Bij dit fotorealisme stinkt de stad niet

Richard Estes, 'Lunch Specials', 2001. Olieverf op doek. Richard Estes, Lunch specials, 2001 (c) Richard Estes, courtesy Marlborough Gallery, New York

Feest der herkenning! Internationaal realisme. T/m 16 januari. Kunsthal, Westzeedijk 341, Rotterdam. www.kunsthal.nl ***

Bij realisme in de kunst denken de meeste mensen aan herkenbare of zelfs heel precies geschilderde voorstellingen. Maar het realisme is in de eerste plaats een stroming in de kunstgeschiedenis, die halverwege de negentiende eeuw in Frankrijk ontstond. Het realisme van schilders als Courbet en Manet was niet zozeer een stijl als wel een mentaliteit: volgens hen hadden kunstenaars de taak een reëel beeld te geven van hun omgeving en hun tijd. Alledaagsheid, verval, chaos en oprukkende industrie moesten ongeïdealiseerd worden weergegeven.

Feest der herkenning! in de Rotterdamse Kunsthal begint met een schilderij van Courbet en wil vervolgens een overzicht bieden van de grote diversiteit in het internationaal realisme sinds 1850. De tentoonstelling was eerder te zien in Emden en München, maar een aantal van de beste werken ontbreekt in de Kunsthal.

Intussen is er veel interessants wél naar Rotterdam gekomen. Zoals twee stillevens met gekreukeld aluminiumfolie opgenomen, in wit potlood op een zwart paneel getekend door Rómulo Celdrán, maar ook een strak schilderij van een gestreept kussensloop door Har Sanders en een filmpje van Sam Taylor-Wood waarin een fruitstilleven langzaam beschimmelt. Er zijn schilderijen, video’s, foto’s en beelden te zien. Toch zou de diversiteit nog veel groter zijn geweest als het merendeel van de naoorlogse schilderijen niet zo op foto’s leek.

De fotorealisten van het eerste uur (omstreeks 1970) wilden zo neutraal en precies mogelijk foto’s naschilderen. Foto’s van het moderne stadsleven, dus in dat opzicht waren ze erfgenamen van de negentiende-eeuwse Fransen. Maar de stad is door hen niet beleefd, veroverd en in schilderkunst vertaald. Je hoort geen straatlawaai als je ernaar kijkt. Je ruikt geen smog of snacks.

De schilderijen getuigen niet van de stad, maar van een atelier waarin de kunstenaar urenlang details zat te kopiëren. Zonder persoonlijke betrokkenheid, zonder handschrift. Dat was de bedoeling. Fotorealisme is eigenlijk een soort conceptkunst.

Bij latere fotorealisten worden de werken meer schilderkunst. Jan Worst en Terry Rodgers geven decadente mensen in glossy omstandigheden weer. Worst laat daarbij gouden randjes in meubels, lijsten en wandbetimmeringen lekker oplichten in gele verf, die er van dichtbij nat en vloeiend uitziet. Rodgers gebruikt altijd veel verschillende foto’s voor één nieuwe, collage-achtige compositie, en zijn plezier in het schilderen is aan zo’n groot figuurstuk af te lezen.

Toch blijft de vraag waarom zoveel hedendaagse realisten niet de werkelijkheid, maar foto’s van de werkelijkheid in verf omzetten. Ze spelen op safe. Als je de werkelijkheid ter plekke wilt vastleggen, is de kans op mislukkingen groot. Er zijn hedendaagse realisten die het risico aandurven, en die daar dan nog een goed schilderij uit weten te slepen ook. Die realisten ontbreken helaas in het brede overzicht in de Kunsthal.