Sensueel versus hoekig

Gary Lucas en Najma Akhtar, met Shirish Manji op tabla’s. 26/9 Paradiso, Amsterdam. *****

Een hoekige, nerveuze gitaar en sensueel golvende zang lijken lastig te verenigen grootheden. De Amerikaanse gitarist Gary Lucas en de Brits-Indiase zangeres Najma Akhtar hadden het zichzelf in Paradiso niet gemakkelijk gemaakt. Niet alleen schenen ze vanuit tegengestelde hoeken te vertrekken, ze werkten elk in een stijl met een sterk eigen karakter. Akhtar bestreek een terrein dat zich uitstrekte van Bollywood tot licht klassieke Indiase zang, vol gedurfde glijtonen die ze accentueerde met vloeiende bewegingen van armen en handen. Lucas had zich genesteld in de muziek van het Amerikaanse achterland, waarin hij zowel de deltablues aandeed als de bluegrass.

Gitaar en zang schoven ineen tot liederen waarin de onderlinge contrasten ruim baan kregen. De gitarist ging zich te buiten aan een krachtig ‘fingerpicking’. Barrages van noten en akkoorden joegen de spanning op, terwijl Akhtar haar stem sensueel rond zijn verhitte klanken slingerde zonder haar kalmte te verliezen.

Samen overbrugden ze de onderlinge afstand van tijd tot tijd. Met een slide liet Lucas zijn gitaar uitbundig op en neer glijden in navolging van Akhtars zang. De zangeres scandeerde puntige klanken waarin ze de gitarist in felheid naar de kroon leek te steken. Verschillende keren liet ze zich door Lucas opstuwen naar een staat van hoogspanning.

Toen trad de bescheiden opererende tablaspeler Shirish Manji ook meer op de voorgrond, met roffels die niet onderdeden voor duizendklappers van het Chinese nieuwjaar. De versie van Skip James’ Special Rider Blues was bijzonder. Akhtar boog de ‘blue notes’ uit het origineel nog net wat verder door.