Nostalgie naar de subsidie in drachmen

De tranen schieten de oude sinaasappelteler in de ogen, als hij verzucht: „Ach, hadden we de drachme nog maar!” Toen de oude Papandreou Griekenland bestuurde, kwam er regelmatig nieuw subsidiegeld binnen en meldde de dorpsomroep waar de drachmen konden worden afgehaald. En toen was die munt nog wat waard.

Tegenlicht (VPRO) besteedt onder het motto Aanval op Europa een reeks uitzendingen aan de implosie van het oude continent. Terwijl een kaart van het werelddeel vlam vat, zegt een commentaarstem: „Aan de rand belaagd door speculanten, in het hart door populisten en radicalen. Waar hebzucht en kortetermijnbelangen woekeren, waar visie en solidariteit als een nachtkaars uitgaan.”

De complexe problemen van Europa worden in de aflevering Een Griekse tragedie door Shuchen Tan vooral belicht vanuit het perspectief van de bewoners van het dorp Klenia op de Peloponnesos. De burgemeester, een forse boerin met schort, leidt ons er rond.

De centrale metafoor vormt de arrestatie van Kostas, een olijfboer die bij het ploegen twee kouroi aantrof, beelden uit de 6de eeuw voor Christus. In plaats van de archeologische dienst te waarschuwen, probeerde hij de schatten aan buitenlanders te verkopen en nu zit hij in de gevangenis.

Het dorp vindt dat onrechtvaardig, want vroeger, toen de amfora’s nog in watermeloenen naar Zwitserland werden gesmokkeld, deed iedereen wel een beetje aan kunstroof.

Nobelprijswinaar Joseph Stiglitz vertaalt de vergelijking naar de eurocrisis: „Tijdens de economische luchtbel leefden veel landen ver boven hun stand en de markt heeft ze dat niet verteld.” Dus betalen de burgers nu de rekening, zo ervaren zij dat althans.

De sympathie gaat uit naar Griekse vrachtwagenchauffeurs, die twee ton moesten betalen voor een licentie, maar die die waarde naar nul zagen dalen na de liberalisering. Maar hebben de klagers ook gelijk?

Een jonge boer meent dat de ellende begon met het „misdadige” doordraaien van abrikozen. Hij denkt dat de Grieken zo hun afzetmarkt zijn kwijtgeraakt, zonder zich te realiseren dat de vernietiging van Europese landbouwoverschotten juist diende om de prijs te beschermen.

Het doen klinken van de onweersproken vox populi heeft nadelen, tenzij Tegenlicht juist een voorbeeld wil schetsen van de aanval op Europa door versimpeling.

Het is heel goed dat Tegenlicht de teloorgang van het verwende en dominante Europa in kaart brengt. Maar de mening dat alles de schuld is van bankiers en corrupte politici lijkt eerder een deel van het probleem dan van de oplossing. Gelukkig komen er nog meer afleveringen.