Persweeën begonnen? Aan de 'morfinepomp'

Nederlandse vrouwen baren thuis. Met pijn en zonder medicatie. Althans zo wás het.

Sinds 2008 is het niet meer de arts die over een verdoving beslist, maar de vrouw zelf.

Steeds meer vrouwen kiezen voor een ruggenprik of andere pijnbestrijding tijdens de bevalling. De Nederlandse manier om kinderen ter wereld te brengen, is duidelijk aan het veranderen. Gynaecologen, anesthesiologen en verloskundigen spreken van een trendbreuk.

Nederland staat internationaal bekend om zijn thuisbevallingen en vrouwen zijn hier grootgebracht in de traditie dat baringspijn iets natuurlijks is en er gewoon bij hoort. Maar zo vanzelfsprekend vinden vrouwen dat anno 2010 niet meer. Van alle vrouwen die onder begeleiding van een gynaecoloog in het ziekenhuis bevallen, krijgt de helft inmiddels een vorm van pijnstilling. Tien jaar geleden was dat nog slechts een derde. Vooral de ruggenprik is aan een opmars bezig, maar ook de ‘morfinepomp’ neemt in populariteit toe, blijkt uit de Perinatale Registratie Nederland.

Hoe is deze omslag te verklaren? Steeds meer vrouwen weten dat de mogelijkheid van pijnbestrijding bestaat, zegt Paul Reuwer, gynaecoloog in het St. Elizabethziekenhuis in Tilburg. Hij is co-auteur van het boek Proactive Support of Labor over de begeleiding van de baring. De multidisciplinaire richtlijn van eind 2008 is van grote betekenis geweest, meent Reuwer. Daarin staat dat barende vrouwen altijd een ruggenprik moeten kunnen krijgen. Dag en nacht moet een anesthesist in ziekenhuizen daarvoor klaar staan. Het is sindsdien niet langer de arts of verloskundige die beslist hoe een vrouw bevalt, maar zij zelf.

In het Tilburgse ziekenhuis waar Reuwer werkt, staat al jaren 24 uur per dag en 7 dagen in de week een anesthesist klaar – daar is niets aan veranderd. Wel merkt hij dat meer vrouwen door verloskundigen naar het ziekenhuis worden verwezen. „Verloskundigen zeggen tegen patiënten dat zij pijnstilling kunnen krijgen, maar dat zij dan wel naar het ziekenhuis moeten.”

Bekende Nederlanders als Wendy van Dijk hebben waarschijnlijk ook een rol gespeeld bij de toegenomen populariteit van pijnstilling tijdens het baren. De presentatrice noemde de ruggenprik die zij kreeg bij de geboorte van haar dochter in het blad Privé „de uitvinding van de eeuw”.

Van alle vrouwen die onder begeleiding van een gynaecoloog (en zonder een geplande keizersnede) bevielen in 2009, deed 22 procent het met een ruggenprik. Bijna een gelijk percentage kreeg een infuus met een pompje dat de morfineachtige stof Remifentanil toedient. De vrouw kan zelf met een drukknop de hoeveelheid pijnstilling bepalen. Deze methode was vijf jaar geleden nog onbekend, maar werd in 2007 een medische doorbraak genoemd. De vrouw kan er misselijk van raken en in ademnood komen, maar het voordeel is dat de vrouw haar dosering zelf kan bepalen, en dat er geen anesthesist aan te pas hoeft te komen. Uit de databank van gynaecologen blijkt dat er overdag aanzienlijk minder ruggenprikken worden gegeven dan ’s nachts. Het gebruik van de Remifentanil-pomp daarentegen, is dag en nacht vrijwel gelijk.

In 2009 bevielen 123.000 vrouwen onder begeleiding van een gynaecoloog in het ziekenhuis, in de zogeheten tweede lijn. Dat is grofweg tweederde van het totaal. Iets minder dan de helft van alle vrouwen start met de bevalling bij een verloskundige, uiteindelijk bevalt circa eenderde onder begeleiding van een verloskundige in de zogenoemde eerste lijn, thuis of poliklinisch. Het aantal vrouwen dat thuis bevalt, blijft afnemen, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Van 2005 tot 2008 had 29 procent van de bevallingen in Nederland thuis plaats. Tussen 1997 en 2000 was dat 35 procent, in 1953 78 procent.

Omdat ruggenprikken en pompjes alleen in ziekenhuizen verstrekt worden, is het nodig om te kijken hoeveel pijnstilling er op het totaal aantal bevallingen wordt gebruikt, waarbij ook de thuis- en poliklinische bevallingen onder begeleiding van een verloskundige zijn meegeteld. Cijfers daarover gaan niet verder dan 2007. Toen kreeg bijna 7 procent van alle vrouwen met een normale vaginale baring een ruggenprik, tegen 4,8 procent in 2005. „Het zal nu zeker rond de 10 procent liggen”, zegt verloskundige en onderzoeker aan het Amsterdamse VU medisch centrum Trudy Klomp. „Wij hebben contact met verloskundigen en merken dat er meer vraag naar pijnstilling is.”

Klomp spreekt donderdag op een congres over pijnbestrijding tijdens de bevalling. Daar zal zij vertellen over alternatieven voor pijnbestrijding, zoals lachgas dat opnieuw geïntroduceerd wordt.

De ruggenprik, zegt Klomp, heeft bijwerkingen. Zo is er een verhoogde kans op temperatuurstijging. Die kan wijzen op een infectie met gevaar voor de baby. Artsen moeten daarom uitzoeken wat de oorzaak van de koorts is en nemen het kind op in een couveuse. Daar krijgt het preventief antibiotica. Veel vrouwen willen daarom niet bij voorbaat een ruggenprik maar zijn wel blij dat ze die kunnen krijgen als het nodig is.