Wat? Alweer een Amber Alert?

Het Amber Alert is bedoeld voor ontvoeringen à la Dutroux.

Maar het wordt nu gebruikt bij ontvoeringen door ouders. En dan is het zinloos.

Vorige week werd ik verrast door een verontrustend sms’je: ‘Amber Alert – vermist: Kaylee Geertsema uit Rotterdam, 7 jaar, 1m35, blond haar, witroze broek, roze shirt, bel 0800-6070.’ Op http://amberalert.nu stond een aandoenlijke foto van een meisje in een roze truitje met twee vlechtjes.

Op zo’n moment spoken er meteen allerlei Dutroux-achtige scenario’s door je hoofd, maar op de site van De Telegraaf las ik dat er al een familielid was opgepakt omdat men iets vermoedde „in de relationele sfeer”, zoals dat in politiejargon heet. Een paar uur later hoorde ik op de radio dat Kaylee teruggevonden was bij haar oma in Pernis en dat moeder en oma waren aangehouden. Volgens De Telegraaf had de politie de nacht ervoor ook al een huiszoeking gedaan bij de oma zonder het kind te vinden.

Nou ja wat maakt het uit, je denkt opgelucht: ‘eind goed al goed.’ Gelukkig hebben we daar dat Amber Alert voor, zoals een politiewoordvoerder trots kon melden in het NOS Journaal. „Kaylee is levend teruggevonden” juichte de Amber-website. Maar tegelijkertijd roept het inzetten van dit alarmsysteem toch allerlei vragen op, al was het maar omdat het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) 17 uur heeft gewacht met het in werking stellen van het alarm toen toch al duidelijk was dat er sprake was van een familiekwestie.

Bij een Amber Alert krijgen honderdduizenden deelnemers in heel Nederland bericht via sms, e-mail, twitter, newsfeeds of hyves, terwijl de oproep bovendien overal te zien is op pc- en tv-schermen en in de gewone media. Tot nog toe is er vier keer een Amber Alert uitgegaan in Nederland, voor de vierjarige Lorenzo (16 februari 2009), de zevenjarige Katja Leendertz (27 mei 2009), de twaalfjarige Milly Boele (11 maart 2010) en vorige week dus Kaylee Geertsema.

Lorenzo was in de binnenstad aan het toezicht van zijn begeleider ontsnapt en werd vrij snel teruggevonden bij McDonald’s een paar straten verder. Bij de vermissing van Katja wist de politie vrijwel meteen dat het ging om een ontvoering door de vader, die haar via Duitsland meenam naar de Verenigde Staten; het alarm heeft geen betekenis gehad bij de opsporing. Bij Milly Boele heeft het alarm evenmin een rol gespeeld, bovendien werd ook dit alarm pas een dag na de verdwijning uitgevaardigd. De politie had de buurman die zich later zelf zou aangeven, al in het vizier omdat Milly tijdens haar laatste telefoongesprek voor de verdwijning al tegen haar moeder had gezegd dat er een buurman voor de deur stond. Omdat er vraagtekens waren over het trage politieonderzoek werd zelfs een speciale onderzoekscommissie ingesteld.

Deze vier gevallen overziend bekruipt je toch wel het gevoel dat het systeem niet goed wordt gebruikt, in ieder geval niet volgens de regels die het KLPD zelf heeft gesteld, namelijk: er moet informatie zijn over de ontvoering, er dient direct gevaar bestaan voor het leven van het kind en het alarm moet zo snel mogelijk na de vermissing worden uitgevaardigd.

In het eerste geval was er geen enkele aanwijzing voor een levensbedreigende ontvoering. Als voor alle kleuters die even zoekraken een alert zou uitgaan, zouden we er tientallen per dag krijgen, zeker bij een mooie stranddag. Bij zowel Milly als Kaylee heeft de politie in strijd met de regels ruim een dag gewacht met het alarm. Bij twee van de vier gevallen wist de politie bovendien meteen dat er sprake was van ontvoering door een van de ouders. En bij Milly had een landelijk alarm ook niet zoveel zin als je bedenkt dat ze even naar buiten liep, nadat een buurman had aangebeld.

Het Amber Alert is oorspronkelijk bedoeld voor Dutroux-achtige ontvoeringen, maar wordt vooral gebruikt bij ontvoeringen door ouders en die leveren vrijwel nooit levensgevaar op voor het kind. Dat blijkt ook uit een Amerikaans onderzoek uit 2007 naar 275 Amber Alerts in de VS, waarbij het maar in een zeer beperkt aantal gevallen om echte kidnappings ging. En als dat wel het geval was, droeg het Amber Alert zeer zelden bij aan een goede afloop. De onderzoekers wijzen erop dat de geloofwaardigheid van het systeem in gevaar komt, als het vaak wordt toegepast in niet-levensbedreigende situaties zoals bij peuters die even zoek zijn of kinderen die door een van de ouders worden meegenomen.

En dan zijn er nog een paar andere kwesties: leidt de enorme stroom aan tips uit het hele land niet juist tot een overbelasting van de recherche? Een paar weken geleden klaagde Lora Janse, die zich bij het KLPD bezighoudt met het opsporen van ontsnapte tbs’ers, dat al die opsporingsberichten het opsporingswerk verstoren omdat men alleen nog maar bezig is met het natrekken van tips die niks opleveren. Onder druk van de op incidenten gerichte politici wordt dat instrument ingezet, maar met averechtse gevolgen. Ik vraag me dan ook af: moet er niet gewoon beter recherchewerk worden gedaan in de directe omgeving van het kind in plaats van een Amber Alert uit te vaardigen?

En ten slotte vraag ik me af of al die Amber Alerts niet leiden tot onnodige verontrusting bij ouders die het gevoel krijgen dat ontvoeringen van kinderen aan de orde van de dag zijn, terwijl dat extreem zelden voorkomt. Als het om reële risico’s gaat, zou het beter zijn om een alarm uit te zenden zodra er weer een kind in het verkeer om het leven komt. Dat zijn er namelijk vele tientallen per jaar.

Peter Vasterman is mediasocioloog aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is gespecialiseerd in mediahypes: berichtgeving over rampen, risico’s, schandalen en crisis.