'Parachutemoord' heeft hoog dramagehalte

Het juryproces in de ‘parachutemoord’ zal België wekenlang bezighouden, zeggen de advocaten. ‘Dit is brood en spelen.’ Maar gaat het nog over recht?

De lezers van de Vlaamse krant Het Belang van Limburg zijn er nog niet uit. Heeft de 26-jarige onderwijzeres Els Clottemans in 2006 de parachute van haar vriendin Els Van Doren kapotgemaakt, waardoor die vriendin dood neerviel? In een internetpeiling zegt ruim 30 procent dat ze schuldig is: ze zou jaloers zijn geweest, Els Clottemans had dezelfde minnaar als Els Van Doren. Maar ook zo’n 30 procent denkt dat dat niet zo is: er is geen bewijs, Clottemans ontkent.

Gisteren werden in de rechtbank van Tongeren de eerste getuigen gehoord in het juryproces tegen Clottemans. Maar meteen na de opening van de zitting begon de rechter over de peiling. Die was „onkies”.

In kranten, op radio en televisie was er uitvoerig vooruitgeblikt op het proces van de ‘parachutemoord’, dat alles in zich heeft om wekenlang een groot publiek te trekken. Er is een verdachte die depressief en suïcidaal is, door onderzoekers een psychopaat wordt genoemd en die, zoals ze in de rechtszaal zei, soms dringend seks nodig had met haar minnaar. Als dat er niet van kwam, moest ze op zijn minst parachute kunnen springen. Er is de minnaar zelf, die zijn relatie met de verdachte geheim hield voor zijn vriendin Els Van Doren, die op háár beurt nooit iets tegen haar echtgenoot had gezegd over haar affaire.

Er is ook politieonderzoek dat traag op gang kwam en een hoofdonderzoeker die maar één kant op leek te kijken: de kant van Clottemans. En er zijn twee advocaten die erom bekendstaan dat ze een jury stevig kunnen beïnvloeden. „We worden overal neergezet als onstuimige stieren die elkaar op de horens gaan nemen”, zegt Jef Vermassen, advocaat van de familie van het slachtoffer. „Dit proces is brood en spelen. Het heeft suspense, mysterie, het is tragiek van het puurste dramatische gehalte.”

Dan is het, vindt de Gentse hoogleraar strafrecht Brice De Ruyver, ook „bijna onvermijdelijk” dat er een internetpeiling over is. De zogeheten assissenprocessen in België, met een jury aan wie al het bewijs wordt gepresenteerd, noemt De Ruyver „een negentiende-eeuws verhaal”. „Met recht heeft het niet veel meer te maken. De subjectiviteit is groot. Het is meer psychodrama dan iets anders.”

Door een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, vorig jaar, zijn de jury’s in België nu wel verplicht om hun uitspraak te motiveren. En de assissenprocedure wordt herzien: er zullen minder zaken voor in aanmerking komen. Maar de jury’s afschaffen, zoals een commissie van deskundigen had gewild, zit er nog niet in. „Politieke partijen zijn daar verdeeld over”, zegt De Ruyver. „Sinds Dutroux zit justitie in België in een verdomhoekje. Dan zeg je niet: geef alle assissenzaken aan beroepsrechters.”

Els Clottemans werd gisteren als eerste gehoord. Ze gaf toe dat ze haar vriendin Els Van Doren een anonieme brief had gestuurd over de relatie die Van Doren had met de Nederlander. Ze gaf ook anonieme telefoontjes toe. „Ik wilde haar dwingen om een keuze te maken.” Maar nee, ze vond het niet vervelend dat ze in het weekend vóór de dood van Els Van Doren in de woonkamer van haar minnaar moest slapen, omdat Els Van Doren bij hem altijd voor ging. En die was langsgekomen. De parachute van Van Doren – ze waren alle drie lid van dezelfde parachutevereniging – lag toen in de gang. Een week later viel Els Van Doren dood. De banden van haar parachute waren doorgeknipt.

In de lunchpauze noemt Vic Van Aelst, de advocaat van Clottemans, de zaak een „gezwel” dat zal worden „opengesneden”. „Een fanatieke politie denkt: die juffrouw gaan we laten bekennen. Als dat niet lukt, raken ze in paniek. Dan pas gaan ze op zoek naar dna-sporen. Maanden later.” De onderzoeksrechter gaf volgens Van Aelst slecht leiding. „Bij zulke kleine rechtbanken kent iedereen iedereen. Ze corrigeren elkaar niet.”

Jef Vermassen, advocaat van de familie van het slachtoffer, zegt dat het onderzoek laat op gang kwam omdat de politie niet meteen een expert in parachutespringen kon vinden. Had de politie niet alvast dna-onderzoek kunnen doen? „Wacht op mijn pleidooi.”