'Elke nieuwe regering moet dezelfde realiteit onder ogen zien'

Zaterdag kiezen de Letten een nieuw parlement. Premier Dombrovskis loodste het land vakkundig door de crisis, maar weet niet of hij kan aanblijven.

Valdis Dombrovskis zal niet in de kronieken belanden als charismatisch staatsman of groot oratorisch talent. Het ronde, emotieloze gezicht van de Letse premier is moeilijk te onderscheiden van dat van zijn ambtenaren. Hij praat zacht – en alsof niet hij, maar iemand anders de lakens uitdeelt. Juist daarom is hij populair. Naast het legertje cynische leiders dat doorgaans door Letland paradeert, geldt Dombrovskis (39) als een verademing. Geen prater, maar doener. Onder zijn hoede doorstaat Letland (2,2 miljoen inwoners) een van de zwaarste recessies sinds de val van het communisme. En dat zonder grote sociale onrust. Een buitengewone prestatie binnen de Europese Unie.

Zaterdag kiezen de Letten een nieuw parlement en hoewel de partij van de rechts-liberale Dombrovskis het goed doet in de peilingen, is zijn aanblijven als premier niet zeker. Het sterk versplinterde politieke landschap van Letland, waar veelkoppige coalities de norm zijn, is onberekenbaar.

Er staat veel op het spel. Tot medio 2008 was de Letse economie de snelst groeiende van de EU om daarna, door een combinatie van vastgoedspeculatie, explosieve loongroei en dubieuze begrotingspolitiek, om te slaan in de hardst krimpende, met 18 procent in 2009. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de EU schoten te hulp, maar stelden strenge voorwaarden, zoals de drastische verlaging van ambtenarensalarissen.

Nu het ergste voorbij lijkt, volgend jaar wordt weer groei verwacht, neemt de kritiek toe. De oppositie spreekt van „fiscale bezetting” door het IMF en eist nieuwe onderhandelingen over het hulppakket. „Verkiezingspraat”, noemt ‘de redder van Letland’ dat tijdens een gesprek in zijn kanselarij.

Het herstel in Letland is nog kwetsbaar. Kunnen de verkiezingen het in gevaar brengen?

„Dat lijkt me niet. De campagne produceert kunstige ideetjes, ik hoorde zelfs iemand zeggen dat we onze schulden maar gewoon niet moeten terugbetalen. Elke nieuwe regering moet straks dezelfde economische realiteit onder ogen zien. Het is essentieel dat we het stabiliseringplan van het IMF succesvol afsluiten.”

U bezuinigt hard, maar bent nog steeds populair. Hoe kan dat?

„Ik denk dat de samenleving tot op zekere hoogte begrijpt dat we geen keus hebben. Er is te lang onverantwoordelijk gehandeld: in de goede jaren, toen de economie met meer dan tien procent groeide, hadden we een begrotingstekort. Door een genereus belastingregime droeg de overheid zelf bij aan speculatie op de vastgoedmarkt. En we importeerden veel meer dan we exporteerden, met een handelstekort zonder precedent tot gevolg. De bezorgdheid hierover kwam te laat.”

Voelt u zich slechter behandeld dan de Grieken?

„Daar kun je over twisten en in de aanloop naar de verkiezingen gebeurt dat helaas ook. Het IMF leent aan landen die nergens anders meer kunnen lenen en heeft voor die landen een standaard recept: bezuinigen. Een aantrekkelijker alternatief was er niet.”

Letland kwam al aan het begin van de bankencrisis in de problemen. Was dat uw pech?

„Zo zou je het kunnen zeggen. We waren vlak na IJsland en ongeveer tegelijk met Hongarije. Toen wij drastisch moesten bezuinigen, deden de oude lidstaten van de EU het tegenovergestelde, zij probeerden uit de crisis te komen met fiscale stimuleringsmaatregelen. Dat was toen een raar contrast, maar nu moeten ook die landen er aan geloven. Aan bezuinigen ontkomt niemand.”

Hoe zorgt u ervoor dat Letland niet terugvalt in oude fouten?

„We kunnen er niet meer op rekenen dat binnenlandse consumptie en vastgoed de economie trekken. We zullen het moeten hebben van de export. Om die reden zijn we EU-fondsen nu ook anders gaan gebruiken, ter ondersteuning van entrepreneurs en nieuwe fabrieken. Zo hebben we een systeem van kredietgaranties voor exporteurs ingevoerd. Dat lijkt te werken: in juli is de industriële productie met 18 procent gestegen, de export met 42 procent.”

Estland, uw noorderbuur, voert op 1 januari de euro in, wat gezien wordt als een concurrentievoordeel. Maakt u zich zorgen?

„Dat kan nadelig zijn, maar ik zie ook positieve aspecten: het groene licht voor Estland heeft een einde gemaakt aan speculaties over uitstel van de uitbreiding van de eurozone en aanscherping van toelatingscriteria. Dat is belangrijk, want ook wij willen de Europese munt invoeren, in 2014.