Doemscenario kinderopvang slaat nergens op

Het debat over ingrepen in de kinderopvang wordt vertroebeld door onzinverhalen die elke grond missen.

Kijk naar de feiten, betoogt André Rouvoet.

Indianenverhalen, doemscenario’s en klinkklare nonsens. Ik heb geen andere woorden voor de beweringen die de tegenstanders van ingrepen in de kinderopvang de afgelopen week de wereld in slingerden: in 100.000 gezinnen zouden de moeders stoppen met werken, lage inkomens zouden harder gepakt worden dan hoge en gezinnen zouden er vele duizenden euro’s per jaar bij inschieten.

Dat belangengroepen en politieke partijen die beelden oproepen om hun zin te krijgen, moeten ze zelf weten. Ik vind het niet sterk; ze jagen er mensen vooral angst mee aan. Ik redeneer liever op basis van de feiten.

Feit is dat het de tegenstanders alleen kan gaan om de bezuiniging voor 2011 waartoe al voor de zomer is besloten, in overleg met de Tweede Kamer trouwens. De extra maatregel die voor 2012 gepland staat, is nog niet ingevuld. Dat is aan een volgend kabinet. Als ik, als minister verantwoordelijk voor kinderopvang, al niet weet hoe deze maatregel eruit komt te zien en mijn opvolger nog niet eens bekend is, hoe kunnen anderen daar dan wel van op de hoogte zijn?

Feit is ook dat de bezuiniging voor 2011 een beleidsarme moest zijn, omdat het kabinet in demissionaire staat verkeert. Met andere woorden: zonder wijziging van de systematiek en zo eerlijk mogelijk. Dat is gebeurd, in tegenstelling tot wat sommigen beweren. Zij zeggen terecht dat het percentage dat er bij een laag inkomen bovenop komt, volgend jaar hoger is dan bij een hoger inkomen. Maar wat zij er ‘vergeten’ bij te melden, is dat dit komt doordat de lage inkomens een hoger percentage aan toeslag krijgen. Uiteindelijk betaalt iedereen eenzelfde percentage van zijn besteedbaar inkomen. Alleen ouders die zelf al tweederde van de kosten voor hun eerste kind zelf betalen, blijven voor dat kind buiten schot. In de wet staat dat ouders minimaal eenderde aan toeslag moeten krijgen.

Concreet komt de maatregel voor een modaal gezin met twee kinderen die twee dagen per week naar opvang gaan, neer op 27 euro extra per maand. Maal 12 is dat 324 euro per jaar. Dat is natuurlijk vervelend, maar het komt nog niet in de buurt van ‘duizenden euro’s’ waar de FNV mee schermt.

Feit is ook dat het effect van kinderopvangtoeslag op de arbeidsparticipatie bij zware subsidiëring beperkt is. Onderzoekers van CPB en SCP bevestigden dat zaterdag nog in het Financieele Dagblad. „Uit elk onderzoek blijkt dat de invloed van de kosten van kinderopvang gering zijn, of niet eens aan te tonen”, aldus het SCP. Harde cijfers over de toename van de arbeidsparticipatie levert het CBS: tussen 2006 en 2009 vond een stijging plaats van het percentage huishoudens waar beide ouders werkten, van rond de 60 naar rond de 70. Een stijging van iets meer dan 10 procent. Dat is significant, maar slechts zeer beperkt toe te schrijven aan de kinderopvang. Dit kabinet heeft de afgelopen periode natuurlijk meer gedaan aan emancipatie, de toenmalige minister van Emancipatie, Plasterk, voorop.

Bovendien staat het niet in verhouding tot de explosie van het budget voor kinderopvang die in dezelfde periode heeft plaatsgevonden. Dit ging van 921 miljoen in 2006 naar zo’n 3 miljard in 2009, een stijging van circa 230 procent.

Bij de stelling van de MO Groep dat van 100.000 gezinnen de moeders nu zullen stoppen met werken, heb ik nog geen begin van een onderbouwing gezien. Dat begrijp ik ook wel: er is met de beste wil van de wereld geen bewijs voor te vinden.

Nog één voorbeeld: de vorige keer dat GroenLinks een handtekeningenactie organiseerde tegen ingrepen in de kinderopvang hield verband met een verlaging van de toeslag die in 2009 zou ingaan. We kunnen nu zien wat het effect van die maatregel is geweest: ondanks een versobering van de regeling bleef de arbeidsparticipatie stijgen, zij het licht.

Gek genoeg zijn het niet eens de indianenverhalen, doemscenario’s en klinkklare nonsens die mij de afgelopen week het meest hebben verbaasd. Het is de paternalistische, materialistische, ja zelfs anti-moderne redeneertrant van de zich links of progressief noemende partijen die mijn wenkbrauwen deed fronzen. Alsof geld voor ouders de enige motivatie is om te gaan werken. Alsof ouders niet ook vooral willen werken, omdat ze dat zinvol of gewoon leuk vinden. En alsof het vanzelfsprekend is dat niet de man maar de vrouw thuis gaat zitten als er op de kinderen gepast moet worden.

André Rouvoet (CU) is als demissionair minister van Jeugd en Gezin in Balkenende-IV verantwoordelijk voor het beleid over kinderopvang.