Voor pijn is geen plek in het bevallingsplan

Artsen pleiten voor terughoudendheid, maar een stijgend aantal moeders wil medicijnen tegen de pijn bij het bevallen. „Een bevalling hoeft geen hel te zijn.”

Rond half negen gisteravond maakten de zwangere vrouwen in een zaal van het Bronovoziekenhuis hun gezichten zo lang mogelijk – iew! De verpleegkundige liet een dia van een placenta zien. De beelden van verlostangen, infusen, injecties en vacuümpompen in het anderhalf uur ervoor zagen de vrouwen gelaten aan. Later zal een verpleegkundige zeggen dat het altijd zo gaat: vrouwen schrikken van een placenta, niet van een keizersnee.

Vrouwen vertrouwen niet meer op hun lijf, zegt gespecialiseerd bevallingsverpleegkundige Silvia Gimberg. En er zijn er die „bevallen erbij willen doen”. Ze werken tot in de verloskamer op hun laptop. Als de vrouw een uur na de bevalling moet leren hoe ze haar baby aan de borst laat drinken, rinkelen „drie telefoons op het nachtkastje”.

De circa honderd vrouwen en hun partners op de voorlichtingsavond hebben mooi, lang haar en zilveren oorbellen, dragen suede comfortabele laarzen over smalle broekspijpen en soms een strenge bril. Ze wonen in Wassenaar, Voorburg, Scheveningen of in de statige omgeving van het ziekenhuis.

Ze komen naar het ziekenhuis met een bevallingsplan dat ze met hun verloskundige hebben opgesteld. In dat plan schreven ze wat ze tijdens de bevalling wel en vooral niet willen. Ze willen bevallen op een skippybal of baarkruk. Ze willen geen onnodige pijn.

Vrouwen blijken steeds vaker gebruik te maken van pijnbestrijding sinds ziekenhuizen in 2008 afspraken dat een ruggenprik of een morfinepomp of -prik altijd voorhanden dient te zijn voor hen die dat willen. De gynaecoloog prijst de prik vanavond aan als „de Rolls Royce onder de pijnstillers”.

Bronovo was in 2008 een van de eerste ziekenhuizen die de ruggenprik beschikbaar hadden voor vrouwen die hem niet om medische redenen nodig hadden. In het ziekenhuis bevallen veel expats die in hun land zo’n prik krijgen. De Spaanse Beatriz de la Poza (32, global product manager) en haar partner Floris Vermeulen (32, management consultant) kregen bij hun geboortecursus een lijst mee met vragen over ingrepen en tangverlossingen waarmee ze ziekenhuizen konden benaderen.

Ze belden drie ziekenhuizen om informatie en gingen er langs voor een gesprek. Ze bekeken de verloskamers en een geboortekliniek. Daar kan de baby geboren worden in bad. Ze zijn er dicht bij experts, maar zij kan er ook voor zorgen „dat haar lichaam het zelf voor elkaar krijgt”, zegt hij, met „water, muziek, massage en een TENS-machine voor de pijn”. Maar nu het stel deze avond hoorde dat Beatriz in dit ziekenhuis vanaf eind oktober Remifentanil zou kunnen krijgen in een morfinepomp die ze zelf kan bedienen, overwegen ze haar toch hier te laten bevallen. Ze gaan er meer informatie over opzoeken. Vandaag bezoeken ze een lactatiedeskundige.

„Waarom moet een bevalling pijn doen?” zegt Chantal Taal (30, juf op een basisschool en begin november uitgerekend). Ze wil bevallen op een kruk. „Het moet vooral leuk zijn om een kindje op de wereld te zetten.” Na vijf jaar proberen werd ze zwanger, met ivf. Ze bezocht de anesthesist om alvast te informeren naar de pijnbestrijding. Ze heeft hoge bloeddruk en overgewicht, ze moest wel. Vandaag ging ze in ondertrouw met Dion Ruigrok van 40 die een viswinkel heeft. „Een bevalling hoeft geen hel te zijn”, vindt hij.

Nog één stel: Suzanne Nederstigt (37, directiesecretaresse en over drie weken uitgerekend) en Roel van Aken (46, business deve-lopment manager). Ze bevallen in het ziekenhuis omdat ze dat veiliger vinden. „Om de rust”, zegt hij. Het is hun eerste kind. Ze wil een ruggenprik als ze dat nodig vindt. „Daar heb ik het beste gevoel bij.” Als ze een kies laat trekken, wordt ze ook verdoofd, waarom dan niet bij een bevalling?

Ze hoorde de gynaecoloog vanavond vertellen dat moeder en kind door de prik koorts kunnen krijgen. De bevalling kan langer duren, de drang om te plassen of persen verdwijnen en er is meer kans op een kunstverlossing. De baby kan medicijnen nodig hebben om de pijnmiddelen uit het lichaampje te krijgen. „Een soort tegengif”, zegt de gynaecoloog. Suzanne Nederstigt: „Als de bijwerkingen groot zouden zijn, zou ik het niet doen.”

Een van de drie gespecialiseerde bevallingsverpleegkundigen, Pauline Nieuwenhuizen, vertelt dat vrouwen altijd willen weten of de zes verloskamers wel eens vol zijn. Ze zegt: „Dat komt wel eens voor.” Als ze vrouwen tijdens die laatste pijnlijke uren zou kunnen begeleiden, zouden ze minder vaak een ruggeprik krijgen, zegt ze. „Nu vinden we het wel best soms.”

Vrouwen kunnen soms in een uur bevallen zijn en willen toch een ruggeprik. Maar als anesthesisten een spoedgeval hebben zijn ze er misschien pas na een uur. Dan kan een vrouw in paniek raken. „Je ziet dat zo’n vrouw bij elke wee roept: Ik-wil-een-ruggeprik. Waar-blijft-de-anesthesist. Partners gaan erin mee.”

Achteraf zijn ze soms boos, soms blij dat ze het op eigen kracht hebben gedaan.

Commentaar: pagina 7