Arbeiders aller landen tegen bezuinigingen

In Brussel demonstreren vandaag arbeiders uit verschillende landen. Maar tegen wie? Tegen de Europese Unie, of tegen hun eigen regering?

Ze staan in groepjes bij elkaar, op een plein naast het Brusselse Zuidstation: mijnwerkers uit Duitsland, metaalarbeiders uit Frankrijk , Poolse zeelieden, Brusselse hotelbedienden. Ze verzamelen fluitjes, balonnen, ze zingen samen en ze delen aan elkaar folders uit. ‘NEE tegen de dictatuur van de banken en de speculanten, NEE tegen de miljardenbezuinigingen’.

Dat is waar het om gaat vandaag, bij de grote betoging die Europese vakbonden hebben georganiseerd: met tienduizenden zullen ze door de straten van Brussel trekken, langs de Europese Commissie en het gebouw van de Europese Raad van regeringsleiders. Daar staat al vanaf vanochtend vroeg een rij gepantserde politievoertuigen.

Maar wie je er ook naar vraagt op het plein bij het station, niemand begint uit zichzelf over de enorme bezuinigingen. Ze hebben allemaal hun eigen problemen. „We zijn hier”, zegt de Duitse mijnwerker Uve Zahler (49), „omdat de regering zich niet aan de afspraken houdt.”

Hij bedoelt de regering in Berlijn, die had toegezegd dat de Duitse kolenmijnen tot 2018 de tijd zouden krijgen om de sluiting voor te bereiden. Nu wil de Europese Commissie dat de EU-landen zo snel mogelijk stoppen met het subsidiëren van de mijnen – dan zouden die al tussen 2011 en 2014 moeten dichtgaan. Is hij dan hier om te protesteren tegen de plannen van de Europese Commissie? „Ja, ook wel. Maar onze regering moet zich niet de wil laten opleggen. Duitsland is sterk, Duitsland betaalt het meest aan de Europese Unie.”

Zahler werkt sinds zijn achttiende in de mijn. „Ander werk”, zegt hij, „ga ik nooit meer vinden. Het is zo treurig allemaal. Niet alleen ik, duizenden mensen zullen hun baan verliezen.”

Een metaalarbeider uit Roubaix begint over de Franse president Sarkozy en de pensioenleeftijd. Het is vuile politiek, zegt hij. „En denk ook eens aan het probleem van de immigratie. Kijk eens hoe er met de Roma wordt omgegaan.” Hij is boos om alles. „Het is supergoed dat we dat laten zien vandaag.”

Een groep Poolse zeelieden uit Gdansk houdt vlaggen omhoog. Ze waren meer dan twintig uur onderweg. „We hebben al een paar keer in onze eigen hoofdstad gedemonstreerd”, zegt Henryk Piatowski (50), oud-zeeman, nu vakbondsman. „Nu maar eens in Brussel.” Maar waarom precies? „Er zijn nog maar heel weinig bedrijven die schepen laten varen onder Poolse vlag”, zegt hij. „Nog maar zo’n 5 tot 10 procent. Als je onder een andere vlag werkt, van Cyprus bijvoorbeeld of Malta, heb je minder bescherming. Je verdient minder, de arbeidsomstandigheden zijn slechter.”

Zullen de Poolse zeelieden dan iets gaan hebben aan een demonstratie in Brussel? „Dit is een kans om nee te zeggen. Waartegen precies, dat hangt af van de sector waar je uit komt. In elk geval: nee tegen de liberalisering, nee tegen een soort van Europese regering van de Europese Commissie.”

Maar is het probleem van Henryk Piatowski dan niet de globalisering? „Dat soort vragen moet je mij niet stellen. Dat weet ik niet. Ik ben maar een simpele vakbondsman.” Een Brusselse elektricien komt erbij staan. Arbeiders in heel Europa, zegt hij, worden belazerd. „De crisis is bijna gedaan.”