Een week eurocircus in Brussel

De financiële crisis binnen banken en landen noopt tot betere regels. In Brussel spreekt de Europese politieke en financiële top er de hele week over.

„Dank Didier, we weten dat je weg moet. Succes met de taskforce. Hopelijk komt er eindelijk een doorbraak.” De Belgische minister van Financiën, Didier Reynders, beende gisteren aan het eind van de middag de prachtige balzaal van het Brusselse Conrad-hotel uit. Hij moest met zijn Europese collega’s vergaderen bij Europees president Herman Van Rompuy, over sancties en andere drukmiddelen om eurolanden tot meer discipline te dwingen. Na Reynders’ vertrek praatten een huidige eurocommissaris, twee voormalige eurocommissarissen, topmannen uit het bedrijfsleven, europarlementariërs, lobbyisten, centrale bankiers en toezichthouders onder de kroonluchters verder over het bankentoezicht, begrotingstekorten en de toekomst van de euro.

Deze week is de top van Europa in Brussel bijeen. Je kunt rustig stellen dat de crisis de meesten van hen een status heeft gegeven die zij voorheen niet hadden. Zij noemen elkaar bij de voornaam, al staan sommigen elkaar professioneel naar het leven. „Jacques” is Jacques De Larosière, voorheen IMF- en bankdirecteur, die bekendheid kreeg door zijn voorstellen over financieel toezicht. „Lucas” is Lucas Papademos, voormalig vice-president van de Europese Centrale Bank. Ook „Frits” was aanwezig – Bolkestein. Deze week ontmoeten zij en andere (semi-)bekendheden elkaar op financiële seminars, ‘workshops’ en ‘summits’ in de Europese hoofdstad. Die worden gehouden omdat de ministers van Financiën de hele week in Brussel zijn. Gisteravond vergaderden die met Van Rompuy over strengere spelregels voor de euro. Donderdag en vrijdag buigen ze zich over andere thema’s, zoals regelgeving voor de derivatenhandel of de vraag of (en hoe) landen bankheffingen moeten invoeren. Gisteren sprak ook ECB-voorzitter Jean-Claude Trichet EU-ambassadeurs en het Europees parlement toe. En morgen presenteert de Europese Commissie wetsvoorstellen om het debat over een beter euromanagement, dat bij Van Rompuy in een impasse zit, vlot te trekken.

Vroeger waren ministersvergaderingen technische aangelegenheden. Financiën was iets voor techneuten. Maar de crisis heeft alles wat met economie en financiën te maken heeft politieke relevantie gegeven. Daarom zuigt een vergaderweek als deze, behalve 100.000 demonstranten morgen (tegen de bezuinigingen), ook organisatoren van conferenties aan.

Dit circus van overwegend donkergrijze pakken ziet er imposant uit, zeker op de vergulde hotelstoeltjes gisteravond. Maar elders in de stad, op het kantoor van Van Rompuy, schoten de ministers niet veel op. De vergadering duurde tot half elf ’s avonds. „We kletsen in het rond,” zegt iemand die erbij was. „Alle ministers willen dat er sancties komen voor overtreders van het Stabiliteitspact. Maar wat voor sancties en of ze automatisch moeten worden of niet, daarover worden ze het niet eens. Duitsland en Nederland willen automatische sancties. Frankrijk en veel andere landen niet.”

Gistermiddag waarschuwde ECB-voorzitter Trichet hier al voor. Eerst vertelde hij de EU-ambassadeurs, achter gesloten deuren, dat de gevolgen desastreus zijn als de ministers er in Van Rompuy’s ‘taskforce’ niet in slagen om de regels van het Stabiliteitspact aan te scherpen en af te dwingen. Daarna zei hij dat in het parlement diplomatieker nog een keer. Sancties voor overtreders van het Pact moeten „semi-automatisch” worden, zei hij. In 2004 en 2005 veranderden Frankrijk en Duitsland het Pact om zelf sancties te ontlopen. Dat „mag nooit meer gebeuren”. Hij prees het parlement, dat onlangs zorgde dat Europese banksupervisie meer tanden krijgt dan de ministers wilden. Hij hoopte dat het parlement bereid is nogmaals te bewijzen dat „de laagste gemene deler”– slappe compromissen van ministers – niet acceptabel zijn.

Trichet is een van der weinigen die het financiële ‘slagveld Europa’ nog overziet – van de toestand binnen banken tot bezuinigingsmaatregelen van regeringen. De schuld die in 2008-2009 van banken naar regeringen ging, komt nu bij de ECB terecht. De Bank koopt staatsobligaties uit zwakke eurolanden, en laat banken lenen tegen lage rentes die ze op financiële markten niet meer krijgen. Als iemand weet dat die markten krachtige maatregelen van Van Rompuy’s taskforce verwachten, is het Trichet. Zo niet, dan zullen beleggers de aanval op de euro weer inzetten. Maar er is een grens aan de interventies van de ECB.

Morgen komt eurocommissaris Olli Rehn met voorstellen voor een nieuw sanctiesysteem waarbij niet alleen Europese subsidies maar ook stemrecht van lidstaten kunnen worden bevroren. Ook wil Rehn landen niet alleen op begrotingstekorten maar ook op staatsschulden afrekenen. Dit zijn stevige voorstellen, die bewijzen dat de Commissie haar rol als voorvechter van het Europese belang weer serieus neemt. Maar velen vrezen dat de ministers, die erover moeten onderhandelen, er geen spaan van heel laten. Vandaar dat Trichet, volgens een ingewijde, „dol is op het parlement”: als Van Rompuy de ministers niet tot discipline kan dwingen, is het parlement er altijd nog.

Ook in het Conrad-hotel leek niet iedereen veel fiducie in de ministers te hebben. Op welk gebied dan ook. De Larosière waarschuwde dat banksupervisie alleen werkt als lidstaten de nieuwe regels ook toepassen. Bolkestein meende dat de „economische cultuurverschillen” tussen eurolanden te groot zijn voor één regelsysteem. En toen Reynders naar de taskforce vertrok, mompelde Sir Nigel Wicks, van de internationale beurshandelaar Euroclear: „Eigenlijk is de monetaire unie te belangrijk om alleen aan minister van Financiën overgelaten te worden.”