Alsjeblieft, een pleister voor je woordenschat

Prachtig, zo’n woordenlijst voor vmbo-brugklassers. Die halen hun woordenschat zo wel op.

Zou het? Natuurlijk niet. Het is boerenbedrog.

In een van mijn favoriete Professor Pi-cartoons die in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw in Het Parool verschenen, rijdt de professor in een reusachtige Amerikaanse slee en schept de ene na de andere voetganger. Maar geen nood: op de achterbank ligt een grote stapel verbanddozen, waarvan hij er bij elke aanrijding één uit het raam werpt. Alles onder controle.

Vorige week presenteerde de gemeente Amsterdam de ‘Basislijst Schooltaalwoorden vmbo’, een lijst van 1.600 woorden die brugklassers op het vmbo moeten kennen, omdat het onderwijs dat zij daar komen volgen anders geen zin heeft. Zij beheersen de taal van het leren niet. Zij worden naar het vmbo gestuurd met een woordenschat die ontoereikend is. ‘Actie’, ‘blik’, ‘centrum’, ‘deksel’, ‘echter’, ‘fel’, ‘gebruik’, en zo door tot ‘zwak’. Deze lijst moet dat oplossen.

Zo werkt het onderwijs tegenwoordig, en eigenlijk de hele publieke sector: voor de dagelijkse uitvoering zijn onvoldoende middelen, zo ontstaat wanprestatie, die gecorrigeerd moet worden met fancy bijstuurinstrumenten. Een leger onderbetaalde leerkrachten krijgt de klus niet geklaard, maar een handjevol overbetaalde consulenten heeft de oplossing. En plop!, daar ligt de verbanddoos. Een uitgekiende pleisterkit voor je woordenschat, waarmee het allemaal in orde komt.

Zou het? Natuurlijk niet. Het is boerenbedrog!

Leren ís woorden leren, zeker in het lager onderwijs. Een hiaat in een woordenschat is een hiaat in kennis. Bij de ‘m’ op de lijst bijvoorbeeld, vinden we ‘m2’. Is het mogelijk een kind te leren wat ‘m2’ betekent zonder het idee ‘oppervlaktemaat’ te behandelen? Nee. Een kind het ‘woord’ m2 leren is het de eerste beginselen van de meetkunde bijbrengen. En dát is dus wat de basisschool verzuimd heeft. Of neem ‘pols’, dat er ook op staat. Met: ‘je pols, dat is het gewricht tussen je arm en je hand’ ben je er niet, want ‘gewricht’ staat óók op de lijst. Dat zal je dus eerst moeten uitleggen. Zonder gebruikmaking van het woord ‘pols’ dus. Of ‘uitleg’, trouwens, want ook dat staat op de lijst. Neem ‘klei’. Elk kind heeft ooit gekleid, met klei, en kent dat woord echt wel, maar hier wordt de grondsoort bedoeld. Dat concept is ze dus nooit uitgelegd. En pas op, want als deze 1.600 woorden ‘gesemantiseerd’ zijn – ik citeer de wetenschappelijke toelichting – moeten ze ook nog ‘geconsolideerd’ en ‘gecontroleerd’ worden!

De zwakste kinderen verlaten het basisonderwijs met een woordenschat van 9.800 woorden (zie kader). In de brugklas van het vmbo moet die met 1.600 verhoogd worden, oftewel: ongeveer eenzesde van de basisschool. Een jaar in een jaar! Of laten we voor dat ‘semantiseren’, ‘consolideren’ en ‘controleren’ 5 minuten per woord rekenen; dan heeft een brugklas op het vmbo er 160 lesuren bij! Als die managers en adviseurs die deze miracle cure in elkaar geknutseld hebben nu eens voor de klas gingen staan? En ‘blijven zitten’, dat oud-Hollandse huismiddel om kinderen op niveau te krijgen, wat is daar toch mee gebeurd?

Jan Kuitenbrouwer is schrijver, journalist en directeur van de Taalkliniek.