Bevallen zonder pijn

In het Oude Testament wordt aan God toegeschreven dat Hij tot de vrouw zei: „Ik zal zeer vermenigvuldigen uw smart, namelijk uwer dracht; met smart zult gij kinderen baren; en tot uw man zal uw begeerte zijn, en hij zal over u heerschappij hebben.” Genesis 3:16.

Anno 2010 blijken steeds meer vrouwen zich tegen de in het vooruitzicht gestelde smart te wapenen door bij bevallingen hun toevlucht te zoeken tot de ruggenprik of andere middelen ter pijnbestrijding. Objectief is trouwens vast te stellen dat ook andere zinsdelen in Genesis 3:16 in de loop van de geschiedenis behoorlijk zijn gelogenstraft. De vooruitgang blijkt gelukkig dikwijls niet tegen te houden.

Een moralistisch trekje was het lange tijd wel, de notie dat het baren van kinderen met pijn gepaard hoorde te gaan, anders was het niet ‘echt’. De keizersnede was toch eigenlijk alleen iets voor hooggeplaatsten, die volgens officiële mededelingen ook nooit ziek waren, maar ongesteld.

Blijkens gegevens van de Perinatale Registratie Nederland is het toepassen van pijnbestrijding tijdens het baren de laatste jaren drastisch toegenomen. Een belangrijke oorzaak daarvan is een richtlijn die eind 2008 werd vastgesteld op aanbeveling van de beroepsverenigingen van verloskundigen, gynaecologen en anesthesiologen. Sindsdien is de norm dat de barende vrouw die om pijnbestrijding vraagt, op adequate wijze daaraan wordt geholpen. Bovendien dient zij tijdens de zwangerschap te worden geïnformeerd over pijn en de mogelijkheden van pijnbehandeling gedurende de baring.

Kennelijk zijn degenen in de beroepsgroepen die de vrees hadden voor ‘Amerikaanse toestanden’, zoals zij dat uitdrukten, niet meer doorslaggevend in het discours. De ‘Amerikaanse toestanden’ waren in dit geval dat in de Verenigde Staten veel meer vrouwen, een ruime meerderheid zelfs, ‘pijnloos’ bevallen. Het valt moeilijk in te zien waarom dit geen goed nieuws zou zijn.

Dat wil niet zeggen dat de ruggenprik, de morfinepomp of lachgas nu maar ongeclausuleerd in de strijd moeten worden geworpen. Aan de ruggenprik, ‘epidurale pijnbestrijding’, bijvoorbeeld kleven ook bezwaren. Zoals een verslapping van de spieren, waardoor de bevalling langer kan duren. Ook komt het voor dat de anesthesioloog het aanprikken niet goed uitvoert.

In zijn algemeenheid geldt dat de pijnbestrijding de bevalling medicaliseert. Het is bovendien een handeling die alleen in het ziekenhuis kan worden verricht. De vrouw die de ruggenprik verkiest, kan dus niet thuis bevallen.

Maar tegenover deze nadelen staat als doorslaggevende factor de keuzemogelijkheid van de aanstaande moeder om de bevalling pijnloos of met minder pijn te laten verlopen. Zij moet dan inderdaad goed zijn voorgelicht over eventuele nadelige effecten. Maar vervolgens staat de keuze van de vrouw voorop of en hoeveel pijn zij wil lijden bij het ter wereld brengen van haar kind. Het is aan háár.