Rusland wil energiehonger China stillen

De eerste oliepijpleiding tussen Rusland en China is geopend. Wat betreft de Russen volgen er meer, maar de Chinezen willen niet afhankelijk worden.

Met een platte handafdruk op een interactief computerscherm hebben gisteren de Chinese en Russische presidenten Hu Jintao en Dmitry Medvedev in Peking de eerste oliepijpleiding tussen Rusland en China in bedrijf gesteld.

Hu Jintao noemde de in werking stelling van de ruim 1.100 kilometer lange pijp van Skovorodino in Oost-Siberië naar Daqing in noordoostelijk China „een mijlpaal” in de vaak turbulente geschiedenis tussen de twee voormalige communistische machten.

De aftakking naar de in naam nog steeds communistische Volksrepubliek maakt deel uit van de verbinding (4.700 kilometer) tussen de Siberische olie- en gasvelden bij Taishet en het verre Oosten. De leiding naar China is nu klaar, maar over de trajecten via de Russische oostkust naar het Koreaans schiereiland en Japan wordt nog onderhandeld.

Medvedev verzekerde dat Rusland nu en in de toekomst kan voorzien in alle Chinese behoeftes wat betreft olie en gas. „Onze samenwerking heeft een nieuw niveau van strategisch partnerschap bereikt. Een nieuw tijdperk in de Russisch-Chinese relaties is aangebroken”, aldus het Russische staatshoofd, die duidelijk maakte dat Rusland de pijpleiding beschouwt als de eerste concrete stap om de export van energiebronnen te verleggen van Europa naar het oosten.

Als alle pompstations op volle capaciteit draaien kan via deze verbindingen 300.000 vaten per dag van Oost-Siberië naar China worden vervoerd, bijna vier procent van de huidige consumptie. De pijp vervangt het transport over spoor en weg. Voor de dagelijkse leverantie van al die vaten, betaalt China de komende twintig jaar 25 miljard dollar, onder andere aan het Russische Transneft.

Hun Jintao en Medvedev, die sinds zijn aantreden Peking ieder jaar heeft bezocht, ondertekenden ook principeafspraken over de leverantie van 30 miljard kubieke meter gas per jaar via een nog aan te leggen pijpleiding. De onderhandelingen over dit omvangrijke contract moeten medio mei 2011 zijn afgerond.

Ook Eric Watkins, oliediplomatie-redacteur van Oil&Gas Journal, ziet dat Rusland een deel van zijn exporten van energiebronnen aan het verleggen is van zijn belangrijkste markt, Europa, naar China en de andere snel groeiende economieën in Oost-Azië. China zal niet alleen meer olie en gas gaan afnemen van Rusland, maar ook steenkool. Bovendien gaan Russische bedrijven met kredieten van Peking in China kerncentrales en olieraffinaderijen (bij Tianjin) bouwen.

„Op het gebied van energie worden de politieke en commerciële banden tussen Rusland en China steeds inniger”, aldus Watkins.

Toch zal China er voor waken volledig afhankelijk te worden van Rusland, zo verwachten olie- en gasanalisten in Azië. „Uit de Russisch-Europese gasconflicten heeft China geleerd „niet helemaal van Moskou afhankelijk te worden”, zegt Hooman Peimani van het Instituut voor Energiestudies in Singapore. Saoedi-Arabië en Angola blijven – met Rusland op de derde plaats- de belangrijkste leveranciers van olie. Maar import vanuit deze twee landen heeft in de ogen van de Chinezen een belangrijk nadeel: de leveranties moeten over zee gaan, via de Straat van Malakka. En die kan worden afgesloten. Daarom werd de nieuwe verbinding met Rusland in de Chinese media gepresenteerd als „een verzekering” wat betreft de import van olie. Uit vrees in een conflict met het westen te worden afgesneden is China eind augustus begonnen met de aanleg van olie- en gasverbindingen naar Birma. Met Pakistan wordt onderhandeld over de aanleg van oliepijpleidingen in ruil voor kerncentrales.

Hu en Medvedev spraken ook af dat eind van dit jaar de Chinese yuan gebruikt kan worden in de handel tussen beide landen, in plaats van de nu nog gebruikte dollars. Het gaat om 60 miljard dollar in 2010. China wil op middellange termijn van de yuan een wereldmunt maken en is daarom begonnen met het sluiten van akkoorden met Rusland en de zuidelijke buurlanden over de inwisselbaarheid van de yuan.