Bijten blaffende honden echt niet?

De buren van Annemieke Vorssen uit Amsterdam hebben een ‘groot keffertje’, een herdershond die heel veel blaft. Nu Annemiekes kind wat ouder wordt wil ze weten: bijten blaffende honden echt niet?

„Dat is een van de grootste fabeltjes die er zijn”, zegt hondengedragstherapeut Arnoud Busccher. Blaffen kan namelijk van alles betekenen. „Een blaf is emotie. Die kan positief of negatief zijn, voortkomen uit stress of angst, of territoriumdrift.” Het kan een opgewekte groet zijn, of een dreigement, en blaffen is dus geen garantie dat de hond niet bijt.

Niet dat Annemieke meteen bang hoeft te zijn voor de herdershond van de buren. Een hond wíl namelijk in principe niet bijten, zegt Sacha Gaus, dochter van en eigenaar van de Martin Gaus Academie. „Vechten kost energie. En in het agressieve gedragspatroon komt blaffen vóór grommen en daarna bijten.”

In principe geldt, aldus Gaus: hoe dieper de blaf, hoe ‘bijtdreigender’ de hond. Ook in lichaamstaal laat een hond zien hoe hij zijn blaf bedoelt. „Alles wat naar beneden en naar achter wijst is minder dreigend dan naar voren en omhoog. Een hond die hoog op de poten staat met de oren naar voren is bozer dan één die ligt met de oren naar achter. En kun je de kiezen van de hond zien als hij gromt, dan is dat minder eng dan als hij zijn voortanden bloot grijnst.”

Wie zich bedreigd voelt door een blaffende hond moet één ding in elk geval niet doen, zegt Busscher, en dat is wegrennen. „Het belangrijkste is dat je geen oogcontact maakt.” Sacha Gaus vult aan: „Je omdraaien en weglopen roept jachtinstinct op. Dan word je een prooi.”

Wel doen: rustig blijven staan, je voet iets wegdraaien, je schouders verlagen en een beetje wegkijken. De meeste mensen doen dat automatisch goed, volgens Gaus. „Behalve mensen die heel bang zijn. Die blijven staren om de hond in de gaten te houden. Maar vergelijk het maar met een lift: als iemand daar instapt en jou recht aankijkt, is dat dreigend. Dan ga jij ook naar het plafond kijken of de knopjes tellen.”

Kinderen worden vaker slachtoffer van bijtincidenten dan volwassenen. „En kinderen in het eigen gezin van de hond zijn het meest de lul”, zegt Gaus. „Ze hebben geen natuurlijk overwicht en interpreteren lichaamstaal van het dier sneller verkeerd.” Ze pleit daarom voor scholingsprojecten die kinderen met honden leren omgaan. Waar het spreekwoord vandaan komt, weet ze niet. „Het zou eigenlijk moeten zijn: blaffende honden bijten nóg niet.”

Janna Laeven