beelden enige betekenis te kunnen geven. Een neef, straatartiest Space Invader, introduceert Guetta in de ‘street art’. Collega’s laten hun nachtelijke avonturen graag door hem filmen. Zo ontmoet hij Banksy.

In het opwindende begin van Exit volgen we de klimpartijen en het kat-en-muis met de politie, dan neemt de film een rare wending. Banksy zet Guetta onder druk om zijn tienduizenden uren videotape om te zetten in een documentaire over street art, Guetta weet slechts de beeldendiarree LifeRemoteControl te produceren. Waarna Banksy zijn tapes opeist om zelf de documentaire te maken en Guetta wegstuurt met de aanmoediging straatartiest te worden. Dat loopt mis: Guetta doopt zichzelf tot Mr. Brainwash en breekt door met de mega-exposities Life is Beautiful in Los Angeles (2008) en Icons in New York (2010). Volstrekt afgeleide kunst, industrieel vervaardigd door assistenten die willekeurig ‘iconische’ beelden recombineren: Elvis met kalasjnikov, Madonna als Marilyn Monroe gezeefdrukt door Andy Warhol. Het werk lijkt erg op dat van Banksy, maar zonder één oorspronkelijke gedachte.

Veel wijst erop dat Thierry Guetta een performance is, een clown die in dienst van Banksy hyperigheid en kuddegeest, neprebellie en inkapseling in de kunst op de korrel neemt. Dat maakt Guetta/Mr. Brainwash als personage vileiner dan al die andere provocateurs: The Yes Men, Sacha Baron Cohen of Joaquin Phoenix. Zij spelen hun rol om iets te onthullen: racisme, homofobie, hypocrisie. Maar als kijker doorzien wij dat en lachen om degenen die er instinken. Bij Exit ontbreekt zo’n veilig anker. Vermoedelijk is Mr. Brainwash een farce, zeker is dat niet.

Het maakt Exit tot een zeer interessant experiment, niet zozeer tot demasqué van de kunst. Banksy moppert dat talent er wel toe doet, maar toont hoe je een talentloze flapdrol tot hype maakt. Al was Mr. Brainwash in het echt hooguit een minihype: critici kraakten hem en of zijn werk veel geld opbrengt, is twijfelachtig. Hoewel dat – volgende paradox! – mogelijk onterecht is. Want als Banksy de echte auteur is van Mr. Brainwash’ werk, wordt dat veel waard. Er valt geen deuk te slaan in de geleiachtige inkapselingmachine die kunst is. Elke uitgang loopt door de museumwinkel.