Paardenvrouw op hoge hakken

De Jordaanse prinses Haya is sinds vier jaar voorzitter van paardenfederatie FEI.

Makkelijk heeft ze het niet door alle vernieuwingen en dopingproblemen.

Veel prinsessen met een vrachtwagenrijbewijs op zak zullen er niet zijn. Zeker geen Arabische. Maar een prinses die haar eigen paarden wil vervoeren, zal wel moeten. „Als ik groot ben word ik koning, of vrachtwagenchauffeur”, riep ze als kind eens tegen haar vader, wijlen koning Hoessein van Jordanië.

Prinses Haya Bint Al Hussein, 36 jaar oud pas, springt graag over hindernissen die anderen te hoog vinden. De prinses werd in 2000 de eerste Arabische vrouwelijke springruiter op de Olympische Spelen. Drie jaar geleden werd ze als eerste Arabische vrouw IOC-lid, kort nadat ze de paardenwereld had verrast met haar benoeming – uiteraard als eerste Arabische – tot voorzitter van de internationale paardenfederatie (FEI).

„Het was destijds een nogal stoffige boel”, zegt Frank Kemperman, directeur van het CHIO in Aken. „En dan ineens zo’n jong ding. En ook nog een prinses.” Maar dat heeft ook nadelen, merkte Kemperman: „Haya heeft als prinses nogal wat ja-knikkers om zich heen. Dan moet het moeilijk zijn als mensen je opeens tegenspreken.”

Ze zal de komende weken regelmatig in beeld zijn, tijdens de Wereldruiterspelen in de Amerikaanse staat Kentucky. Daar wil ze haar tweede termijn als FEI-voorzitter veiligstellen, al heeft ze concurrentie, onder anderen van de Nederlander Henk Rottinghuis.

Ondanks haar koninklijke afkomst doet ze haar best ‘gewoon’ te blijven. „Ze is een echte paardenvrouw”, vindt Kemperman. „Ik zie haar nog op haar hoge hakken met balken slepen op het inspringterrein in Aken. Mooi vind ik dat.” Tegelijkertijd kan ze „mensen goed voor zich innemen door haar charme en afkomst”.

Hans Horn, bondscoach van de Nederlandse springruiters die in 1992 olympisch goud behaalden, zag prinses Haya tien jaar geleden al worstelen met de twee levens die ze probeert te combineren: mens van vlees en bloed – maar ook mens met blauw bloed. In 2000, het olympische jaar van Sydney, woonde de prinses negen maanden in een hotel in het Twentse Ootmarsum om op de manege van Horn te kunnen trainen. „Ik beschouw haar als een aimabel persoon, makkelijk in de omgang”, zegt Horn. „Ze laat zich er niet op voorstaan dat ze prinses is. Integendeel.” Maar of ze ook een goede amazone was? „Redelijk”, vindt Horn. „Ik zou haar geen uitblinker noemen.” Maar dat had volgens hem te maken met de omstandigheden waaronder ze haar wedstrijden reed. „Haya had 24 uur per dag bewakers om zich heen, werd overal in de gaten gehouden. Dat komt de sportieve prestaties niet ten goede.” Na driekwart jaar vertrok ze weer, van Ootmarsum naar Parijs. Horn: „Ze wilde in een meer culturele omgeving leven, een sociaal leven opbouwen.”

Haar achtergrond maakte prinses Haya voor velen tot de ideale kandidaat voor de hoogste post in de paardensport. Maar makkelijk heeft ze het niet in de hippische wereld, die problemen heeft met de olympische status, met vernieuwingen en vooral met doping. Ronduit vernederend voor de jonge FEI-voorzitter was de zaak die vorig jaar aan het licht kwam rond een paard van nota bene haar eigen echtgenoot, Sjeik Mohammed Bin Rashid Al Maktoum, heerser van het Emiraat Dubai. De 5.000 dollar boete die de FEI oplegde was het probleem niet voor de man achter de Dubai World Cup, met tien miljoen dollar de hoogstgedoteerde paardenrace op aarde, de reputatieschade des te meer. Ook voor de prinses, die juist zo hard wilde strijden tegen doping.

Ondanks haar sprookjesachtige carrière is de Jordaanse prinses dus niet onomstreden. De Belgische Mariette Withages, destijds voorzitter van de dressuurcommissie van de FEI, kwam in 2008 met haar in aanvaring over de jurering tijdens de olympische dressuurwedstrijden in Hongkong. Op aandringen van enkele coaches wilde prinses Haya een aantal juryleden laten vervangen, maar de commissie weigerde dat. „De dressuurcommissie hield voet bij stuk”, zegt Withages nu. „Het was voor het eerst dat ze werd geconfronteerd met een sterke commissie die zei: ‘nee, wij weten dat we het bij het juiste eind hebben, wij respecteren het reglement’. Dat was ze niet gewend. Ze vindt het moeilijk tegengesproken te worden.” Toch trok Haya aan het langste eind: Withages en haar commissie traden kort daarop af.

Haya is gegroeid in haar rol, vindt Withages ondanks hun botsing. „Toen was ze nog nieuw. Ze is rijper geworden.” Maar of ze ook goed werk doet? „Daar heb ik geen mening over. Ze heeft alles om een goed uithangbord voor de sport te zijn. Ook in het Olympisch Comité hebben ze dat in de gaten. Dat kan de sport helpen.”