De wil om te geloven is weg

De Israëlische bouwstop is afgelopen zondag geëindigd.

Toch praat de Palestijnse president Abbas verder met Israël over vrede. Palestijnen snappen niet waarom.

Een Palestijnse jongen gooit stenen om de weg te blokkeren tijdens rellen afgelopen weekeinde in de wijk Silwan in bezet Oost-Jeruzalem. Foto AP A masked Palestinian youth throws a rock on the road to block it, during clashes with Israeli police, unseen, in east Jerusalem neighborhood of Silwan Friday, Sept. 24, 2010. (AP Photo/Muhammed Muheisen) AP

„Ze zijn kwaad, niet meer te houden”, zegt Fahri Abu Diab op zondagavond vlak voordat de bouwstop eindigt, terwijl hij uit het raam kijkt, de duisternis in. Bij ieder hard geluid kijkt de Palestijn naar buiten. Is het weer begonnen? „Van peuters tot bejaarden, iedereen is woedend. We voelen ons in de steek gelaten door de wereld. Netanyahu kan zijn gang gaan, Palestijnse leiders zijn zwak, de Verenigde Staten doen niets. Die ellendige nederzettingenbouw heeft iets doen knappen bij de mensen. De wil om nog ergens in te geloven is hier helemaal verdwenen.”

Iedere avond zijn er rellen in Silwan, een wijk in bezet Oost-Jeruzalem, waar circa tachtig families van Joodse kolonisten wonen tussen vijftigduizend Palestijnen. De sfeer was al lange tijd gespannen, omdat de gemeente Jeruzalem tientallen Palestijnse huizen wil slopen voor een archeologisch themapark in aanbouw. De kolonisten zijn de initiatiefnemers van dit themapark. Vorige week schoot een Israëlische bewaker twee Palestijnse mannen dood. Bij rellen in een nabijgelegen wijk stierf afgelopen weekeinde een baby van veertien maanden, die traangas had ingeademd. Sindsdien zijn er iedere avond gevechten tussen zwaarbewapende Israëlische politietroepen en groepen Palestijnen.

Silwan is een dichtbevolkte wijk in een dal, een doolhof van nauwe straatjes en kleine huizen. Er hangt ’s avonds een mist van traangas. Abu Diab, een opa van vijf kleinkinderen, laat de niet ontplofte traangasgranaten zien die in zijn tuin zijn geland. Het naderende einde van de bouwstop, nog een paar uur ziet Abu Diab op zijn horloge, maakt de stemming in Silwan nog grimmiger. Hij is het geloof in onderhandelen kwijtgeraakt. „Nu de bouwstop afloopt, paraderen de kolonisten met nog meer zelfvertrouwen rond en zijn de Palestijnen nog bozer. We zijn dus nog verder van huis dan daarvoor.”

Met de oproep aan de kolonisten dat zij „terughoudendheid” moeten betrachten bij het bouwen in Joodse nederzettingen in bezet Palestijns gebied maakte de Israëlische premier Benjamin Netanyahu dit weekeinde duidelijk dat het gedaan is met die bouwstop. Tien maanden lang was de bouw in nederzettingen formeel stilgelegd, dit na zware druk van de Amerikaanse president Obama. De circa tweehonderd Joodse nederzettingen zijn illegaal volgens het internationaal recht en staan de vorming van een Palestijnse staat in de weg.

De term ‘bouwstop’ is eigenlijk niet juist. Door tal van uitzonderingen, voor de kolonisten in Oost-Jeruzalem bijvoorbeeld, is hooguit sprake geweest van een vertraging in de bouw in bezet gebied. Op de Westelijke Jordaanoever zijn de afgelopen maanden zeshonderd nieuwe appartementen gebouwd, volgens gegevens van de Israëlische organisatie Vrede Nu. Gemiddeld worden er in zo’n periode zeventienhonderd gebouwd. In Oost-Jeruzalem ging de bouw onverminderd hard door.

Nu er sinds enkele weken weer direct onderhandeld wordt tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit oefende Obama opnieuw druk uit op Netanyahu. Als de termijn van de bouwstop vlak na het begin van de onderhandelingen zou aflopen, zou het door de Amerikanen zo gewenste vredesoverleg al snel kunnen eindigen. De Palestijnse president Abbas had gedreigd weg te lopen bij de gesprekken.

De termijn is inmiddels, afgelopen zondagnacht, verstreken. En twee dingen zijn duidelijk geworden: Netanyahu verlengt de bouwstop niet en Abbas loopt niet weg. In de Joodse nederzetting Revava, op de bezette Westelijke Jordaanoever, kwamen zondagavond circa tweeduizend kolonisten en sympathisanten samen om het einde van de bouwstop te vieren. „We gaan weer aan het werk”, zei voorzitter Danny Dayan van kolonistenorganisatie Yesha. Betonmolens en kranen werden klaargezet voor de wereldpers, om te suggereren dat er meteen voluit gebouwd gaat worden.

Dat is grotendeels bluf – het werk wordt vooral gedaan door goedkope Palestijnse arbeidskrachten en die mogen deze week vanwege het Loofhuttenfeest maar beperkt reizen op de Westelijke Jordaanoever. Maar duidelijk is dat Netanyahu, wiens coalitie deels steunt op de half miljoen leden tellende kolonistenbeweging, heeft gekozen voor zijn achterban. Daarbij heeft de leider van de rechtse Likud-partij de stemming in zijn eigen land aangevoeld. Uit een opiniepeiling, uitgevoerd door de Universiteit van Tel Aviv, bleek dat een meerderheid van de Israëlische bevolking (52 procent) geen heil zag in een verlenging van de bouwstop. Circa 41 procent was voor verlenging.

Dat de Palestijnse president Abbas zijn belofte niet hield om weg te lopen bij het vredesoverleg illustreert de scheve verhoudingen aan de onderhandelingstafel. Hij gaat, kondigde hij aan, begin volgende maand overleggen met de Arabische Liga. Volgens regeringswoordvoerders in Israëlische media zou een nóg beperktere bouwstop de komende dagen nog mogelijk zijn. Israël zou bijvoorbeeld kunnen doorgaan met het bouwen in de grote nederzettingen, en de bouwstop door laten gaan in de kleinere nederzettingen.

Hoe dan ook, Netanyahu’s gok werkte: hij passeerde Obama en Abbas, consequenties heeft het niet. Abbas, die de afgelopen weken alleen eiste dat de bouwstop verlengd moest worden, heeft niets in te brengen. Van de VS moet hij blijven aanschuiven, terwijl hij niet bij machte is om zelf eisen te stellen. Zijn bevolking is het vertrouwen in hem kwijtgeraakt.

De kolonisten hebben weer de vrije hand, onder de Palestijnen is het gevoel van frustratie en onmacht groot. Het is een combinatie die tot grote spanning leidt op de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem. De bewoners van Silwan hebben in hun wijk rode vlaggen opgehangen – symbool van verzet tegen de kolonistenbeweging. Terwijl de Israëlische oproerpolitie zich naast zijn winkel omkleedt voor opnieuw een nacht vol gevechten, kijkt winkelier Husein Siam ongerust naar buiten. „Mijn buurtbewoners hebben hun laatste beetje respect voor het Palestijnse leiderschap verloren. De kolonisten hebben gewonnen.”