Demonstreren op 500 meter diepte

Spaanse mijnwerkers protesteren onder de grond omdat ze geen salaris meer krijgen. Door de malaise in de energiesector is Spaanse steenkool niet meer gewild, zelfs niet in eigen land.

Natuurlijk is hun situatie niet vergelijkbaar met die van hun collega’s in Chili. De 47 Spaanse mijnwerkers die zichzelf begin deze maand op hun werkplek vijfhonderd meter onder de grond insloten, geven het meteen toe. „We hebben hier genoeg te eten. We krijgen bezoek, zelfs de krant wordt bezorgd”, vertelt een van hen, terwijl hij een bord bonen met vlees naar binnen werkt.

Verderop aan de lange eettafel, opgesteld in mijngang vol machines, snijdt een collega parten watermeloen af. Toe is er straks ook nog koffie en kruidenbitter. „Maar”, werpt een van de mijnwerkers tegen, „uiteindelijk hebben we het slechter dan die Chilenen. Daar doet iedereen moeite hen boven te krijgen, hier zouden ze ons het liefst laten zitten.”

De Spaanse kolenmijnbouw is in protest. In verscheidene mijnregio’s demonstreren kompels sinds enige weken voor bescherming van hun al decennia noodlijdende sector. Ze werpen op snelwegen onaangekondigd brandende barricades op. Anderen houden een mars, zijn in hongerstaking of bezetten het ministerie van Industrie. En er zijn de 47 kompels die zich vrijwillig hebben opgesloten in hun mijn ‘El Pozo de las Cuevas’ in de provincie Palencia in het zuiden van Spanje. Vandaag gaat dag 29 van hun protest in.

Bivakkeren onder de grond valt zwaar, legt Elías Sagüillo uit terwijl hij een rondleiding geeft door de mijn. De temperatuur schommelt rond de 16 graden en de luchtvochtigheidsgraad bedraagt 82 procent. De vuile matrassen waarop ze slapen, zuigen vocht op als sponsen. „Door al het rumoer pakken veel mannen elke nacht maar een paar uur slaap. Dat sloopt je, helemaal als je ook nog thuis moet missen.” Aan ijzeren kettingen hangen tekeningen die de kinderen hebben gemaakt naast foto’s van de echtgenotes.

De aanleiding voor de staking was dat de kompels nog bijna twee maanden loon tegoed hadden van hun werkgever. Maar inmiddels richt de actie zich ook tegen de regering van premier José Luis Rodríguez Zapatero. Op een bord, dat tevens vermeldt hoeveel dagen en uren ze onder de grond zitten, staat: „Zapatero haal ons hier weg.”

De werkelijke reden van hun situatie, stellen de mijnwerkers, is namelijk dat hun sector inzet is geworden van een complex steekspel tussen de regering, de grote Spaanse elektriciteitsbedrijven en de Europese Commissie (EC). De kompels vinden dat Zapatero dit conflict heeft laten ontsporen. Ze rekenen de premier dit extra aan, omdat hij uit León komt, een regio met veel kolenmijnen.

In de kern draait het conflict om de staatssteun die de mijnsector ontvangt. Zonder subsidies hadden veel Spaanse kolenmijnen decennia geleden al moeten sluiten. Vorig jaar gaf Madrid 310 miljoen euro aan de sector, die aan nog krap 10.000 mensen werk biedt.

Begin dit jaar voerde Madrid een decreet door dat de hulp op nieuwe wijze moet gaan regelen. Een van de bepalingen hierin verplicht elektriciteitsbedrijven minimaal 15 procent van hun stroom op te wekken uit Spaanse kolen.

Volgens de regering dient dit een „strategisch belang”. Nu zit de economie nog in een dip en heeft Spanje een overschot aan elektriciteit. Maar mocht de groei weer aantrekken of energie wereldwijd weer schaarser en duurder worden, dan wil de regering niet te zeer van buitenlandse bronnen afhankelijk zijn. Zeker daar ‘groene’ energiebronnen, waar het land volop in investeert, nog geen betrouwbaar alternatief vormen.

De elektriciteitsbedrijven reageerden sterk afwijzend. Volgens hen zou deze constructie de stroomprijs fors opjagen. Buitenlandse kolen, maar ook andere fossiele brandstoffen, zijn door de mondiale crisis momenteel goedkoper dan de dure, inferieure Spaanse steenkool. De elektriciteitssector zegde uit protest haar contracten met de mijnen eenzijdig op.

Uminsa, het bedrijf van de 47 opgesloten mijnwerkers heeft hierdoor nu ruim een half jaar geen kolen verkocht. „We hebben een gat van 92 miljoen euro in de boeken”, vertelt woordvoerder Juan José Valverde. Zijn kantoor aan de mond van de mijn kijkt uit over meters hoge bergen steenkool. „Lenen lukt vanwege de huidige schaarste op de geldmarkten en alle slechte berichten over onze sector ook niet. Dat zijn de werkelijke redenen dat we onze werknemers niet kunnen betalen.”

Beneden in de mijn nemen de kompels elke snipper nieuws gretig tot zich in afwachting van een EU-besluit over de Spaanse kolenkwestie. Volgens de laatste berichten neigt Brussel ernaar Madrid gelijk te geven dat de energiesector mag verplichten tot afname van Spaanse kolen.

„In veel regio’s zijn de mijnen de enige economische activiteit van betekenis”, zegt mijnwerker Eleuterio Arto. „Wat zouden we hier nog moeten zonder de mijnbouw.” De bevolking is er de afgelopen tien jaar al gehalveerd. Een teloorgang die de streek niet ten goede komt, legt Arto’s vrouw Jacqueline later uit aan de voet van het gemeentelijke monument voor de mijnwerker in het nabijgelegen dorp Guardo. Haar nicht bestiert een bakkerij en is een van de weinige familieleden is die niet in een mijn werkt. ,,Maar ook zij ziet de verkoop dalen. Er blijven steeds minder mensen achter.”

Als er geld beschikbaar komt, dan zijn het de laatste miljoenen die Madrid geeft, denkt mijnwerker Elías Sagüillo: „Ze kunnen er alleen een langzame dood van maken”.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In de reportage Demonstreren 500 meter onder de grond (29 september, pagina 17) wordt Palencia in Zuid-Spanje gesitueerd. De provincie ligt in Noord-Spanje.