Moet je dit nou echt wel willen, Mark?

Tot dusver hielden VVD’ers zich tamelijk stil tijdens de onderhandelingen. Nu zinspeelt prominent lid Pieter Winsemius in een open brief aan Rutte op een ledenraadpleging.

Bij het hardlopen dacht ik: ik ga Mark een brief schrijven. Een aardige brief met daarin alleen die ene vraag: moet je dit willen? Eigenlijk heb je die vraag zelf ingegeven met je fameuze uitspraak: „Rechts Nederland zou de vingers aflikken bij wat er op papier stond.”

Toen dacht ik: en ik dan? En met mij al die anderen die wel liberaal zijn maar niet conservatief?

Al vele jaren ben ik onvoorwaardelijk VVD-lid. Alleen onze partij staat mijns inziens garant voor de financieel-economische soliditeit van de staatshuishouding. Liberalen slaagden erin, ook tijdens mijn eigen kabinetsperioden, om met de steun van andere partijen een voldoende evenwicht te bewaren waar het de meest kwetsbare elementen van onze samenleving betreft. Of het nu gaat om mensen op achterstand of om senioren. Of om waarden zoals ons klimaat.

Dit lijkt me twijfelachtig in de coalitiesamenstelling die nu wordt onderzocht. Ik weet het: we moeten het afwachten. Onze gewaardeerde partijvoorzitter verzocht ook mij om niet ‘luidruchtig’ in het openbaar de onderhandelaars voor de voeten te lopen. Maar het enige dat wij de laatste honderd dagen inhoudelijk van je mochten vernemen was die uitspraak. Dat is wel weinig, zeker omdat je ook geen beeld schetste van het vervolg zoals jij dat voor ogen hebt.

Kijk, een verzoek om radiostilte wordt problematisch als in dat vervolgtraject van een onverhoopt regeerakkoord geen ruimte wordt geboden voor beïnvloeding maar veeleer de ‘applausmachine’ op volle kracht wordt aangezet. Het jongvolk in je fractie weet dat misschien nog niet, maar dat is ‘oude politiek’; het niet serieus nemen van achterbannen is een van de hoofdoorzaken van de verwijdering tussen politiek en burger. Het is, zeker binnen een liberale partij die hecht aan een kleurrijk palet van meningen, ook een zonde.

Ik geef het graag toe: ik zit ook knijp. Mijn liefhebbende echtgenote heeft na vele jaren weer VVD gestemd. Ze is nu kwaad. Als ze had geweten waar jullie op afsturen, had ze stellig anders gestemd.

Waar ik kom, word ik benaderd met vergelijkbare geluiden. ‘Je’ moet een nieuwe partij oprichten, zeggen ‘ze’. Ik voel daar niet zo veel voor. Omdat ik veel voor de VVD voel. Maar wel voor een VVD die ook iets voor mij voelt. Is er, naast het financieel-economische, iets op jullie papier waarbij sociaal-liberalen hun vingers kunnen aflikken?

Kunnen wij ook trots zijn op onze beoogde partners waarmee we de komende – moeilijke – regeerperiode zullen ingaan? Ik heb geleerd dat vertrouwen moet bouwen op respect voor de waarden waarvoor je beoogde partners staan. Hebben wij respect voor de waarden van de beoogde partners en hebben zij dat voor die van ons? Gaat een handdruk volstaan om straks – als het op enigerlei moment spannend wordt – zeker te zijn van elkaars steun?

Het verontrust me in dat verband dat er weinig tegengeluid komt vanuit onze partij en helemaal niet vanuit je fractie. Veel van mijn vrienden binnen de partij morren. Heeft het volgens hen geen zin aan de bel te trekken? Dat zou erg zijn voor een partij die een levende democratie voorstaat. Zou de verbluffende stilte ook betekenen dat een ieder binnen de fractie zich kan vinden in een regeerakkoord waarbij Rechts Nederland likkebaardt?

Volgens Herman Wijffels lijdt de fractievoorzitter van het CDA aan tunnelvisie. Dat wisten wij in het verleden te voorkomen omdat de VVD bouwt op een breed draagvlak waarbij twee vleugels blijmoedig voortbestonden; tegenstelling houdt scherp. Maar daarbij hoort discussie en inhoudelijke confrontatie.

Dat maakte de VVD-fractie altijd leuk: er zaten ‘echte’ mensen en geen gedrilde partijtijgers. Waar andere partijen in een kramp schoten bij een afwijkend geluid, glimlachten VVD’ers daarover. Dat mis ik nu. Dreigt niet het risico van groepspolarisatie? Je ziet dat altijd op voetbaltribunes: als je maar lang genoeg hetzelfde roept en om je heen roepen allemaal verstandige mensen dat ook, dan ga je geloven in je eigen gelijk. En vervolgens nog harder, nog uitgesprokener roepen. Totdat de hele groep extremer is dan elk van de individuele leden.

Het is een taak van het leiderschap – van jou dus en je medevoortrekkers – om te waarborgen dat je fractie een kleurrijk liberaal perspectief behoudt. En dat ook ‘mijn’ deel van je achterban zich vertegenwoordigd blijft voelen en zich kan uitspreken over het onderhandelingsresultaat voordat het onomkeerbaar is. Dat is in zekere zin de prijs die je betaalt voor de stilte die nu wordt betracht.

In het verleden was een ledenraadpleging in de praktijk niet nodig. De onderhandelaars konden werken binnen een soort mandaat dat hun door de kiezers was gegeven. Dit is echter bij de lopende onderhandelingen nauwelijks het geval. Op de agenda staan uiterst principiële en ook controversiële onderwerpen die niet op het netvlies konden staan van vele VVD-stemmers onder wie mijn liefhebbende. En ikzelf.

Dat is een grote verantwoordelijkheid. Maar het proces is in de verbinding met de kiezers zeker zo belangrijk als de inhoud. De toets voor leiderschap is eigenlijk heel eenvoudig: heb je een verhaal dat anderen willen en kunnen begrijpen? Staan sommige waarden van beoogde partners niet te ver weg van het liberale wereldbeeld dat jij de afgelopen jaren hebt ingekleurd? Kun je dat verhaal vertellen aan de keukentafel, aan hen die je lief zijn, zonder te blozen? Moet je dit willen, Mark?

We hebben behoefte aan een krachtig kabinet dat financieel-economische soliditeit hoog in het vaandel heeft, maar geen twijfel laat bestaan aan liberale waarden. Sommige compromissen moet je niet willen. Doe je best.

Pieter Winsemius is VVD’er. Hij was minister van VROM in het kabinet-Lubbers I en in Balkenende-III.