Het is altijd op een afstandje

De meeste Mexicanen merken in het dagelijkse leven weinig van de drugsoorlog.

Maar docent en freelancer Jan-Albert Hootsen neemt wel zijn voorzorgsmaatregelen.

Als ik e-mails of telefoontjes uit Nederland krijg, wordt het gesprek steevast afgesloten met de opmerking ‘pas je wel op?’. Met een blik op de nieuwsstroom uit Mexico is dat niet zo vreemd. Migranten die en masse worden geëxecuteerd, lichamen die in stukken worden gevonden in plastic zakken, naakte lichamen die aan bruggen worden opgehangen. Het is niet het geweld alleen dat voor beroering zorgt, het is vooral de wijze waarop het zich uit. En de cijfers liegen er niet om: bijna 30.000 doden sinds president Felipe Calderón in 2006 besloot het leger tegen de georganiseerde misdaad in te zetten.

De berichtgeving wekt de indruk dat niemand in Mexico veilig is, dat het land wordt beheerst door drugs en moord. De realiteit is gecompliceerder. Zeker, delen van het land zijn zwaar getroffen door de strijd met en tussen de georganiseerde criminaliteit. Niet alleen door het geweld, maar ook door de bloeiende ontvoerings- en afpersingsindustrie. Tegelijkertijd concentreert het overgrote deel van het geweld zich slechts in een handvol deelstaten.

Mexico is een groot land, meer dan vijftig keer zo groot als Nederland, en Ciudad Juárez ligt net zover van Mexico Stad als Nederland van Wit-Rusland. Voor toeristen zijn plaatsen als Cancún, Playa del Carmen en de ruïnes van Chitchén Itzá nog heel goed te bezoeken.

Zelf werk ik sinds vorig jaar als freelance journalist en docent in Mexico Stad. Hier in de hoofdstad merken we in het dagelijks leven eigenlijk niet zo veel van het drugsgeweld. Sterker nog, het moordcijfer in Mexico Stad ligt een stuk lager dan dat van Washington DC. Het dagelijks leven gaat gewoon door: we gaan naar ons werk, winkelen, bezoeken familie. Militaire colonnes zijn in de hoofdstad nauwelijks te bespeuren. De restaurants zitten vol, het uitgaansleven bruist en de straten zijn, afgezien van het woest toeterende verkeer, rustig als altijd.

Hoe anders is de sfeer in de door drugsgeweld getroffen steden. Het afgelopen half jaar heb ik de Noord-Mexicaanse steden Culiacán, Tijuana en Ciudad Juárez bezocht. In 2009 waren dat de drie gewelddadigste steden van het land en dat is te merken. Onderwerpen als corruptie, criminaliteit en straffeloosheid worden vermeden. Journalisten waarschuwen me niet al te confronterende vragen te stellen en doen zelf geen diepgravende onderzoeken meer naar de drugscriminaliteit.

Het bekendste voorbeeld daarvan is El Diario, het grootste dagblad in Ciudad Juárez, dat afgelopen week in een hoofdredactioneel commentaar aankondigde zijn berichtgeving over de drugsoorlog te stoppen. Aanleiding was de moord op fotograaf Luis Carlos Santiago Orozco. De pas 21-jarige stagiair was het tweede vermoorde redactielid in twee jaar tijd, voor El Diario de druppel. Wanhopig vroegen ze in het commentaar aan de drugskartels wat ze eigenlijk van de media willen. Ook voor mij had Santiago’s dood een persoonlijke dimensie; ik leerde hem kennen toen ik twee maanden geleden op de redactie van El Diario te gast was tijdens een reportagereis naar Ciudad Juárez.

Het geweld tegen journalisten eist de laatste tijd veel aandacht op, maar is geen nieuw fenomeen. 68 verslaggevers en fotografen hebben sinds 2000 op gewelddadige wijze het leven in Mexico gelaten. Mexico heeft op papier meer organen ter bescherming van de pers dan welk ander land ook ter wereld, maar mijn collega’s worden in de praktijk meestal aan hun lot over gelaten. Moorden en ontvoeringen worden niet of nauwelijks onderzocht, daders worden vrijwel nooit opgepakt.

Een reportage in de drugsgebieden vraagt daarom om de nodige voorbereiding. Mijn bestemming laat ik alleen in Nederland weten en alle bronnen screen ik van tevoren met ervaren collega’s, of ik vraag hun om betrouwbare contacten. Ter plaatse vertel ik aan niemand in welk hotel ik verblijf, zoek ik geen ‘conflictwijken’ in mijn eentje op en ben ik voorzichtig met mensen op straat aanspreken over de drugsoorlog. En als er een geblindeerde auto zonder nummerplaten meer dan eens langsrijdt, betekent dat meestal dat je beter een andere plek kunt opzoeken. Correspondenten blijven vooralsnog buiten schot, maar dat is geen garantie.

Terug in Mexico Stad kan iedereen zich vrijelijk bewegen. Desondanks bestaat de vrees dat het ook hier kan veranderen. Monterrey, de derde stad van Mexico en lang gezien als een onneembare vesting van rust en economische voorspoed, is de laatste maanden in de greep van schietpartijen, executies en door drugdealers opgezette blokkades. De val van Monterrey was een schok voor het hele land en iedereen vraagt zich nu af wat er gaat volgen. De eerste tekenen dat het geweld dichterbij komt, zijn in de randgemeenten van Mexico Stad in ieder geval al merkbaar.

Zelf woon ik in Nezahualcóyotl, een aanleungemeente van de hoofdstad met bijna twee miljoen inwoners. Op straat wordt sinds een jaar gefluisterd dat La Família Michoacana Neza de stad is binnengetrokken. Deze tamelijk bizarre drugsbende, uit de centrale deelstaat Michoacán, heeft het geweld een religieus tintje gegeven. Nieuwe leden moeten op ‘Bijbelcursus’ en de vele geëxecuteerde slachtoffers worden op straat gedumpt met brieven die spreken van ‘goddelijke wraak’ tegen rivaliserende drugskartels.

Inderdaad hoor ik vanuit mijn slaapkamer ’s nachts sporadisch schietpartijen, al is het altijd op een afstandje. Ook in de kranten staan meer berichten over executies en gewapend treffen tussen kartelleden. Nog niet zo lang geleden werd een belangrijke drugsbaron opgepakt in Bosques de Aragón, een gegoede buurt op een paar honderd meter van ons huis. De broer van mijn vriendin, een kenner van het lokale nachtleven, komt regelmatig met onheilspellende verhalen thuis. „Pas op, ze zitten hier overal”, zegt hij, „Iedereen die een winkel, restaurant of bar heeft, betaalt geld aan de narcos. We weten niet welke politieagenten door wie zijn omgekocht.”

We nemen daarom onze voorzorgsmaatregelen. Na een uur of tien ’s nachts gaan we de straat niet meer op. Als ik sigaretten wil halen in het buurtwinkeltje, houdt mijn vriendin me vanuit de deuropening in de gaten tot ik weer terug ben. Ook laat ik niemand meer weten dat ik journalist ben, sinds het gerucht de ronde doet dat een paar huizen verderop sicarios (huurmoordenaars) van La Família hun intrek hebben genomen.

Het gaat te ver om te zeggen dat Mexico door drugsgeweld wordt ‘verscheurd’. De meeste Mexicanen merken er in het dagelijks leven weinig van, maar het komt wel degelijk dichterbij. Het is vooral de angst voor de toekomst die het land in zijn greep houdt. President Calderón laat regelmatig weten dat Mexico aan de winnende hand is in de strijd tegen de misdaad, maar voorlopig neemt het geweld alleen maar toe.

Jan-Albert Hootsen (28) woont en werkt sinds oktober 2009 in Mexico Stad. Hij is als freelance correspondent actief voor verschillende Nederlandse media en werkt als docent journalistiek op twee universiteiten in de Mexicaanse hoofdstad. Zie zijn blogs op www.elpincheholandes.nl.