‘Hoogleraren moeten zich niet stellig uitlaten over proces-Wilders’

hooglerarenHet proces-Wilders wordt volgende week hervat. Vorige week spraken vier hoogleraren in de rechtsgeleerdheid zich in het gratis dagblad De Pers al uit over de gewenste uitkomst: vrijspraak alstublieft. Dat vindt strafrechthoogleraar Ybo Buruma op zijn beurt ´hachelijk´, juist omdát zij hoogleraar zijn.

Lees hier het artikel met een groepsinterview met de hoogleraren Theo De Roos (strafrecht), Henny Sackers (bestuurlijk sanctierecht), Tom de Zwart (mensenrecht) en Afshin Ellian (sociale cohesie en burgerschap). Het verscheen onder de kop ´Deze vervolging past niet bij een beschaafd land´.

En hier de reactie van Buruma op zijn eigen blog. De Roos en Sackers adviseerden eerder het Openbaar Ministerie om géén vervolging in te stellen. De advocaat van Wilders wilde hen alle vier als getuige in het proces laten optreden, maar daar gaf de rechtbank geen toestemming voor. Zwart vergelijkt het proces tegen Wilders met de vervolging van een dissident in China. De Roos vindt deze zaak een prachtig voorbeeld van de reden waarom het opportuniteitsbeginsel in de wet staat. Vervolging is hier niet in het algemeen belang omdat zowel vrijspraak als veroordeling tot opschudding zouden leiden.

Zij wijzen erop dat het Openbaar Ministerie dankzij de ´aanwijzing discriminatie´ van 2007 voor een hopeloze taak staat. Sinds die aanwijzing is vervolging van discriminerende uitingen altijd gewenst, waardoor iedere kreet op straat een straf kan opleveren. Sackers vindt het ´wonderlijk´ dat het beledigen van een groep vanwege hun religie strafbaar kan zijn. Ellian ergert zich eraan dat de openbare orde zou moeten worden beschermd tegen boze moslims wanneer ze worden beledigd. Ook De Roos kan zich niet voorstellen dat de uitspraken van Wilders tot ongeregeldheden zouden leiden.

Buruma schrijft in zijn persoonlijke weblog dat we ´nu eenmaal´ een wetsbepaling hebben die haatzaaien strafbaar stelt. En dat politici zich daar ook aan moeten houden. Hij haalt uitspraken van het Europese mensenrechtenhof in Straatsburg aan die zulke veroordelingen van politici uit België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk ook kon billijken. Heel voorzichtig oefent hij kritiek op de directe adviezen die zijn collega´s aan de Amsterdamse rechters geven. Dat het publiek en media de gewenste uitspraak alvast bespreken, is te begrijpen. (Lees hier de mening van de krant.)  Maar specialisten in het recht? Die ´leggen daarmee een waarheidsclaim op tafel. “Zo is het en niet anders”. Misschien ben ik wat ouderwets, maar ik vind de stelling van een hoogleraar meer dan een mening.`

Buruma haalt daarmee de sub iudice-regel aan, die deelnemers aan het publieke debat verplicht tot terughoudendheid als een zaak nog ´onder de rechter´ is. Politici worden geacht zich helemaal van commentaar te onthouden. Mocht de rechter Wilders toch veroordelen, dan zal het publiek constateren dat de rechter daarmee afwijkt van wat ´de wetenschap´ te melden had. Zijn advies aan collega´s: doe geen ´al te stellige´ uitspraken en laat de rechter eerst zijn werk doen.

Wat vindt u? Lopen hoogleraren recht het risico de rechters in de zaak Wilders meer voor de voeten te lopen met hun meningen dan leken? Lees hier eerdere bijdragen over het proces Wilders. En bekijk hier een een NRC-video over de inhoud van het proces.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding. Geen pseudoniemen of allen achternamen. Open vizier dus.