Kremlin ontslaat Loezjkov, burgemeester van Moskou

De Russische president Dmitri Medvedev heeft vanochtend burgemeester Joeri Loezjkov van Moskou per decreet ontslagen. Als reden wordt een vertrouwensbreuk aangevoerd. Het ontslag van de machtige Loezjkov maakt een einde aan een felle machtsstrijd tussen het Kremlin en het Moskouse stadhuis, die de afgelopen weken zowel achter de schermen als op de staatstelevisie is gevoerd.

De burgemeester van Moskou is officieel de op twee na belangrijkste politicus van Rusland. Dat komt onder meer doordat Moskou goed is voor 20 procent van de Russische economie. Loezjkov is bovendien een van de oprichters van pro-Kremlinpartij Verenigd Rusland, die door zijn ontslag een gevoelige nederlaag lijdt.

Gisterochtend zei Loezjkov, na zijn terugkeer op het stadhuis van een korte vakantie in Oostenrijk, dat hij weigerde om vrijwillig op te stappen. Volgende week zou hij nog een aantal officiële bezoeken aan het buitenland afleggen. Zo ging hij de confrontatie met president Medvedev opnieuw aan. Ook namen vooraanstaande figuren uit het culturele leven het in een brief aan Medvedev voor de belaagde burgemeester op.

Vorige week lekte uit dat Loezjkov binnen twee tot drie weken een nieuwe functie van de regering zou kunnen krijgen, indien hij vrijwillig ontslag nam. Dat lijkt nu uitgesloten. Politieke analisten gingen er toen vanuit dat Loezjkov, die van grootschalige corruptie wordt beschuldigd, ten tijde van die toezegging nog niet voldoende juridische en financiële garanties van het Kremlin had gekregen. Die garanties zouden ook betrekking moeten hebben op het bouwimperium van zijn vrouw, miljardair Jelena Batoerina.

Loezjkov wordt tijdelijk vervangen door de 74-jarige eerste locoburgemeester Vladimir Resin, die nu verantwoordelijk is voor bouwzaken. Resin geldt als een trouwe bondgenoot van Loezjkov en stond vorig jaar centraal in het ‘horlogeschandaal’, toen hij werd gefotografeerd met een Zwitsers horloge om met een waarde van 750.000 euro.

Moskou werd een lustoord voor de rijksten: pagina 5

Commentaar: pagina 7