CDA-leden met het mes op de keel naar het congres

VVD, CDA en PVV kraaiden gisteren victorie. De kans dat het kabinet Rutte-Verhagen er niet komt, is klein.

Nog twee serieuze horden te gaan en Nederland heeft een nieuwe regering. Na 112 dagen en zeven informatieopdrachten hebben VVD, CDA en PVV hun politieke samenwerking gisteren beklonken met een regeer- en een gedoogakkoord. De horden? De fracties van de drie partijen kijken er nog naar en, van groter belang, de leden van het CDA mogen zich er nog over uitspreken.

Maar hoe serieus zijn die obstakels? Daar valt wel naar te gissen. Zo is de kans niet groot dat de CDA-leden de vorming van dit bijzondere minderheidskabinet torpederen. Al was het maar omdat de partij, die in de laatste weken al talloze klappen heeft moeten opvangen, dan nog aanzienlijk verder wegzakt in verdeeldheid – en wellicht in de kiezersgunst. In de woorden van één prominent CDA-lid: „We moeten deze keuze maken met het mes op de keel.”

En prettig vindt hij dat niet. Dus al zullen fractie en partij in meerderheid akkoord gaan met de akkoorden, de vraag is hoeveel bitterheid de voorgelegde keuze onder de leden veroorzaakt. Kortom, hoe groot de prijs is die het CDA betaalt voor deelname aan dit minderheidskabinet, gesteund door de PVV van Geert Wilders?

Het CDA heeft de hele formatie een bijzonder prominente rol gespeeld, ondanks de enorme verkiezingsnederlaag. Eerst maakte de partij onderhandelingen over een paars kabinet mogelijk, door zelf niet te willen praten over de eerste voorkeur van verkiezingswinnaar Rutte: een kabinet over rechts. Na het stranden van die onderhandelingen was duidelijk: de sleutel voor ieder kabinet met de VVD ligt bij het CDA. Onder leiding van fractievoorzitter Maxime Verhagen kozen de christendemocraten daarna alsnog voor rechts, zij het dat de PVV geen rol als volwaardige regeringspartner kreeg. Met 21 zetels een groot deel van je programma kunnen uitvoeren; dat wilden Verhagen cum suis liever dan tweede oppositiepartij worden of opnieuw in een vechtkabinet met de PvdA te belanden.

Maar al wilde Verhagen wel, de samenwerking met de PVV ging veel CDA’ers te ver, onder wie oud-partijleider Ruud Lubbers en Ab Klink, die als onderhandelaar geleidelijk tot inkeer was gekomen. De fractieleiding wist de formatie aan de gang te houden. Maar de vraag hoeveel schade de partij opliep met deze samenwerking groeide alleen maar. En blijft groeien. Want talloze kritische partijleden zullen zaterdag niet de verantwoordelijkheid willen dragen de partij de nek om te draaien met een nee-stem op het congres.

Hoe die critici tegemoet te komen? Verhagen sprak gisteren van een „centrum-rechts akkoord”, met nadruk op dat woord centrum. Hij meent dat het akkoord „een antwoord” biedt „op de problemen van Nederland”, maar hij zal ervoor waken even opgetogen de lof te zingen van het bereikte resultaat als Rutte. Die zei begin september dat rechts Nederland zijn vingers zou mogen aflikken bij wat er toen al op papier stond. Gisteravond sprak hij daarentegen van het kabinet Rutte-Verhagen en nee, niet alleen rechts Nederland, maar „veel mensen” mogen hun vingers aflikken bij het bereikte resultaat.

Niet in de laatste plaats PVV-stemmers, leek Geert Wilders (PVV) te zeggen toen hij, op zijn beurt, wees op de centrale positie van zijn eigen partij in de komende samenwerking: „De PVV staat in het centrum van de invloed op het Nederlandse kabinetsbeleid.”

En de oppositie? In de laatste twee Kamerdebatten over de formatie en gisteren bij de Algemene Financiële Beschouwingen bleek dat de toekomstige coalitiepartijen hun Kamermeerderheid uiterst zelfverzekerd willen inzetten, hoe nipt die meerderheid ook is. Al eerder bleek het toen de drie onderhandelende partijen Lubbers aan de kant zetten als informateur. Na informele gesprekken wilden ze wel verder met elkaar, maar dan graag met VVD-voorzitter Ivo Opstelten als informateur. Ook besloten ze begin september op eigen houtje de formatiebesprekingen te hervatten. De koningin kreeg pas aan het einde van de dag te horen over deze wending van de formatie, gesteund – opnieuw – door een nipte Kamermeerderheid.

In theorie is de komende coalitie heel fragiel: er hoeven maar een handvol CDA-Kamerleden lastig te doen, of het niet altijd gehoorzame Kamerlid Hero Brinkman (PVV) krijgt het op de heupen. Toch zal in de praktijk moeten blijken of ontevreden Kamerleden ook echt de verantwoordelijkheid durven te nemen voor de val van het kabinet. Want wat betekent dat? Dat de PvdA alsnog een kans krijgt? Ruttes voorlichter zei al bij het begin van de onderhandelingen dat voor links „de druiven bijzonder zuur” zijn. Wilders onderstreepte het, gisteren, toen hij als een van de grote verdiensten van de rechtse politieke samenwerking de toekomstige positie noemde van „de heer Cohen, de heer Pechtold, of mevrouw Halsema”: in de oppositie. Het minderheidskabinet leek de mogelijk te bieden aan oppositiepartijen om af en toe ook iets binnen te halen, de triomfantelijke retoriek die nu klinkt in het toekomstige regeringskamp voorspelt juist een stevige strijd tussen links en rechts.