Iedereen wacht op mogelijke Kafka-schat

Er zit eindelijk een beetje schot in de slepende zaak rondom de nalatenschap van de schrijver Franz Kafka. Komt er een nieuw meesterwerk boven water uit de mysterieuze dozen?

Het zal niet lang meer duren, zegt de Israëlische journalist en onderzoeker Ofer Aderet, en hij zal eindelijk een idee krijgen welke schat zich in tien mysterieuze dozen bevindt. Of is het allemaal oude rommel, een verzameling stoffige kattebelletjes en agenda’s? Twee jaar heeft Kafka-adept Ofer Aderet geprocedeerd en gezeurd. Binnenkort zal hij eindelijk weten of het het waard was.

Er zit eindelijk een beetje schot in de slepende – de verleiding is groot om te zeggen: kafkaëske – zaak rondom de nalatenschap van de schrijver Franz Kafka (1883-1924). Een tien dozen tellend archief, verspreid over kluizen in Tel Aviv en de Zwitserse stad Zürich, is deze zomer door een door de rechter aangewezen commissie geopend. Na enkele maanden studie zal de commissie binnenkort aan de rechtbank in Tel Aviv rapporteren wat zich in de dozen bevindt. Aderet: „Eindelijk komt het antwoord op de vraag die me obsedeert: komt er een nieuw meesterwerk van Kafka boven water? Alles is mogelijk.”

Twee bejaarde Israëlische zussen, Eva Hoffe en Ruth Wiesler, claimen de rechten op de inhoud van de dozen. Ze staan tegenover de staat Israël, die vindt dat de inhoud van de dozen in het archief van de Nationale Bibliotheek van Jeruzalem hoort. Ook Ha’aretz is partij: de krant vindt dat er een publiek belang gediend is bij openbaarmaking van de inhoud van de dozen, en eist dat een publicatieverbod wordt opgeheven. Het is een zaak waar inmiddels heel Israël een mening over heeft.

Eva Hoffe moet het in het publieke debat het meest ontgelden met bijnamen als ‘gijzelaar van literatuur’ of ‘geldwolf’. Mogelijk, maar zeker is het niet, willen ze de manuscripten verkopen aan het Literatuurarchief in het Duitse Marbach. In een zeldzaam interview dat zij gaf aan de BBC, zei Hoffe eerder dit jaar: „Ik ben niet getrouwd. Ik heb geen kinderen. Ik had alleen dit [de manuscripten, red.] Ik kan er niet bij hoe dit land zich gedraagt, het heeft het recht niet tussenbeide te komen.”

Als het aan Kafka zélf had gelegen, was het nooit zo ver gekomen. In 1924, vlak voor zijn dood, vertrouwde de Tsjechische schrijver zijn handgeschreven manuscripten toe aan zijn vriend Max Brod. Als Kafka zou overlijden, moest zijn werk verbrand worden. Brod negeerde deze wens en bewaarde het archief. Toen de joodse Brod in 1939 naar Tel Aviv vluchtte, nam hij de manuscripten mee. Hij gaf delen van de nalatenschap uit, zoals de meesterwerken Het Proces, Amerika en Het Slot.

Toen Brod overleed, liet hij de overgebleven manuscripten na aan zijn secretaresse, Esther Hoffe. Zij verkocht sommige werken op veilingen. Nog altijd bevindt zich onontdekt werk in de verzameling. Toen Hoffe in 2007 overleed, eisten haar dochters de nalatenschap op. Maar ook de staat Israël wil de manuscripten hebben. Israël eist voor de Nationale Bibliotheek ook de door Hoffe verkochte manuscripten op, zoals dat van Het Proces, dat zich in Marbach bevindt. Volgens Israël heeft de bibliotheek recht op de artistieke nalatenschap van de joodse schrijver.

Hoewel de zussen beweren dat zij het volste recht hebben op de erfenis van hun moeder, lijken zij het langzaam te verliezen van hun tegenstander. Een Israëlische rechter beval openbaarmaking van de dozen. Een onafhankelijke commissie heeft de manuscripten doorzocht en zal zeer binnenkort aan de rechter rapporteren wat erin staat. Hierop gaat de rechter beslissen welke documenten een persoonlijk belang hebben, en welke openbaar gemaakt kunnen worden. Dan zouden Ofer Aderet en andere geïnteresseerden de stukken eindelijk kunnen inzien.

Aderet: „Misschien hebben de zussen een privéreden om openbaarmaking tegen te houden.” In de Israëlische pers gaan geruchten dat Brod en Esther Hoffe een geheime affaire hadden.

Het is volgens Aderet niet realistisch om te denken dat een werk als Het Proces tussen de documenten zit. „Het kunnen brieven zijn, persoonlijke notities, aantekeningen, die de personen van Kafka en Brod wat meer kleur geven. Maar ik blijf natuurlijk hopen op dat ene onontdekte manuscript.”