Bouw geen nieuw historisch museum

Ik kon directeur van het Rijksmuseum Wim Pijbes wel omhelzen toen hij zich afgelopen zondag in het tv-programma Buitenhof onomwonden negatief uitliet over een nieuw te bouwen Nationaal Historisch Museum. Eindelijk een gezaghebbend geluid uit de museumwereld, iemand die voor een breed publiek uitspreekt wat bijna iedereen die over dit onderwerp nadenkt onderhuids voelt. Waarom willen wij een apart museum voor de vaderlandse geschiedenis? Waarom eerst bouwplannen en dan pas nadenken? Wéér een gebouw erbij in het land met nagenoeg de grootste museumdichtheid van de wereld? En over wat voor onderwerp? Binnen al die musea in Nederland (circa twaalfhonderd, waarvan ruim vierhonderd volwaardig geregistreerd) is onze nationale historie meer dan voldoende voorradig en gepresenteerd.

De heren Schilp en Bijvanck (directeuren van het toekomstige Nationaal Historisch Museum) zullen ongetwijfeld originele gedachten hebben over het toegankelijk, in historische context presenteren van het Nederlands erfgoed. Maar het is niet nodig! Onze geschiedenis huist al in veel prachtige gebouwen in ons hele land. Het Rijksmuseum in de hoofdstad is daar één van. En dat heeft ook nog eens van de Staat de opdracht gekregen met zijn presentaties de vaderlandse geschiedenis in beeld te brengen. Wat ligt er meer voor de hand dan dat het ‘Rijks’ in zijn gerestaureerde pand deze opdracht in samenspraak met andere Nederlandse, historische musea actief ter hand neemt?

Het is toch een gotspe dat Frits van Oostrom – lid van de raad van toezicht van het Rijksmuseum en aartsvader van de geschiedeniscanon – van mening is dat het Rijks zich maar bij de Rembrandts, Vermeers en de andere grote schilders moet houden? Alsof daar niet veel meer belangrijke collecties zijn. Of is het de dubbele pet van de heer van Oostrom? Hij is immers ook lid van de raad van toezicht van het Nationaal Historisch Museum.

Van Oostrom is geen museumman, maar een onderwijsman. Juist in het onderwijs moet de kiem worden gelegd voor historische kennis en historisch bewustzijn. Hoe komt het dat die kennis en dat bewustzijn bij de oudere generatie groter is dan bij de jongere generaties? Omdat die oudere generatie in de ontvankelijke leeftijd is doorgezaagd over zaken waar ze toen wellicht weinig interesse voor had, waarna de toen opgedane kennis op ieder later moment verder kon worden ontwikkeld.

Als dat besef leidt tot het in het onderwijs op peil brengen van de historische kennis en als de historische musea op creatief vlak de handen ineenslaan, dan komt de rest vanzelf wel. Ook zonder een nieuw gebouw in de bossen.

Wanneer de draconische bezuinigingen in het regeerakkoord, dat weinig goeds in petto heeft voor de culturele sector, ertoe zouden leiden dat het zoveelste geld verslindende bouwproject er niet komt, kan er een pluimpje af.

Hanneke Nusselder is onafhankelijk voorzitter van de Landelijke Adviescommissie voor Museumregistratie.